TAAL & LITERATUUR

De laatste jaren is er steeds meer belang­stelling voor de slavernij in Suriname en het slaver­nij­ver­leden van Nederland. Ook de contract­arbeid en de contracttijd in Suriname genieten steeds meer belang­stelling. Informatie over deze perioden kan men krijgen door de boeken en artikelen die worden gepubli­ceerd te lezen. Een andere infor­ma­tiebron vormen de zogeheten histo­rische romans.

Paramaribo kent veel gedenk­tekens, maar ik sluit niet uit dat bij het grote publiek slechts een aantal bekend is zoals het Monument van de Surinaamse Gevallenen van de Tweede Wereldoorlog (1950) bij de Marinetrap aan de Waterkant, het stand­beeld van Mahatma Gandhi (1959) aan de Knuffelsgracht bij de Heiligenweg, het Vrijheidsbeeld Kwakoe (1963) op de

Munshi Rahman Khan, Suriname’s eerste literator uit Hindostaanse gelederen heeft in de prachtige publi­catie van Manan uit de vorige eeuw —  ‘Van Brits-Indisch emigrant tot burger van Suriname’ — niet de plaats gekregen die hij verdiende. Hij was geboren in India en had voor zijn vertrek naar Suriname een zeer goede opleiding tot munshi genoten,

Onlangs verscheen het boek Paramariboi. Met de creatieve titel Paramariboi wordt gerefe­reerd in het Sranan aan een jongen uit Paramaribo. Dat is trouwens ook de onder­titel van dit boek geschreven door Robby Choenni. De titel sugge­reert hoogst­waar­schijnlijk dat het gaat om een Creoolse jongen, maar het betreft een ‘vercre­ooli­seerde‘ Hindostaanse jongen. Het boek is een

Van de hand van oud-minister Jan Pronk (1940) verscheen zijn lang verwachte Suriname-boek: Suriname. Van wingewest tot natie­staat. Hij was minister van Ontwikkelingssamenwerking in het Kabinet Den Uyl (1973–1977) en een groot voorstander van Suriname’s onafhan­ke­lijkheid. Samen met premier Den Uyl en minister De Gaay Fortman (ARP) van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksaangelegenheden geldt Pronk als

In ons ouderlijk huis hingen foto’s in de voorzaal (woonkamer) die dateren van eind jaren vijftig en begin jaren zestig. Het waren de bekende foto’s die je bij veel gezinnen in de voorzaal zag hangen: zwart-wit-foto met ouders die op een stoel zitten en met daarachter de kinderen. Als ik mij niet vergis was het

Achter de façade van de zo geroemde vreedzame co-existentie van de verschil­lende bevol­kings­groepen in Suriname gaat een onver­holen etnocen­trisme schuil. In eigen (etnische) kring hebben we het over ‘Negers’, ‘Djoeka’s’ of ‘Koelies’. Over en weer schrijven we kwali­fi­caties toe aan andere etnische groepen zoals luiheid, inhaligheid, gierigheid, onbetrouw­baarheid, losse seksuele moraal et cetera.   Het is

God zij met ons Suriname is een publi­catie van de Nederlandse socioloog, schrijver en oud-journalist Herman Vuisje (1946) over multi-religi­o­­siteit in Suriname. De titel verwijst niet alleen naar de eerste regel van het Nederlandse couplet van het Surinaamse volkslied, maar is ook een verzuchting van de auteur die begaan is met Suriname en zich afvraagt

                  Een boek begint met een titel. Soms is het moeilijker om een passende titel te vinden, dan een heel boek te schrijven. Toen ik Zeven rivieren ver zag op de boeken­tafel van Uitgeverij In de Knipscheer in Vereniging Ons Suriname, dacht ik meteen aan de Brits-Indische

De prijs van geluk is de eerste roman van Ruben Gowricharn. Hij is hoogleraar Hindostaanse diaspora aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het boek heeft als thema’s migratie, integratie, vervreemding, worsteling met culturele identiteit, succes en verlies. Het is niet gebrui­kelijk dat een wetenschapper/hoogleraar de weten­schap­pe­lijke pen verruilt voor de literaire. Het gaat namelijk om

Onlangs is verschenen een roman van de hand van de arts Kirtie Ramdas getiteld Diya. Diya is de naam van de hoofd­persoon; een Hindostaanse jonge vrouw die verliefd raakt op een autochtone Nederlandse jongeman Lucas. Daarna beginnen echter de problemen; namelijk de accep­tatie van deze ‘bakra’ door de Hindostaanse familie. Ik heb dit boek in

De voormalige Minister van Suriname Stanley Raghoebarsingh heeft het levens­verhaal van zijn familie te boek gesteld. Het is een kroniek geworden van een Hindostaanse familie. Het is dus geen roman, maar het betreft het verhaal van overleden en bestaande personen. Het boek bestrijkt een periode van meer dan 100 jaar en vier generaties. Tegen het decor

Vorig jaar verscheen het boek Surinaamse gemeen­schaps­bouwers in Den Haag. Een terugblik op 60 jaar maatschap­pe­lijke inzet. De redactie bestond uit een drietal personen waar onder de directeur van Autar Consultancy die de opdracht had gekregen voor de samen­stelling van de publi­catie. Met twee van de redac­teuren ben ik goed bekend. Het boek geeft een

Hindostanen hebben de afgelopen anderhalf eeuw op drie verschil­lende conti­nenten gewoond. Het gevolg hiervan is dat wij in een vlucht- en/of overle­vings­modus hebben gezeten. Onze (voor)ouders hebben hard gewerkt om telkens weer een nieuw bestaan op te bouwen in zowel Suriname als in Nederland. En om een nieuw bestaan op te bouwen is het belangrijk

Een Surinaams-Hindostaanse familie­ge­schie­denis tegen de achter­grond van (post)koloniale ontwik­ke­lingen in Suriname. ‘Wie ik ben en wat ik denk is vanaf 1873 gevormd en gekneed door vier generaties van immigranten en harde werkers. Ik ben gevormd door katho­lieke scholen en de St. Rosakerk, maar ook door de Hindoe-pandits Haldar, Sahtoe en Raghoebier.’ – K.R. Sing  

TOP