Sociaal pyromanen binnen de Surinaamse gemeenschap en hun protest bij de ADEK-lezing door President Santokhi

Hans Ramsoedh

Dr. Hans Ramsoedh historicus/publicist

De Anton de Kom-lezing door de Surinaamse president Chan Santokhi op 10 september j.l. vormde voor een groep ‘activisten’ zich noemend de WID-beweging (Woor­den-Inten­ties-Daden) aan­leiding een petitie te starten om te protes­teren tegen de lezing door de president. Daarnaast besloot de WID bij aanvang van de lezing een protestdemonstratie te houden.
Santokhi zou volgens de ‘activisten’ niet de aangewezen man zijn om deze lezing te houden aangezien zijn beleid strijdig zou zijn aan het gedachtegoed van De Kom. In een eerdere bijdrage ben ik ingegaan op deze petitie. In deze bijdrage beschrijf ik de protestdemonstratie op 10 september en hoe we deze moeten interpreteren.

Vóór aanvang van de lezing hadden circa vijfhonderd demonstranten (voornamelijk Afro-Surinaamse demon­stran­ten) zich verzameld voor het gebouw van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam waar de lezing werd gehouden. Vrijheid van meningsuiting en het recht om te demonstreren zijn grondwettelijke rechten in Nederland, echter wanneer deze rechten enkel en alleen dienen om mensen te beledigen dan is er sprake van misbruik van deze grondwettelijke rechten. Van misbruik van deze rechten was dan ook sprake bij deze protestdemonstratie bij de Adek-lezing door president Santokhi. Het protest van de ‘activisten’ mondde vóór en na de lezing namelijk uit in een orgie van scheldkanonnades, verbale dreigementen en racistische uitingen richting de president en bezoekers van de lezing. De president en  Surinaams-Hindostaanse bezoekers kregen allerlei racistische opmerkingen naar hun hoofd geslingerd en de bekende mpp-scheldwoorden [scheldwoorden die betrekking hebben op het vrouwelijk geslachtsdeel] vlogen hen om de oren. Ook Creoolse bezoekers moesten het ontgelden. Zij werden uitgemaakt voor landverraders, NSB-ers en Redi Musu’s [zwarte militairen in dienst van het koloniale leger die jacht maakten op gevluchte totslaafgemaakten]. Onder de demonstranten was ook het pro-Bouterse sentiment sterk aanwezig en er werden NDP-vlaggen [de partij van Bouterse] gevoerd. Beelden van het protest zijn op social media viraal gegaan.

In de Surinaamse media (kranten, radio, televisie en internet media) is er met veel afschuw gereageerd op het verwerpelijke en racistische gedrag van de demonstranten. Ik volsta hier met enkele van deze commentaren:

  • ‘de krochten van het primitieve’ (columnist Gerold Rozenblad in de Ware Tijd, 13/09/21;
  • ‘overtreding van de dikke grens van het toelaatbare’ (redactioneel commentaar de Ware Tijd, 14/09/21);
  • ‘mensen die zijn blijven steken in het primitieve tijdperk, zelfs in een land met zoveel ontwikkelingsmogelijkheden; Ze hebben niks begrepen van waar Anton de Kom voor stond. De groep heeft alleen maar het eigen gore braaksel over zich heen gekregen. Een walgelijk en vulgair optreden van platvloerse mensen die zich het recht hebben ontnomen zich met Sranan te associëren en onze fraaie vlag te besmeuren. Racisten hadden het over racisme’ (Nita Ramcharan, Starnieuws, 14/09/21);
  • ‘de racistische aanval op Hindostaanse landgenoten in Amsterdam was misselijkmakend. Gelukkig hebben vele Surinamers van alle pluimage dit met afschuw afgekeurd’ (columnist Iwan Brave, de Ware Tijd,17/09/21).
  • ‘anti-Santokhi demonstranten schofterig, respectloos, ordinair en racistisch’ (ingezonden stuk van R. Hobber, Waterkant.net (12/09/21)
  • ‘wie zwijgt stemt in deze toe en je zou je als organisatie/collectief (uitgaande van enige vorm van organisatie welke achter het protest stond) van dit soort malotisch gespuis moeten distantiëren’ (ingezonden stuk J. Day, SrHerald, 11/09/21).
  • ‘ik zie in een hoek een groepje Creoolse vrouwen zitten en zie de haat in hun ogen. Ik wil ze vragen waarom ze dit doen en wat ik in hun ogen gedaan heb om zoveel hatelijke dingen te moeten horen’ (ingezonden stuk A. Khemradj, de Ware Tijd, 13/09/21).
  • ‘de huidige situatie is dat discriminatie en racisme niet meer sluimerend, maar openlijk aanwezig zijn. Niet alleen in eigen land, maar ook in het buitenland verliest Suriname zijn imago van ‘alle rassen leven in harmonie met elkaar’ (ingezonden stuk van Josta Vaseur, SrHerald, 19/09/21).

