INTERVIEW

Trendwatcher Adjiedj Bakas: ‘Weg met de giftige identiteitspolitiek!’

Radjin Thakoerdin

‘Een volstrekt eigen­zinnige vrijdenker’, noemt zijn ontdekker Frits Bolkestein (oud politiek leider van de VVD) trend­watcher Adjiedj Bakas. Ex-premier Jan Peter Balkenende zegt: ‘Adjiedj brengt de mensen hoop en troost.’ De Volkskrant noemt Bakas ‘de vooruit­blik­koning’ en volgens De Telegraaf is hij ‘de visionair des vader­lands’. Dat kan Bakas allemaal mooi in zijn zak steken. Maar er is ook kritiek. Want Bakas is niet tegen Zwarte Piet. En hij vindt Nederland absoluut niet racis­tisch. Bovendien is hij tegen de klimaatkerk: ‘Leve het gas!’ De vrolijke Adjiedj Bakas (1963) studeerde Communicatiekunde en ontwik­kelde zich tot de bekendste trend­watcher van Nederland. Misschien niet zo gek, want hij heeft het beroep in de Nederlandse polder eigen­handig geïntro­du­ceerd. Hij houdt ook in deze gepola­ri­seerde tijden vol: ‘De toekomst is niet links of rechts, maar een nieuwe combi­natie van linkse en rechtse issues’. Reden voor Hindorama om hem te spreken.

De Nederlands-Surinaams-Hindostaanse Bakas woont met zijn man Vinco David in Almere, in de miljoe­nenwijk Overgooi. Het grote en kleur­rijke herenhuis is ingericht als ‘een mini-Rijksmuseum’. Overal schil­de­rijen, Oosterse tapijten en beelden. En Venetiaanse kroon­luchters die aan de kleurige plafonds hangen. “Mijn man”, grijnst Adjiedj, “zegt dat ik lijd ik aan horror vacui, angst voor leegte. Ik noem ons huis gekscherend ook wel koelie­pa­leisje.”

Tegen de identi­teits­po­litiek

Bakas keerde zich de afgelopen tijd in de media fel tegen de identi­teits­po­litiek, de demon­straties, plunde­ringen en de beelden­storm die hij Z‑bellie noemt, de rebellie van generatie Z, geboren na 1995. Hierover vertelt hij: “Ja, ik moet er als vrijdenker en wereld­burger niets van hebben. Ik heb een portable identiteit. In 1963 geboren in Nickerie, daarna tot 1982 gewoond in Paramaribo, en toen verhuisd naar Nederland. Na in Utrecht en Amsterdam gewoond te hebben, ben ik nu neerge­streken in Almere Overgooi. Ik ben een deels verkaasde, deels verne­gerde Hindostaan. Ik blijf het gek vinden dat wij onszelf nog Hindostanen noemen. Dat komt uit de tijd dat India nog bekend stond als Hindostan. In de rest van de wereld noemen migranten uit India zich al generaties lang Indiërs. Wij zouden dat eigenlijk ook moeten gaan doen. Dat is moderner. Ons huis is geschilderd en behangen door Iraakse Koerden. Die zeiden tegen mij: wij zijn uit Koerdistan, jij uit Hindostan, allemaal ‘stannen’. Grappig. Ik houd van Koerden, harde werkers, een dapper volk dat veel geleden heeft. En ze klagen nooit. Houden zo. Immigranten die hier klagen over insti­tu­ti­oneel racisme vind ik lachwekkend. Ik heb Nederland nooit ervaren als een racis­tisch land, integendeel. De kansen die ik hier gekregen heb, had ik in Suriname of India nooit gekregen. Ik vermaak me kostelijk. Een voordeel van de multi­cul­turele samen­leving is dat je in eigen land op sekstoe­risme kunt. Ik heb in mijn leven mannen van vrijwel alle rassen en culturen in bed gehad. Het leven is net een Muppet Show.”

