Column Hans Ramsoedh:

'Stel, er is geen hoop!'

Hoop is zoiets als warmte. We kunnen niet zonder beide. Zonder warmte is het kil en als er geen hoop is dan is het alsof het fundament van ons bestaan wordt wegge­slagen. Er is een link tussen hoop en de nieuw­jaarswens.
Op oudjaars­avond en de twee weken die daarop volgen zijn ‘de beste wensen’ en ‘gelukkig nieuwjaar’ veelge­hoorde woorden. Er is geen officiële datum waarop we dat niet meer doen. Er zijn mensen (vaak mensen die nog in de chris­te­lijke traditie zitten) die 6 januari als laatste dag zien waarop ze de ander deze wens doen. Op deze dag valt namelijk jaarlijks de chris­te­lijke feestdag Driekoningen. Dit is ook de dag waarop de kerstboom de deur uitgaat. Anderen houden 15 januari als einddatum. Daarna wordt het als een gepas­seerd station beschouwd om de jaarwis­seling er nog bij te halen.
Op zich is het heel vreemd dat we iemand na 6 of 15 januari niet meer het beste toewensen. Dierbaren wens je altijd het beste toe. Met de beste wensen wordt feitelijk hoop uitge­sproken voor de ander: hoop dat de ander gelukkig mag zijn, in goede gezondheid mag verkeren,   succes of geluk hem/haar ten deel mag vallen et cetera. Met andere woorden met het uitspreken van hoop steek je de ander een hart onder de riem.

Over hoop verder gesproken. Wie, zoals ik, met de trein vanuit Arnhem richting Randstad reist, maakt altijd een tussenstop op het trein­station in Ede/Wageningen. Pal naast dit trein­station bevond zich een muur met daarachter de Enka fabriek. Op deze muur was veel graffiti te zien. Tussen de graffiti stond ook nog de tekst ‘Stel, er is geen hoop!’. Ik ben geen regel­matige trein­rei­ziger, maar de keren dat ik de trein vanuit Arnhem nam richting Randstad werd mijn aandacht steeds getrokken door deze tekst. Ik vroeg mij iedere keer af of deze graffi­ti­kun­stenaar hoopte dat trein­rei­zigers over zijn stelling zouden nadenken. Ik ga ervan uit dat de tekst­schrijver naar alle waarschijn­lijkheid een jonge gast moet zijn geweest, want het zijn meestal jonge manne­lijke gasten die in de nachte­lijke uren en in anoni­miteit deze kunstvorm beoefenen. Iedere keer als ik in Ede/Wageningen met deze tekst werd gecon­fron­teerd stond ik even stil bij deze woorden, zij het kort, omdat ik vrij snel weer verder ging met waarmee ik bezig was, meestal de krant lezend. De muur en de Enka fabriek zijn inmiddels al enige tijd geleden gesloopt en daarmee is ook de tekst op de muur verdwenen. Desondanks tuur ik bij de tussenstop in Ede/Wageningen nog steeds onbewust naar de open plek waar vroeger de Enka fabriek stond alsof ik nog steeds op zoek ben naar de verdwenen tekst.

Die tekst heeft mij eigenlijk nooit meer losge­laten. Ja inderdaad, stel dat er geen hoop (meer) is. Maar wat is hoop eigenlijk, wat is het belang van hoop en wat is de betekenis van leven zonder hoop? In het verleden waren het ‘de grote verhalen’ van politieke ideolo­gieën (socia­lisme, commu­nisme, fascisme, natio­naal­so­ci­a­lisme) die miljoenen mensen hoop gaven: een leven in het arbei­ders­pa­radijs. Die verhalen bleken echter alle valse hoop te zijn. Tegenwoordig wordt het geestelijk vacuüm opgevuld door populisten, natio­na­listen, funda­men­ta­listen en het naakte eigen­belang. Hoop is ook wat mensen aan religie bindt: de hoop op verlossing of een leven in het hierna­maals of paradijs. Of die hoop ijdel of vals is durf ik niet met zekerheid te stellen.

