UFO's boven Suriname

Hans Ramsoedh

Op de avond van 18 maart 2012 belde een jonge vrouw panie­kerig naar het ufo-meldpunt in Suriname dat er ‘vliegende schotels’ over haar huis vlogen. In de minuten die daarop volgden rinkelde de telefoon van het meldpunt nog vijf keer. De bellers vermoedden een buiten­aardse invasie. Het waren allemaal meldingen uit de midden­standswijk Elisabethshof (Flamingo Park) in Paramaribo-Noord. Enkele dagen later meldde het meldpunt echter dat de licht­bollen wensbal­lonnen waren geweest, lampi­onnen met een brander erin die waren opgelaten tijdens een verjaar­dags­feest verderop in de wijk.

Toen professor Ruben Gowricharn mij begin december 2019 berichtte dat hij de volgende dag naar een promo­tie­zitting moest van een zijn promo­vendi die zou promo­veren op het onderwerp ufo’s boven Suriname dacht ik in eerste instantie dat hij mij in de maling nam. Een promo­tie­on­derzoek naar ufo’s kan toch niet serieus zijn was mijn primaire reactie. Ufo’s hebben namelijk bij mij een hoge giechelfactor. Immers van ufo’s in de VS is toch al lang bekend dat het meestal gaat om geheime Amerikaanse militaire objecten die door leken worden aangezien voor vliegende schotels. Ufo staat voor uniden­tified flying object, niet-verklaarde vliegende objecten. In 2012 werd door TU Delft nog een univer­sitair docent lucht- en ruimte­vaart onder toezicht gesteld vanwege zijn uitspraken over ufo’s. Hij was namelijk ervan overtuigd dat ze een buiten­aardse oorsprong hebben.

Ufo’s boven Suriname echter bleek te gaan om een weten­schap­pelijk onderzoek waarop Tanya Wijngaarde (Amsterdam 1964) op 11 december 2019 aan de Universiteit van Amsterdam promo­veerde. Zij, bakra-uiterlijk maar met een Surinaamse vader en Nederlandse moeder, studeerde aan deze univer­siteit muziek­we­ten­schappen met als speci­a­li­satie etnomu­si­co­logie. In de periode 2002–2016 werkte zij in Suriname als journalist bij onder meer Dagblad Suriname, De Ware Tijd en later bij het maandblad Parbode. Daarnaast deed zij als zzp’er redactie- en schrijfwerk voor commer­ciële uitgaven, voorlich­tings­ma­te­riaal en websites. Wijngaarde is al jaren geïnte­res­seerd in ufo’s en de verhalen erover. Samen met twee anderen richtte zij, na een ufowaar­neming in 2009 die de voorpagina’s van kranten in Suriname haalde, het Surinaamse ufo-meldpunt op om in kaart te brengen wat er gezien werd en of dat te verklaren was. Zij wilde meer over het onderwerp weten en het leek haar een mooie kans om weten­schap­pelijk met de verhalen over ufo’s aan de slag te gaan. Zij belde rond naar verschil­lende hoogle­raren in Nederland, maar die reageerden niet erg positief. Die gooiden de hoorn erop bij het woord ufo, vertelt Wijngaarde mij per mail. Uiteindelijk vond zij twee hoogle­raren die wél geïnte­res­seerd waren, alleen was haar voorstel nog niet voldoende uitgewerkt.Vervolgens ontmoette zij in 2013 professor Ruben Gowricharn van de Promotiekamer die aan mensen in Suriname de kans bood te promo­veren aan een Nederlandse univer­siteit. Die kans greep zij met beide handen aan. In 2016 keerde zij terug naar Nederland waarbij zij als buiten­pro­mo­venda haar promo­tie­on­derzoek combi­neerde met haar fulltime werk bij de Fraudehelpdesk.

De VS gelden als de bakermat van ufo-verhalen en buiten­aardse wezens. Sinds de jaren vijftig is er in dit land sprake van een ufo-subcultuur. Ufo’s en buiten­aardse wezens vormen een niet meer weg te denken onderdeel van de populaire Amerikaanse cultuur. Sciencefictionverhalen en in het bijzonder scien­ce­fic­ti­on­films (met als bekendste film E.T. uit 1982) onder­steunen het idee dat buiten­aardse wezens in ufo’s de aarde bezoeken. Volgens een enquête in 2002 gelooft 56% van de Amerikanen dat ufo’s een realiteit zijn. Het zijn vooral blanke Amerikanen die belang­stelling hebben voor ufo’s. Deze belang­stelling reflec­teert het culturele, raciale, religieuze en politieke landschap van de Verenigde Staten, bezien vanuit het perspectief van blanke Amerikanen, en is onder meer beïnvloed door ideeën over raciale hiërarchie en white supremacy. Dankzij moderne media verspreiden verhalen over ufo’s zich over grote delen van de wereld als onderdeel van het proces van mondi­a­li­sering.