Over zijn Hindostaanse roots

Bakas vertelt dat hij vernoemd is naar Shiva, de god van vernie­tiging en weder­opbouw. “Mijn naam betekent in het Sanskriet Shiva. Een toepas­se­lijke naam. Ik heb in mijn leven verschil­lende tegen­slagen overwonnen en ben uit iedere crisis sterker gekomen. In mijn biografie VERMETEL: Leven met Lef beschrijf ik dat allemaal. Ik eet nog graag roti, bara en andere Hindostaanse hapjes. Mijn man en ik eten graag Indiaas. We zijn heel vaak in India op vakantie geweest. We hebben het hele land bereisd. Mooi land, maar ik ben de Hollanders dankbaar dat ze ons hebben laten verkassen. Het is zo vol mensen, zo vol concur­renten op een hele krappe arbeids­markt. Kleurrijk en ik houd van de oude archi­tectuur. Moderne Indiërs hebben niet veel smaak. Helaas. Maar vroeger maakten ze veel moois. We hebben wat schil­de­rijen van moderne Indiase kunst­schilders aan de muren hangen. Mijn man kan heerlijke bara’s bakken en is eigenlijk aange­hin­do­staanst. Hij is joods en ik ben aange­jiddeld [afgeleid van Jiddisch]. Onze beide culturen gaan prima samen. Ons huis is door journa­listen weleens een mini-Rijksmuseum genoemd. We hebben antieke beelden van Hindoegoden, tapijten en moskeel­ampen uit Iran, Egypte, Azerbeidzjan en Turkije. Schilderijen en beelden komen overal vandaan, van Italië tot India, van Ethiopië tot Nigeria. Vrijheid is waar ik van geniet. Vrijheid in de ruimste zin des woords. Ik praat nooit namens welke groep dan ooit, altijd namens mezelf. Groepsdenken is mij vreemd. Ik ben ik. Love me or hate me.”

Adjiedj en Vinco bij hun 20-jarige huwelijks­feest

Man als partner

Bakas is gelukkig in de liefde. “Toen ik mijn moeder vertelde dat ik homo ben, zei ze: ‘Prima jongen, als je maar gelukkig wordt. Tip: neem een Hollandse man, die zijn liever, trouwer en zorgzamer en ze zuipen niet zoveel als Hindostaanse mannen’. Mijn vader werd alcoholist in mijn tiener­jaren. Ik heb ervaren hoe drank mensen kapot kan maken. Ik ben daarom erg voorzichtig met drank. Natuurlijk houd ik van goede wijnen, whisky’s en likeuren, maar ik word nooit dronken. Ik blijf altijd in control. Mijn man zegt dat ik ga babbelen als ik een glaasje op heb. Dan stop ik meteen.” Bakas en zijn partner vierden in de zomer van 2019 met een groot feest hun 20-jarig huwelijk. “Ik ben intens gelukkig met Vinco David. Hij is mijn tweede grote liefde. Mijn eerste grote liefde, Sjoerd Groenewold Dost, overleed na een samenzijn van acht jaar aan kanker, nu zo’n 31 jaar geleden. Je kunt heel goed meerdere grote liefdes in een leven hebben, heb ik ervaren. Mijn moeder, die in januari van dit jaar overleed, was zeer tevreden met mijn mannen­keuze. Een kind van een alcoholist kiest vaak ook een alcoholist als partner, maar ik heb dat niet gedaan. Ik wilde altijd al een goed leven leiden en dat heb ik. Nu ik op mijn 56e een tussen­tijdse balans opmaak, ben ik tevreden, dankbaar en gelukkig. Ik sta iedere dag dankbaar op, ook al ben ik halfzijdig verlamd door twee hersen­bloe­dingen die mij in 2017 troffen.”

Angst voor de dood

Zoals veel onder­nemers vond Bakas altijd dat de zaak belang­rijker was dan zijn gezondheid. Hierover zegt hij: “Jarenlang heb ik te hard gewerkt en mijn gezondheid verwaar­loosd. Ook besefte ik niet dat ik een etnisch probleempje heb. Wij Hindostanen hebben dunnere aderen dan andere mensen. Daarom worden we allemaal uitge­roeid door hart- en vaatziekten. Een bloed­propje dat bij anderen zo door de aderen heen stroomt, zorgt bij ons subiet voor een infarct. En we hebben 30% minder bruin vet dan andere mensen, waardoor we snel aandikken en diabetes ontwik­kelen. Ik ben dus een maandag­och­tend­pro­ductje. Volgende keer reïncarneer ik als blonde Viking, die zijn veel sterker en gezonder dan wij. Hollanders zijn echt een beter ras.” Knipoog en brede grijns.

