Tradities van tatoeëren - Body art in en buiten India

Mark Hawthorne

Tatoeages zijn erg in. Toch blijft het voor ouders een nacht­merrie als hun 15-jarige dochter thuiskomt en zegt: “Kijk eens, ik heb een tatoeage op mijn arm.” In het westen worden tatoeages veelal geasso­cieerd met zeelui, motor­rijders, crimi­nelen en, vooral de laatste tijd, met gangs. Een uitzon­dering hierop betreft een korte periode in de late 19e eeuw toen tatoeëren in de mode was bij de Engelse upper-dass. Vanaf 1990 is er weer van een opleving sprake.

Andere culturen, waaronder die van de hindoes, hebben een lange traditie op het gebied van tatoeëren als essen­tieel onderdeel van het leven en soms ook van het leven na de dood. Welke spiri­tuele betekenis heeft een in de huid gegrift teken? Voor een deel gaat het om religieus geïnspi­reerde zelfkas­tijding. Denk maar aan een boeddhis­tische priester die met een mes over zijn tong gaat of een sadhu die zijn wangen en tong met kleine spiesen doorboort. Alle culturen kennen een sekte die licha­melijk lijden, of schijnbare onver­schil­ligheid ten opzichte van het lijden, beschouwt als een stap in de richting van spiri­tuele ontwik­keling. Tatoeëren schijnt te zijn begonnen als sneetjes in de huid met de bedoeling een blijvend teken op het lichaam aan te brengen als resultaat van een welover­wogen proces van pijn. De kleuren kwamen later. Volgens antro­po­logen maken tatoeages deel uit van een traditie waarbij het vrijwillig ondergaan van pijn wordt beschouwd als een oerdrang naar zingeving en het ergens bij horen. Van oudsher worden heilige symbolen gebruikt. De praktijk van tatoeëren is bijna even oud als de mensheid zelf. Archeologen hebben in Europa ruim 40.000 jaar oude instru­menten gevonden die hoogst­waar­schijnlijk werden gebruikt om te tatoeëren. In de Italiaanse Alphen werden in 1991 resten gevonden van een mannelijk lichaam van 5300 jaar geleden, dat vele sporen van tatoeages vertoonde. Daar de tekens corres­pon­deerden met acupunc­tuur­punten, werd aange­nomen dat hij werd behandeld voor een bepaalde pijn. Het is geen toeval dat er in de acupunctuur methoden zijn die overeen­komen met de praktijk van tatoeëren.

Godsdienstige tatoeages
Hier gaat het om twee aspecten van godsdien­stige devotie: het tatoeëren zelf, een proces van pijn, en de symboliek van het motief en de kleuren ervan. Eén van de meest bekende religieuze gemeen­schappen die kan worden genoemd, zijn de Ramnami’s in Bihar en Madhya Pradesh (India). Deze sekte van onaan­raak­baren vond bescherming in de afbeelding van de naam van God Ram op praktisch elke vierkante centi­meter van hun lichaam, zelfs op hun tong en de binnenkant van hun lippen. Dit gebruik dateert uit de 19e eeuw tijdens de hervor­mings-beweging toen de Ramnami’s zich ook van brahmaanse gebruiken begonnen te bedienen. Om zich tegen de woede van de hogere kasten te beschermen, tatoe­ëerden ze de naam van Ram over hun hele lichaam. Deze sekte, die nu nog zo’n 1500 leden telt, hanteert dit pijnlijke gebruik nog steeds, zowel uit toewijding als voor bescherming. Met zijn rijke traditie en vele goden biedt het hindoeïsme een veelheid aan tatoe­a­ge­pa­tronen: afbeel­dingen van Shiva, Ganesh en Kalima, maar ook van symbolen als AUM. Zeer uitge­breide tekeningen zijn te vinden bij de vrouwen van de Ribari, een nomadenstam in Kutch in het noord­westen van India. Voor de Ribari’s zijn de tatoeages een uiting van een sterke volks­geest en van een vast geloof in overleven. Tegenwoordig kiezen veel mensen een bepaald patroon, niet zozeer uit religieuze overwe­gingen als wel om de uiter­lijke attractie ervan. Het kan dan om patronen uit verschil­lende tradities gaan. Als het slechts om een modegril gaat, kan dit beledigend zijn voor degenen die er spiri­tuele betekenis aan hechten.

Tatoeages en een later leven
Voor sommige volken hebben tatoeages een functie na de dood. De Maori’s in Polynesië, bijvoor­beeld, geloven dat na hun dood een geest de uitge­breide patronen op hun gezicht zal herkennen en hun de weg naar de volgende wereld zal wijzen. Voor de Dayaks op het Indonesische eiland Borneo brengen de tatoeages op hun hand verlichting in de duisternis na de dood, terwijl hun ziel op zoek is naar de Rivier van de Dood. De rivier­wacht, Maligang, zou de tatoeage bestu­deren en daarna de ziel eventueel toegang tot de rivier verlenen. Andere volken kennen een soort­ge­lijke traditie, waarbij de tatoeage als paspoort dient om tot de andere wereld te worden toege­laten. In sommige culturen denkt men dat de dood iemands voorkomen dermate verandert, dat hij of zij alleen aan de tatoeages te herkennen is. Zonder tatoeages zou men — onher­kenbaar — gedoemd zijn eeuwig te zwerven. In alle samen­le­vingen in de oudheid vormde religie een onlos­ma­kelijk deel van het dagelijkse leven. Volgens Steve Gilbert, auteur van het boek Tattoo History: A Source Book (2000), was het tatoeëren op zich niet religieus maar wel, zoals alle andere activi­teiten, omgeven door taboes en beheerst door geesten. “Tatoeëren diende als een symbo­lische verbinding tussen het individu, de gemeen­schap en de Goden. Vanwege het vrijkomen van bloed en de blijvende veran­dering van het lichaam namen tatoeages een bijzondere plaats in. De patronen werden strikt voorge­schreven door de traditie.”