Hoop is blijkbaar een existen­tiële mense­lijke eigen­schap. In ons taalge­bruik zijn er veel uitdruk­kingen die refereren aan hoop: op hoop van zegen, geen valse hoop wekken, ijdele hoop, tussen hoop en vrees, er het beste maar van hopen, geloof, hoop en liefde et cetera. Deze uitdruk­kingen refereren feitelijk aan een verlangen naar iets goeds in de toekomst. Het houdt in dat je je daarbij een voorstelling kan maken van hoe de situatie eruit zou kunnen zien waarnaar je verlangt. Met andere woorden, hoop is enerzijds een inner­lijke houding die vertrouwen uitdrukt (ik hoop dat het goed komt), maar houdt ander­zijds ook geen garantie in aangezien een goede uitkomst niet bij voorbaat vaststaat. Daarmee is hoop eigenlijk een ander woord voor mogelijkheid.

Hoop en actie zijn ook onlos­ma­kelijk met elkaar verbonden. Actie is onmogelijk zonder hoop, zoals de Amerikaanse publi­ciste en klimaat­ac­ti­viste Rebecca Solnit schrijft (Hope in the Dark. Untold Histories. Wild Possibilities, 2016). Een voorbeeld hiervan is de I have a dream  speech van Martin Luther King Jr. in 1963 voor het Lincoln Memorial in Washington D.C. Deze speech van King is een van de meest inspi­re­rende speeches in de geschie­denis van de twintigste eeuw. In deze speech had hij het over de droom die hem voor ogen stond, de droom van vrijheid, gelijkheid, recht­vaar­digheid en broeder­schap. Kings droom in zijn iconische speech gaf hoop aan zwart Amerika. Die hoop kreeg enkele jaren later zijn vertaling in de Amerikaanse Civil Rights Act.

Om dichter bij huis te blijven, hoop was ook de uitkomst van het proces in Suriname in november 2019 in verband met de Decembermoorden in 1982. Jarenlang hebben nabestaanden en hun medestanders geijverd voor veroor­deling van de verant­woor­de­lijken voor de Decembermoorden. Drie moedige vrouwe­lijke rechters veroor­deelden Bouterse, ondanks dreige­menten, conform de eis tot twintig jaar cel voor zijn betrok­kenheid bij deze moorden. Eindelijk gerech­tigheid voor de nabestaanden waarmee een lang gekoes­terde hoop in vervulling ging. Door de pajong­waaiers en foetoeboi’s [hielenlikkers/loopjongens] van de oud-dictator werd de bekende framing weer van stal gehaald: een gerech­te­lijke staats­greep, politiek proces en politiek vonnis, én dat allemaal geregis­seerd door de ex-koloni­sator. Dit soort uitspraken zegt uiteraard veel over hun democra­tische gezindheid. Als we het hebben over een ‘politiek vonnis’, dan heb ik mijn hoop gevestigd op de vox populi in mei 2020 als er dan verkie­zingen zijn in Suriname.

In het kader van het belang van hoop wil ik niet nalaten om ook te wijzen op de onver­moeibare strijd van Theo Para (alter ego van de arts Henry Does) met zijn columns, ingezonden stukken en publi­caties voor berechting van de daders van de Decembermoorden en een fatsoenlijk Suriname. Bij zijn bijdragen moet ik denken aan de bekende regels in het gedicht van de Nederlandse verzetsman Van Randwijk: ‘een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht’. Theo Para heeft sinds de jaren tachtig met zijn polemische stijl, vlammende pen in de stijl van J’accuse [ik beschuldig] en een passie, zoals we die kennen van Albert Helman, de nestor van de Surinaamse literatuur, het licht in Suriname brandend gehouden en de hoop op berechting levend gehouden. Na het heengaan van Albert Helman in 1996 kan hij worden beschouwd als het geweten van Suriname.

Om terug te komen op de verdwenen muurtekst in Ede/Wageningen: ‘Stel, er is geen hoop!’ Het is belangrijk dat we hoop blijven koesteren want als er geen hoop is dan is er een grote kans dat we in een existen­tiële crisis komen te verkeren. Een bekende uitdrukking luidt: hoop doet leven. Met andere woorden, als er geen hoop is dan is het leven hopeloos en dan dooft langzaam het licht. Was het de bedoeling van de anonieme tekst­schrijver dat we over zijn stelling op de muur op het trein­station in Ede/Wageningen zouden gaan nadenken? Ik denk het haast wel, dat was bij mij in ieder geval wel het geval. Als lezer van deze column wens ik u een hoopvol 2020 toe.

TOP