Wijngaarde ziet de theore­tische relevantie van haar onderzoek in het feit dat de verspreiding en lokale receptie (ontvangst) van ufo-verhalen kunnen worden beschouwd als een specifiek onderdeel van de mondi­a­li­sering. In haar proef­schrift onder­zoekt zij in hoeverre dit aspect van de mondi­a­li­sering veran­de­ringen ondergaat op religieus, ideolo­gisch, cultureel en politiek gebied in een plurale samen­leving als de Surinaamse. De centrale vraag in haar onderzoek is hoe de Amerikaanse ufo-verhalen worden overge­nomen in een andere maatschappij dan de Amerikaanse. Haar hoofd­vraag heeft zij uitge­splitst in een viertal deelvragen: welke factoren spelen een rol bij de lokale receptie van de Amerikaanse ufo-verhalen in Suriname; in hoeverre en op welke wijze worden samen­zwe­rings­the­o­rieën uit de Amerikaanse ufo-verhalen overge­nomen; in hoeverre en op welke wijze worden de religieuze aspecten overge­nomen en in hoeverre en op welke manier worden de raciale elementen overge­nomen?

De auteur koos voor Suriname als onder­zoeks­object omdat zij enkele jaren actief was in kringen van Surinaamse ufo-geïnte­res­seerden en, zoals eerder gesteld, een van de oprichters was van het ufo-meldpunt in Suriname. Het betekent dat zij het onderzoek uitvoerde vanuit een positie als insider met alle voor- en nadelen waarbij zij in haar optiek niettemin voldoende afstand in acht kon nemen om als buiten­staander erover te schrijven. Wat betreft haar eigen standpunt met betrekking tot het verschijnsel ufo’s: enerzijds beschouwt zij ufo’s als mytho­logie, maar ander­zijds sluit ze niet in alle gevallen uit dat ufo’s buiten­aards kunnen zijn.

Alvorens in te gaan op de deelvragen van de auteur enkele opmer­kingen over de belang­stelling voor ufo’s in Suriname. Tussen 2009 en 2015 werden ruim tachtig ufo’s gemeld bij het Surinaamse ufo-meldpunt. Het organi­seerde eens per jaar een lezing in combi­natie soms met de vertoning van een film die gemiddeld door ongeveer tachtig mensen werden bezocht. De harde kern onder de belang­stel­lenden bestond echter uit twintig tot vijfen­twintig mensen. Haar onder­zoeks­groep bestond uit honderd­veertig personen en omvatte evenveel mannen als vrouwen. Alle bevol­kings­groepen waren verte­gen­woordigd met daarbij een opval­lende verte­gen­woor­diging van Hindostanen en Javanen. Onder de belang­stel­lenden bevonden zich relatief veel personen met een opleiding op hbo- of univer­sitair niveau en een hoge sociale positie onder wie artsen, onder­nemers, univer­sitair docenten, een oud-directeur van de Centrale Bank van Suriname, een minister, een lid van het parlement en een adviseur van de regering. Wijngaarde heeft niet de indruk dat Suriname in dat opzicht afwijkt van de VS of Nederland. Ook in Nederland zijn de ufologen die Wijngaarde kent hoogop­geleid en hebben zij een goede baan. De data voor haar onderzoek verza­melde zij door middel van parti­ci­pe­rende obser­vatie bij ufologen, het voeren van informele gesprekken met ufologen, het volgen van openbare posts op sociale media en groeps­mails van ufologen, en uit openbare bronnen zoals kranten, tijdschriften en televisie. Vanwege persoon­lijke omstan­dig­heden van de oprichters werd het Surinaamse meldpunt in 2015 opgeheven.

Ik bespreek hieronder de belang­rijkste uitkomsten van haar onderzoek.

De eerste deelvraag betreft de factoren die een rol spelen bij de ontvangst van Amerikaanse ufo-verhalen in Suriname. De ufo-mytho­logie maakt actief deel uit van het verspreiden van de boodschap van de supre­matie van de VS. Het gaat hierbij niet om dwang of een opgelegde dominante cultuur maar om soft power. Bij dit laatste gaat het om de grote invloed van de Amerikaanse populaire cultuur mondiaal gezien. De Amerikaanse ufologie reflec­teert een overheer­sende positie van het chris­tendom en raciale hiërarchie waarin blanken bovenaan staan en stereo­ty­pe­ringen worden gebruikt bij de beschrijving van niet-blanken. De raciale hiërarchie en de dominante positie van het chris­tendom zien we terug binnen de ufologie in Suriname. Dit hangt volgens de auteur in de eerste plaats samen met de hegemonie van de VS en daarnaast met de koloniale erfenis die nog steeds van invloed is op de onder­linge verhou­dingen in Suriname. Opvallend is dat veel Hindostanen overeen­komsten zien tussen de ufo-mytho­logie en de verhalen uit de Vedische geschriften. Zij zien in de ufo-mytho­logie een (indirecte en mogelijk onbewuste) erkenning van de Vedische verhalen door het Westen en als een bewijs van de geldigheid van de Vedische mytho­logie. Daarmee functi­o­neren de ufo-verhalen voor verschil­lende Hindostaanse ufologen als een beves­tiging en erkenning van hun identiteit.