Op mijn reactie dat blanken ook hersen­bloe­dingen krijgen, zegt Bakas: “Ja, maar veel minder vaak dan brunettes met Indiase roots. Mijn grote voorganger Chriet Titulaer, die ons verhaalde over mobiele telefoons en internet in de tijd waarin we nog typema­chines gebruikten, kreeg, net als ik, rond zijn vijftigste op het podium een hersen­bloeding. Daarna heeft hij nog twintig jaar als kasplantje in een verzor­gings­tehuis geleefd. Net als Ajax-voetballer Nouri. Mijn man en mijn huisarts weten dat ik dat nooit wil. ‘Als ik een kasplantje word, maak me dan alsje­blieft dood’, zei ik tegen ze. Mijn tijd om te hemelen was nog niet gekomen. Toen Petrus daarboven hoorde dat ik in aantocht was, stuurde hij me subiet retour. Houd dat kreng maar op Aarde, anders gaat hij hier roepen dat we moeten innoveren! Vroeger had ik één lijntje naar boven. Door de beroertes is de schil die mij afschermt tegen invloeden van buiten, kapot. Volgens mijn astroloog heb ik daardoor nu miljoenen lijntjes naar boven, waardoor ik nog beter in mijn werk geworden ben. Ik krijg het advies om mezelf nu goeroe te gaan noemen. Ach, geef het beestje maar een naam. Dit is wel een geluk bij een ongeluk. Ik voorspelde al in 2019 aan mijn klanten dat 2020 het jaar van ziekte en recessie zou worden. Het hing toen al in de lucht. Bill Gates en ik horen tot de mensen die dat goed aanvoelden. Een geluk bij een ongeluk dus. Ik ben beter uit mijn ziekbed gekomen dan ik erin terecht kwam”, aldus Bakas.

Optredens

Bakas zijn optredens via webinars en in theatervorm via video zijn in deze post-coronatijd veelge­vraagd. Volgende maand treedt hij in een Hilversums theater voor ING op. Dat wordt wereldwijd gestreamd naar hun 500 grootste klanten. Afgelopen maand had hij twintig virtuele optredens, van de NVM-makelaars­ver­e­niging tot WTC Twente, voor de netwerken van de Nederlandse ambas­sades in Zuidoost-Azië en voor banken in Nigeria. Hij doet nu zo’n 100 optredens per jaar, de helft van vroeger. Doordat hij minder hoeft te reizen kan hij dat prima aan. En hij adviseert onder andere over de Almeerse Floriade en over de weder­opbouw van Suriname. Binnenkort wil hij zijn haard­vuur­sessies weer oppakken, intieme bijeen­komsten bij hem thuis voor de Franse geel marmeren open haard.

Trendwatcher

Op de vraag hoe hij trend­watcher is geworden zegt hij: “Al op school in Suriname, waar ik ben geboren, raakte ik geïnte­res­seerd in ontwik­ke­lingen en vooruit­gangs­op­ti­misme. Met mijn geschie­de­nis­leraar filoso­feerde ik over grote gebeur­te­nissen die ik op het nieuws zag, zoals de islami­tische revolutie in Iran. En de bezetting van de grote moskee in Mekka, waar islami­tische extre­misten dagenlang honderden pelgrims gegijzeld hielden. De grote trend in de geschie­denis gaat niet altijd richting moder­ni­sering, wist mijn geschie­de­nis­leraar. En dat is ook zo. Dat fenomeen zie je nu ook om je heen, in de Westerse wereld.”

Het trend­wat­cher­schap legde hem geen windeieren. Zijn bankre­kening groeide. “Ja en ik gaf het geld ook uit. En verloor het nodige met een verkeerde vastgoed­in­ves­tering. En de Deutsche Bank beroofde me van miljoenen door mijn hypotheken te koppelen aan giftige rente­de­ri­vaten. Maar, zoals je ziet: ik heb weer een goed leven. Bovendien, gezondheid is belang­rijker dan materie. En de liefde, die gaat boven alles. Nu noemt 1 op de 3 Nederlanders zich eenzaam. Eenzaamheid is een groot thema, voor arm en rijk, jong en oud. Deze week pleegde in India de beroemde, bloed­mooie en welge­stelde acteur Sushant Singh Rajput zelfmoord. Hij was eenzaam en depressief. Ik was geraakt door zijn dood. Ook in Nederland is depressie nu net zo endemisch als de pest in de middel­eeuwen. Er sterven meer mensen aan depressie dan aan corona. Van beroertes kun je depressief worden, weet ik van Martine Bijl, die net zo mooi woonde als ik en die net zo’n lieve man had als ik. Ze kon nergens meer van genieten. Ik ben dankbaar dat dat lot mij niet heeft getroffen.”

