Verkeersveiligheid in Suriname?

Chan Choenni

Ik bezoek Suriname elk jaar en rijd daar in een huurauto. De laatste jaren is het verkeer drukker geworden en het lijkt steeds onvei­liger. Uiteraard kijk ik als Surinaamse Nederlander naar de verkeers­vei­ligheid in Suriname, maar ik ben ook geboren  en getogen in Suriname. Niettemin zijn deze obser­vaties van belang; ook omdat velen als toerist Suriname bezoeken en aan het verkeer deelnemen. Ik rijd steeds vaker als het ware met lood in mijn schoenen. Er zijn weliswaar verkeers­drempels en zelfs zogeheten plateaus geplaatst, maar er zijn drempels waarbij de aankon­diging vlakbij de drempel staat in plaats van bijvoor­beeld 20 meter ervoor! Je moet immers kunnen antici­peren en niet wanneer je bij de drempel aankomt ineens lezen: drempel.

Je vraagt je af wie dit verzint dit op het Ministerie van Openbare Werken of wordt hier überhaupt over nagedacht? Zo zijn er nog meer onveilige situaties. Een actueel voorbeeld: op de hoek van de Sophie Redmondstraat en de Zwartenhovenburgstraat, tegenover het vervallen stonóso gebouw bij het stoplicht, heeft men op de straat (!) een soort vuilnisbak geplaatst. Het is als het ware een inham­metje,  maar voor een automo­bilist uiterst gevaarlijk: zomaar een inham­metje op straat. Je moet dus een beetje uitwijken en blokkeert daardoor de auto’s naast je. Zou  de vuilnisbak niet elders kunnen worden geplaatst?

Vrijwel dagelijks zijn er aanrij­dingen met veel blikschade of ongelukken waarbij iemand tegen een verkeerspaal rijdt. Vaak zijn er echter ook aanrij­dingen met dodelijke slacht­offers. Suriname telt per jaar verhou­dings­gewijs veel verkeers­doden. Verkeersdoden worden inter­na­ti­onaal uitge­drukt in aantallen per miljoen inwoners per land. In 2019 waren dat er 78 in Suriname. Suriname heeft ruim een half miljoen inwoners. Dit betekent   gemiddeld ruim 150 verkeers­doden per miljoen per jaar voor 2019. Ter verge­lijking: in de Europese Unie was dit getal 49; in België 54 en in Nederland slechts 31. Dat betekent dat Suriname gemiddeld bijna vijfmaal zoveel verkeers­slacht­offers kent als in Nederland en bijna driemaal zoveel als in België. Helaas heb ik geen cijfers over verge­lijkbare landen als Guyana kunnen achter­halen.

Er moet echt iets gedaan worden aan het verhou­dings­gewijs grote aantal verkeers­doden in Suriname. Ik moet zeggen dat de meerderheid van de Surinaamse automo­bi­listen hoffelijk is in het verkeer en elkaar de ruimte geeft. Maar er is een minderheid met een ‘jungle­men­ta­liteit”: men rijdt ruw, te hard, heeft haast, ‘snijdt de ander’ en haalt ongemerkt in. Kortom: er is veel risico­gedrag. Nee, ik bedoel met jungle­men­ta­liteit echt niet alleen ‘Marrons’. Over de hele linie zijn er automo­bi­listen en vooral mannen die een soort macho­gedrag ten toon spreiden — vooral rijdend in fourw­heeldrive auto’s — en  zich de baas wanen op de wegen. Zij brengen zichzelf en anderen in gevaar.

Surinamers lijken vaak veel haast te hebben in het verkeer. Hebben zij zoveel haast om naar het werk te gaan of is het om thuis te komen? Politici en opvoeders moeten de automo­bi­listen aanspreken. Er zijn gelukkig enkelen, zoals de politicus Edward Belfort. Hij, maar ook anderen roepen regel­matig de burgers op om zich te gedragen in het verkeer. Belfort  spreekt ook de zwarte jonge­mannen aan ‘deng blakka buba wang’  via de televisie op hun gedrag.

De meeste oude Surinaamse wegen zij niet gebouwd voor veel en intensief autoverkeer. Er zijn  nog steeds wegen vol kuilen. Is er geen zogeheten vliegende brigade die kan uitrukken om continu de kuilen en gaten te dempen na bijvoor­beeld melding door burgers? Zijn er niet genoeg manschappen of is er niet genoeg asfalt beschikbaar? Als je hierover wil discus­siëren, zegt men in Suriname: lieb a tori. Men wil er niet over praten. Er zijn blijkbaar andere priori­teiten en grotere problemen in het land. Er wordt wel strenger gecon­tro­leerd door de politie. Maar het belang­rijkste is dat er meer infor­matie moet worden gegeven over het verkeer, risico­gedrag en de gevaren. Maar vooral over hoffe­lijkheid in het verkeer en elkaar de ruimte geven.

Foto’s: internet

 

TOP