Schrijver en nobelprijswinnaar Sir V.S. Naipaul: ‘Als een schrijver geen vijandigheid genereert, is hij dood’.

Hans Ramsoedh

De op Trinidad geboren Vidiadhar Surajprasad Naipaul (17 augustus 1932 – 11 augustus 2018)  kon als schrijver rekenen op een brede internationale erkenning. Hij behoort tot een van de belangrijkste auteurs in de Engelse taal in de twintigste eeuw. Veel van zijn boeken worden algemeen erkend als meesterwerken. Naipaul is echter geenszins onomstreden. Zijn critici verwijten hem dat hij de wereld vooral vanuit Eurocentrische visie bekeek. Hij had daarnaast de eigenschap vrijwel iedereen tegen zich in het harnas te jagen door voortdurend kritiek rond te strooien. Naipaul schroomde er niet voor zijn opvattingen naar voren te brengen terwijl hij al op voorhand wist dat wat hij zei en schreef als onaangename waarheden felle kritiek zou uitlokken. Hij was dan ook een auteur die zich weinig gelegen liet liggen aan politiek-correcte taboes en een schrijver die moeilijk was in de omgang en ook arrogant, grof en bot kon zijn. Zo liep hij in 1982 eens boos weg bij een interview in Nederland omdat hij de vragen uit het publiek te dom vond en de meningen vooringenomen. Tegen de vrouw van de Amerikaanse ambassadeur in India zei hij op een schrijversfestival in New Delhi in 2002: ‘Mevrouw, u irriteert mij. U hebt zulke onnozele meningen’. De term Naipauliaans is inmiddels in de taal ingeburgerd en staat voor veel gemopper, gezeur en een broertje dood hebben aan politieke correctheid en subtiliteit.

Zijn eerste romans worden in Suriname op middelbare scholen veel gelezen. Deze handelen namelijk over de Hindostaanse gemeenschap op Trinidad die veel overeenkomsten vertoont met die in Suriname. Mijn belangstelling voor Naipaul ontstond door zijn reisverhalen, een genre dat ik graag lees. Hij is dan ook een van mijn favoriete schrijvers van reisverhalen. Ik ben geen kenner van Naipaul, maar slechts een groot liefhebber van zijn reisverhalen. In deze bijdrage zal ik ingaan op enkele van zijn reisverhalen over het Caraïbisch gebied, India, de Islamitische wereld en Afrika en de reacties deze opriepen bij zijn critici. Alvorens in te gaan zijn Naipauls reisverhalen en de reacties daarop zal ik zal kort ingaan op zijn achtergrond en zijn eerste romans.

Schrijver van fictie
Naipauls (brahmaanse) grootouders waren Brits-Indische contractarbeiders. Hij is geboren in Chaguanas, de grootste gemeente en stad van Trinidad en Tobago in het Caraïbisch gebied. Zijn vader, journalist bij een krant, wilde eigenlijk schrijver worden. Na afronding van de middelbare school in 1950 kreeg Naipaul een beurs om in Oxford Engelse letterkunde te gaan studeren. Naast zijn studie leverde hij nu en dan een bijdrage aan het BBC-programma Caribbean Voices. Na het behalen van zijn Bachelor-diploma in 1953 werkte Naipaul voor de BBC, maar zijn eigenlijke ambitie was om schrijver te worden. Tussen 1957 en 1959 publiceerde hij drie boeken (The Mystic Masseur, Miguel Street en The Suffrage of Elvira). Zijn internationale doorbraak kwam in 1961 met zijn vierde boek, het tragikomische epos A House for Mr Biswas (Ned. Vert. Een huis voor meneer Biswas 2016). Meneer Biswas, gemodelleerd naar zijn vader, woont na zijn huwelijk in bij zijn schoonfamilie. Hij wil niets liever dan bewijzen dat hij niet afhankelijk is van die schoonfamilie. Het ultieme bewijs van die onafhankelijkheid is als hij met zijn gezin een eigen huis zou kunnen betrekken. Dat eigen huis wordt een obsessie voor Biswas wiens hele leven staat in het teken van het verwezenlijken van deze droom.