Ouderlijk huis

Moeder Soemintra

Op mijn opmerking dat hij niet slecht heeft geboerd voor een boerenzoon uit Suriname zegt hij: “Onderwijzerszoon. Ik kom uit het Surinaamse rijst­dis­trict Nickerie. Mijn overgroot­moeder, Bhugwantia Sudhu, werd geboren in India, maar ging werken op een plantage in Suriname. Haar kinderen bleven boeren, maar de klein­kin­deren niet meer. Die werden onder­wijzers, verpleeg­kun­digen of ambte­naren. Dat staat in mijn moeders familie­kroniek De Prijs van Kerrie. Mijn moeder was hindoe, mijn vader moslim. Maar twee geloven op één kussen, daar ligt de duivel tussen. Mijn ouders besloten daarom de religie die ze van huis uit hadden meege­kregen achter zich te laten. Ze gingen op zoek naar een nieuwe. En dat werd protes­tants-chris­telijk. Zoals je zo vaak ziet bij bekeer­lingen, gingen ze all the way. Zelfs toen we nog in Nickerie woonden, vlogen we elk weekend naar Paramaribo om naar de kerk te gaan.” Over zijn moeder vertelt hij: “Ik had een geweldige, lieve, slimme, zorgzame moeder. Een schat van een vrouw. Eindeloos lief, maar streng als het nodig was. Ik heb daar heel veel van geleerd onder andere disci­pline en goede manieren. Weet je wat ook belangrijk is? Je schoenen. Op de eerste rij zien ze het meteen als je schoenen afgetrapt zijn. Mijn uitbundige schoe­nen­col­lectie van onder andere slangen- en kroko­dil­lenleer is dus functi­oneel. Mijn man noemt mij de manne­lijke Imelda Marcos [vrouw van oud-president Ferdinand Marcos van de Filipijnen], maar hij overdrijft. Mijn moeder was gek op schoenen en tassen. Ze maakte mooie kleren zelf, ook voor mij. En ze was gek op reizen. Dat heb ik van haar. Toen mijn vader in een depressie raakte en een geweld­dadige alcoholist werd, bleef ze hem liefdevol verzorgen, terwijl ze mij beschermde tegen zijn dronken drift­buien. Ze offerde zich op voor haar kids.”

Nederland

Voor Bakas is Nederland een warm bad. “Hollanders zijn lieve, warme mensen. In Suriname schijnt de zon van buiten naar binnen, hier schijnt de zon van binnen naar buiten. De mensen zijn warm, de zon zit in de Hollander. Blanken hebben mij altijd vooruit­ge­holpen. Wat ik hier heb bereikt, zou ik nooit in Suriname bereikt hebben. Ik heb dan ook geen goed woord over voor de Ghanese Akwasi’s van deze wereld, zelf een nazaat van slaven­han­de­laren, geboren en getogen in Nederland, alle kansen van de wereld gekregen en dan nog kankeren op Nederland en de Nederlanders. Als je je hier miskend voelt, hoepel op. De Ghanese minister Barbara Oteng Gyasi riep onlangs mensen van Afrikaanse komaf op om terug te keren naar Afrika. Ze heeft gelijk. Ik ben voor mijn werk vaker in Afrika geweest. Afrikanen zijn toekomst­ge­richt en ze schminken zich moeiteloos wit op hun volks­feesten, zonder over racisme te zemelen. Bovendien koloni­seren de Chinezen nu Afrika. En die zijn meedo­gen­lozer dan de blanken ooit geweest zijn. Dus BLM-typjes [Black lives matter] ga Afrika opbouwen in plaats van Nederland te vergif­tigen.”