Vier dagen na het protest nam de WID in een verklaring afstand van individuen die tegen de regels en afspraken in ongepast taalgebruik hadden gebezigd. Volgens een van de organisatoren (in een interview in de Ware Tijd15/09/2021) ging het om drie mensen onder de demonstranten die olie op het vuur hebben gegooid en ‘een meneer in NDP-tenue en twee beroepsprovocateurs van Den Haag’. Het ging niet over racisme aldus deze zegsman. Wie echter de beelden op social media heeft gezien kan niet anders concluderen dat het hier een georkestreerde bijeenkomst en opgejutte groep betrof die vóór en na de lezing haar racistische onder­buik­gevoelens de vrije loop liet zonder dat er werd ingegrepen. Enkele vertegenwoordigers van de protestdemonstratie werden vóór aanvang van de lezing door de Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken ontvangen die hun petitie in ontvangst nam met de toezegging hierop te zullen reageren als ze hun email-adres ook achterlieten.
Indien de organisatoren daadwerkelijk de racistische uitlatingen betreuren, waarom hebben zij verzuimd de dag erna de president hun verontschuldiging aan te bieden voor het verwerpelijke gedrag van de demonstranten? Door dit na te laten en de racistische uitlatingen tijdens de demonstratie te vergoelijken kozen de organisatoren voor de Pontius Pilatus-aanpak [de handen in onschuld wassen]. Deze aanpak heeft dan ook veel weg van de bekende strategie van Desi Bouterse om bij problemen of ongewenste ontwikkelingen anderen de schuld in de schoenen te schuiven: A no mi, na den trawan [het zijn de anderen die de schuld dragen, niet ik/wij].
In een verklaring keurde de NDP van Bouterse de manier af waarop de president is bejegend door ‘enkele individuen’ en sprak zij van ongefundeerde insinuaties dat de NDP in Nederland het protest georganiseerd en gefinancierd zou hebben.

Binnen de Surinaams-Hindostaanse gemeenschap heeft het racistische karakter van de demonstratie bij de Anton de Kom-lezing door deze Afro-Surinaamse activisten veel stof doen opwaaien. Het is vooral de felheid ervan die veel mensen heeft doen schrikken: de opgekropte haat die als heel zorgwekkend wordt gezien. Afgaand op de berichten op social media is het breed gedeelde gevoel bij hen dat binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap latent veel wrok bestaat over het feit dat een Hindostaan president is van Suriname. Die wrok vormt de belangrijkste bron van het racisme onder de Afro-Surinaamse gemeenschap jegens Hindostanen. Bij Creolen zou sprake zijn van een ‘Hindostaanfobie’. Die latente Afro-Surinaamse wrok werd manifest op 10 september.
Hierover schreven de columnisten Sookhlall en Mahabier het volgende: ‘Op pijnlijke, doch schokkende wijze hebben wij via WhatsApp-beelden kunnen zien hoe president Chan Santokhi, de first lady en Hindostanen geschoffeerd, beledigd en belaagd werden door een groep aanwezige Afro-Surinamers. Men maakte zich schuldig aan groepsbelediging. De asociale en onbeschofte verwensingen waren niet alleen gericht tegen Santokhi en zijn vrouw, maar tegen alle Hindostanen die men aldaar tegenkwam. Dus dit had niets te maken met Santokhi of zijn beleid; Hindostanen waren het doelwit. Dit is de reinste vorm van zwart racisme en ook nog van de groep die het hardst en het snelst schreeuwt gediscrimineerd te worden. Let wel, het is niet de intentie om alle Afro-Surinamers over één kam te scheren, want niet allemaal zijn racisten’ (‘Aso-negers misdragen zich tot in Amsterdam’, SrHerald, 19/09/21)

Het gedrag van de demonstranten op 10 september moeten we niet, zoals ook Sookhlall en Mahabier schrijven, gelijkschakelen met dé Afro-Surinamers. Veel Afro-Surinamers hebben in woord en geschrift ook met afschuw gereageerd op het racistische gedrag van de demonstranten. Het is dan ook onjuist om de racistische demonstratie op 10 september te zien als een actie van Afro-Surinamers tegen Surinaamse-Hindostanen. On­danks de ontkenning van de NDP van Bouterse valt niet uit te sluiten dat de demonstratie bij de Adek-lezing vanuit Paramaribo is geïnstigeerd door politieke tegenstanders van president Santokhi. Daarbij hebben de organisatoren doelbewust ingespeeld op het aanwakkeren van de latent aanwezige etnische animositeit tussen Hindostanen en de Afro-Surinaamse bevolking. Dit is een strategie die in het verleden in diverse landen met ‘succes’ is toegepast met alle tragische gevolgen van dien. Deze ‘activisten’ beschouw ik dan ook als sociaal pyromanen [haatzaaiers] binnen de Surinaamse samenleving. De protestdemonstratie op 10 september was dan ook hun demasqué (ontmaskering) binnen de Surinaamse gemeenschap. Zij vormen echter een minderheid binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap en hun opvattingen en gedrag zijn zeker niet representatief voor deze bevolkingsgroep.

Ik betwijfel of de organisatoren van de protest­demon­stratie zich hebben verdiept in het gedachtegoed van Anton de Kom. Zijn hoogste ideaal was namelijk eenheid en samenwerking tussen de verschillende bevol­kings­groepen in Suriname. Hierover schrijft hij in Wij slaven van Suriname: ‘Misschien zal ik er in slagen iets van die verdeeldheid uit de weg te ruimen die de zwakte was dezer gekleurden, misschien zal het niet geheel onmogelijk zijn om negers en Hindostani, Javanen en Indianen te doen verstaan hoe slechts de solidariteit alle zonen van moeder Sranang kan verenigen in hun strijd voor een menswaardig leven’. De racistische protest­demonstratie op 10 september staat dan ook haaks op het gedachtegoed van De Kom. We moeten ons focussen op wat ons als gemeenschap verbindt in plaats van op wat ons scheidt. Wans ope tata komopo [waar we ook vandaan kwamen] is een van de strofen in het Surinaamse volkslied. Suriname en de Surinaamse gemeenschap in Nederland zijn niet gebaat bij raciale polarisatie.

Foto’s: SR Herald, AT5 en Radio Double7FM/BEMOEI BRIGADE

REACTIE

TOP