De tweede deelvraag handelt over de samen­zwe­rings­the­o­rieën uit de Amerikaanse ufo-verhalen. Het zijn vooral rechts­ex­tre­mis­tische en funda­men­ta­lis­tische chris­te­lijke groepe­ringen in de VS die stellen dat kwaad­wil­lende aliens in het geheim zouden samen­werken met de overheid en dat joodse leiders, vrijmet­se­laars en geheime genoot­schappen streven naar wereld­heer­schappij. Hun ideeën vinden we terug in de ufo-verhalen en complot­the­o­rieën. Het ufo-complot­dis­cours is in de optiek van de auteur ook nadruk­kelijk aanwezig in de perceptie van de meeste Surinaamse ufo-belang­stel­lenden en samen­zwe­rings­the­o­rieën vormen dan ook een wezenlijk onderdeel van het discours in Suriname.

In de derde deelvraag gaat Wijngaarde in op de overname van religieuze aspecten van de ufo-mytho­logie. Hierbij gaat het om hoger geëvo­lu­eerde buiten­aardse wezens en de alien als kwaad­aardig wezen dat mensen ontvoert, medische experi­menten uitvoert op de slacht­offers en seksuele hande­lingen met hen verricht. Voorts gaat het ook om de inter­pre­tatie van Bijbelverhalen vanuit het idee dat ufo’s daarin beschreven worden en vanuit het idee van een eindtijd. Een belangrijk verschil met de dominante Amerikaanse mytho­logie is dat er in Suriname weinig aandacht is voor ontvoe­ringen. Een ander opvallend verschil met de dominante mytho­logie dat er in Suriname meer aandacht is voor de plaats van ufo’s in het hindoeïsme dan in de VS.

In haar laatste deelvraag bespreekt de auteur de raciale elementen uit de Amerikaanse ufo-verhalen. In de Amerikaanse ufo-mytho­logie bestaat er een raciale hiërarchie met bovenaan de moreel en intel­lec­tueel superieure, blonde en blauw­ogige aliens (Nordics genoemd) en lager op de ladder de kleinere grijze of donkere wezens. Dit raciaal thema wordt overge­nomen in Suriname maar op enkele punten wordt er een andere inter­pre­tatie aan gegeven. In het verborgen discours onder enkele Hindostaanse ufologen zou het door buiten­aardsen gecre­ëerde slavenras een lager ras zijn waarvan de mensen van Afrikaanse afkomst stammen, dus Afro-Surinamers. Dit is in overeen­stemming met de dominante mytho­logie. De Hindostaanse ufologen denken zelf af te stammen van (buiten­aardse) rassen die hoger in de hiërarchie staan. Hiermee is het ufo-discours in Suriname volgens Wijngaarde een instrument waarmee lokale raciale spanningen worden geven­ti­leerd. Doordat dit discours echter niet openlijk werd geuit en het aandeel van Creolen onder de groep ufologen erg klein was heeft het de onder­linge relaties binnen de groep van ufologen niet beïnvloed.

Evenals de VS kunnen in Suriname de ufo-belang­stel­lenden niet als een sociale beweging in socio­lo­gische zin worden beschouwd. In Suriname was het meer een informele groep zonder formele organi­satie waarvan de betrok­kenen parti­ci­peerden via internet, e‑mails of door het bezoeken van een lezing.

Wijngaarde ziet de aantrek­kings­kracht van de ufo-verhalen vooral in de geheim­zin­nigheid van het fenomeen: het onbekende, ongrijpbare en onver­klaarde. Zij vindt het opvallend, zoals zij in haar slotcon­clusie schrijft, dat de ufo-mytho­logie inclusief de elementen van een racis­tische ideologie ook voor een belangrijk deel in een land als Suriname met een koloniaal verleden zijn overge­nomen terwijl de bevolking de gevolgen van racisme en het idee van blanke superi­o­riteit aan den lijve heeft onder­vonden. Als verklaring voor deze attitude in Suriname ziet de auteur de doorwerking van de koloniale cultuur (generaties lange onder­drukking, het opleggen van een raciale en culturele norm en koloniaal onderwijs) die mede geleid heeft tot een automa­tische accep­tatie van de dominante cultuur van Europa en de VS. Haar proef­schrift is eigenlijk een pleidooi voor meer weten­schap­pe­lijke aandacht voor de popula­riteit van moderne mythen waarmee betwiste infor­matie wordt verspreid. Complottheorieën en ‘alter­na­tieve waarheden’ zijn onmis­kenbaar een onderdeel geworden van de moderne maatschappij, aldus Wijngaarde.

Fotobijschrift: Tanya Wijngaarde

Tanya Wijngaarde Ufo’s boven Suriname. De receptie van een Amerikaans mytho­logie. Amsterdam 2019. Academisch proef­schrift.

Geïnteresseerden kunnen dit proef­schrift bij de auteur bestellen door te mailen naar: ttwijngaarde@gmail.com

TOP