Tatoeage als bescherming
In vele culturen dienen tatoeages als een amulet, een bescherming tegen het kwaad. In Japan tatoeëren Ainuvrouwen zichzelf met beelden van hun Goden. In Irak wordt bij kinderen op het puntje van hun neus een stip getatoeëerd om hen tegen ziektes te beschermen. Een tatoeage van Hanuman dient bij hindoes om pijn te verzachten. Inheemsen in Australië (Aboriginals) geloven dat zij door een tatoeage op de arm boeme­rangs kunnen ontwijken. In Birma tatoeëren soldaten hun dijen om zichzelf te beschermen tegen verwon­dingen. Cambodjaanse mannen bedekken hun hele lichaam met tatoeages waardoor ze tegen alles bestand zijn, zelfs tegen kogels. In Thailand gelooft men in de magische werking van heilige boeddhis­tische teksten, het favoriete tatoe­ëer­pa­troon. Er wordt een speciale twijg gebruikt om de tekst op de borst, rug of armen aan te brengen. Vervolgens wordt de magische kracht ervan uitge­pro­beerd door een medicijnman die vier keer met een zwaard hard op de tatoeage slaat. De getatoe­ëerde raakt dan meestal in extase of in een geweld­dadige trance. De Pakokku, een boeddhis­tische stam in Birma, tatoeëert sinds eeuwen het lichaam om zich te beschermen tegen adders en cobra’s. Zij vereren deze slangen, alhoewel hun beet dodelijk is. Een boeddhis­tische legende verhaalt dat een reusachtige cobra Boeddha onderdak bood tijdens een regen­storm. In de stad Mandalay wordt de slang als God van de vrucht­baarheid vereerd. Volgens de Pakokku, die nu nog een paar dozijn leden telt, is er nog nooit iemand van hun stam door een slang gedood, terwijl ze deze beesten met de hand vangen en elders loslaten. Hun geheim is de tatoeage. Zij ondergaan wekelijks een ritueel waarbij inkt vermengd met slangengif wordt gebruikt. Het gif dient als vacci­na­tie­middel tegen slangen­beten. Armen, voeten, borst, rug, gezicht en zelfs de hoofdhuid worden getatoeëerd met boeddhis­tische symbolen. Voor het boven­li­chaam wordt een mengsel met cobragif gebruikt en voor het onder­li­chaam addergif. Op Hawaii hebben families of personen hun eigen god, aumakua. Deze is beschermend indien op gepaste wijze vereerd en vernie­tigend indien verwaar­loosd. Net als de geesten van de Amerikaanse Indianen kan aumakua een dier, een onbezield voorwerp of een natuur­ver­schijnsel als bliksem en donder zijn. Vele Hawaiianen tatoeëren hun lichaam ter verering van hun aumakua. Stippen rond de enkel dienen als bescherming tegen haaien. Ook Samoa, een ander eiland in de Stille Zuidzee, kent een rijke traditie op het gebied van tatoeëren. Engelse ontdek­kings­rei­zigers, met name Captain Cook (eind 18e eeuw), waren onder de indruk van deze traditie van de volkeren in dit gebied. Met de nieuwe patronen waarmee ze huiswaarts keerden, deden zij de tatoe­ëer­kunst in Europa herleven.

Westerse tradities
Jiddische en chris­te­lijke religies kennen ook eeuwenoude tatoe­ëer­tra­dities. In het chris­tendom werden tatoeages vooral tijdens pelgrims­tochten aange­bracht om te laten zien dat men naar het Heilige Land was geweest. Koptische artiesten waren buiten de muren van Jeruzalem actief. De meeste pelgrims waren tevreden met een eenvoudig kruis, maar sommigen lieten uitge­breide tekeningen aanbrengen: de kruisiging van Jezus Christus of moeder Maria met het kindje Jezus. Hele ingewik­kelde motieven werden op houten blokken bewaard. Toen in de 8e eeuw Paus Hadrian I tatoeages in welke vorm dan ook verbood, kwam er in de westerse wereld zo goed als een einde aan deze traditie. Pas in de 19e eeuw raakte men er weer mee bekend. Missionarissen in landen in de Stille Zuidzee deden hun best om de — niet chris­te­lijke, dus heidense — traditie aldaar te onder­drukken.

Taboe
Er zijn ook religies die het tatoeëren verbieden. Het Sikhisme, bijvoor­beeld, gaat uit van de heiligheid van het lichaam en tatoeages worden als een onaan­vaardbare inbreuk daarop gezien. Ook zijn er chris­te­lijke kerken waar men op grond van bijbelse geschriften elke veran­dering aan het lichaam ontoe­laatbaar acht. Binnen de islam zijn er stromingen die tatoeages verbieden omdat niemand de creatie van God (het lichaam) mag veran­deren. In India en Sri Lanka wordt vaak neerge­keken op tatoeages als een traditie behorend bij lage kasten. Aan de andere kant zijn er hogere kasten die zich wel laten tatoeëren, inclusief hun priesters. Sedert eeuwen zijn tatoeages tastbare verbin­dingen met onze spiri­tu­a­liteit en er zijn geen aanwij­zingen dat deze praktijk aan waarde inboet.

Uit: Hinduism Today, juli/aug. 2001 [Vertaling: Sampreshan]

TOP