Het N‑woord

“In Suriname noemen we een neger gewoon een neger. En Surinamers hebben de nodige stereotype beelden over elkaar. Mijn oma zei: ‘Negers zijn geen mensen want ze hebben geen haar maar wol op hun hoofd’. Maar mijn boezem­vriend Maikel, die ik sinds mijn 12e ken, is neger, en oma vond dat prima. Negers zeiden tegen hem: ‘Dis die koelie!’ Onze vriend­schap trotseerde racisme van zowel Hindostanen als negers. Ik heb met veel negers in bed gelegen. Die noemden zich ook neger. Geen issue. Voor mijn fans ben ik hun troetel­hindoe. Mijn ouders leerden me niet in groepen maar in individuen te denken. Ik heb veel fans onder negers. In Nigeria treed ik op voor uitzinnige zalen en iedereen wil met me op de foto. Ook onder Nederlandse negers heb ik veel fans. Ooit vertelde een Israëlische paragnost me dat ik in een van mijn vorige levens slaaf ben geweest. Veel negers voelen dat aan. ‘Je bent een van ons’, zeggen ze. Maar ik heb ook vijanden onder negers. Ook onder Hindostanen trouwens. Surinamers hebben vaak een krabben­ton­men­ta­liteit. Als een krab uit een ton omhoog kruipt, trekken de anderen hem terug naar beneden, de ton weer in. Joden en Chinezen zijn anders. Die vormen teams om samen vooruit te komen. Daar heb ik van geleerd. Ik heb in iedere levensfase een coalition of the willing gevormd om verder te komen. Dat heeft mij geen windeieren gelegd. Ik ben niet naar Nederland gekomen om hier ghettootje te spelen. Ik wilde tussen blanken leven. Ik werd niet alleen verliefd op blanke jongens, maar ook op hun cultuur. Ik bewonder de westerse cultuur oprecht, die is veel meer gericht op het individu, op fair play, op talent en merito­cratie. Heerlijk. Vrijheid.”

‘Koeliepaleisje’
in Almere-Overgooi

Slavernij

Bakas vindt dat er wordt gezeurd over het slaver­nij­ver­leden. “Mijn overgroot­ouders deden hetzelfde werk op de plantages in Suriname als de slaven, woonden in dezelfde huisjes en onder dezelfde belab­berde omstan­dig­heden, maar Hindostanen maken niet zoveel stampij over die tijd. Waarom ook? Mijn moeder vroeg eens aan de buurvrouw in de midden­klas­senwijk waar we woonden, een negerin: ‘Als de Hollanders je niet uit Afrika hadden gehaald, hoe zou je er dan nu aan toe zijn?’ Zij reageerde meteen: ‘Meisje, dan zat ik nu te kniezen in een armzalig hutje in Afrika. En waar zou jij aan toe zijn als de Hollanders je niet uit India hadden gehaald?’ Mijn moeder antwoordde: ‘Dan zat ik nu arm te wezen in een armzalig hutje in India’. Waarop ze beiden lachend in koor riepen: ‘Leve het koloni­a­lisme, leve de Hollanders, leve de slavernij!’ Over de slavernij en de contract­arbeid maakten de mensen zich niet boos in mijn jeugd. Het was gewoon een gegeven. En de nazaten van deze mensen koesterden zich in het betere leven dat ze nu hadden. De huidige slaver­nij­boosheid vind ik dan ook onzinnig. Ga ontbozen, mensen, en vier dat je hier en nu leeft! En weet dat de Turken en Arabieren meer blanke slaven hielden dan het totale aantal neger­slaven dat indertijd naar de Amerika’s is verscheept.”

Toekomst

Over zijn toekomst zegt Bakas: “Ik heb nu een gezonde work-life balance gevonden. Ik geniet van mijn werk, toekomst­denken blijft doorgaan. Ik geef zo af en toe tegengas over de giftige identi­teits­po­litiek die, met hulp van griezelige finan­ciers, gericht is op de vernie­tiging van het Westen. De Chinezen lachen intussen. De post-corona­wereld wordt een hele andere dan die van de afgelopen jaren. Ik maak meer tijd vrij voor de liefde, voor vriend­schappen, voor genieten, voor stilte, bezinning, meditatie, yoga, en natuurlijk voor gezondheid. De Duitse filosoof Schopenhauer zei al 200 jaar geleden: ‘De grootste dwaasheid is het opofferen van je gezondheid voor wat dan ook’. Hij had gelijk.”

Adjiedj Bakas’ humoris­tische autobi­o­grafie Vermetel Leven met lef — Memoires & manage­ment­lessen verscheen in november 2019, is verkrijgbaar in de boekhandel voor € 24,95.

Bij de collage 3: Huis ter Duin tijdens optreden voor Sigaren Genootschap en Adjiedj en Vinco met waarzegster Liesbeth van Dijk
Foto’s: Adjiedj Bakas (Nieuwe Revu, Telegraaf en Avi Goodall)

Bekijk de video op youtube: Vermetel, Leven met lef: Esther van Fenema en Adjiedj Bakas

Zie ook tijdschrift Hindorama, sept./okt. 2001:
Adjiedj Bakas over de zin en onzin van identiteit

TOP