Overstap naar non-fictie
Na deze drie romans maakte hij de overstap naar non-fictie, de reisverhalen. Hiermee onderzocht hij allereerst wie hij was en de omgeving met hindoes, moslims en Afro-Trinidadianen die hij vanaf zijn jeugd kende. Het betekende dat hij op zijn reizen landen bezocht die verband hielden met wat hij al wist: met zijn romans heeft hij zijn jeugdjaren onderzocht en zijn reisverhalen leidden hem naar het Caraïbisch gebied, India, de Islamitische wereld en Afrika. Met zijn reisverhalen werd Naipaul vooral de auteur van de culturele chaos als gevolg van de dekolonisatie. Hij beschrijft hoe mensen zonder worteling in het verleden of in een gefingeerd verleden hun weg door het leven zoeken.
In 1960 kreeg Naipaul van de regering van Trinidad en Tobago een beurs om te schrijven over het Caraïbisch gebied. Hij reisde zeven maanden rond in de regio (Trinidad, Brits-Guyana, Suriname, Martinique en Jamaica), en de vrucht van die reis was The Middle Passage (1962). Een Nederlandse vertaling (Caribische reis) verscheen in 1993. Met The Middle Passage was hij nu niet langer de schrijver die slechts putte uit zijn herinneringen, maar die nu ook schreef over wat hij om zich heen zag en de vele gesprekken die hij voerde met mensen. West-Indië omschreef hij als een regio in verval met een volk dat dom is, oncreatief en verdeeld. Het zijn half-made-samenlevingen met namaak persoonlijkheden. Over Trinidad, het eiland van zijn jeugd, is Naipaul vrij negatief: een samenleving vol hatelijkheid, jaloezie, samenzweerderig gekonkel, afgunst, kinderachtige ruzies, langdurige vetes, absurde gewoontes, huichelachtigheid, onbeschaafdheid en mensen die gebukt gaan onder een pathetische nostalgie. Het waren kwetsende maar ook rake observaties. In een latere publicatie (The Overcrowded Barracoon and Other Articles,1972) schreef hij dat de tragiek in het Caraïbisch gebied is dat als gevolg van zijn kunstmatige creatie de bewoners geen wortels konden schieten en daardoor geen naties konden worden. Het zijn gemaakte maatschappijen, arbeidskampen, scheppingen van het kolonialisme. Afhankelijkheid werd een gewoonte. Over Suriname is hij in The Middle Passage aanzienlijk milder en vriendelijker. De sfeer in het land vond hij aangenaam. In zijn optiek was Suriname na het Nederlands koloniale bewind te voorschijn gekomen als het enige kosmopolitische gebied in heel West-Indië en met een bevolking bestaande uit verschillende culturen die aangepast maar nog goed van elkaar te onderscheiden, vreedzaam naast elkaar leefde. Op grond van zijn impressies van het Caraïbisch gebied kon men in het Caraïbisch gebied zijn bloed wel drinken. Hij werd beschouwd als een Caraïbische nestbevuiler, iemand die te veel de kant koos van de voormalige kolonialen en die de verloedering en wanhoop van postkoloniale samenlevingen te weinig op rekening schreef van de voormalige onderdrukkers.

Over India, het land van zijn voorouders, schreef hij drie reisverslagen: An Area of Darkness (1964) [Ned. vert. Een domein van duisternis 1994], India: A Wounded Civilization (1977) en India: A Million Mutinies Now (1990) [Ned. vert Terug naar India, 1991]. Het is een niet al te positief beeld over India dat hij in twee eerste boeken over India schetst. In beide boeken overheerst bij Naipaul de walging: ‘ze ontlasten zich overal. Het is een sociale activiteit voor Indiërs en ze geloven niettemin dat ze het schoonste volk ter wereld zijn’. India had voor hem veel weg van een ‘neurose’ en was in moreel opzicht een wrede en gewelddadige maatschappij. In zijn laatste publicatie over India is Naipaul beduidend milder. Hij was zijn nervositeit over India kwijtgeraakt en het land had een eind weten te maken aan de duisternis die hem gescheiden hield van het verleden van zijn voorouders. Het land was in zijn optiek eindelijk op het spoor gezet van een nieuw soort intellectueel leven en had nieuwe denkbeelden gekregen over zijn geschiedenis en beschaving.
In India was men not amused over wat Naipaul over dit land schreef, maar na de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur in 2001 zou het hem alsnog in de armen sluiten. In 2002 werd in New Delhi een schrijverscongres georganiseerd om Naipauls Nobelprijs te vieren.

Het meest geruchtmakend zijn Naipauls twee boeken over de wereld van de Islam: Among the Believers (1981) [Ned. vert. Onder de gelovigen 2009] en Beyond Belief (1998) [Ned. vert. Meer dan geloof 2009]. Beide boeken zijn het resultaat van zijn reizen door Iran, Pakistan, Maleisië en Indonesië. Met Among the Believers wilde Naipaul door middel van eigen waarnemingen, ervaringen en gesprekken met mensen die hij tijdens zijn reizen ontmoette inzicht krijgen in de Islam. In zijn eerste boek vergeleek hij de Islam met een autoritair opgelegde dogma waarover geen discussie mogelijk is. Als gevolg hiervan kon de Islam zich niet ontwikkelen en ging de geschiedenis aan de wereld van deze godsdienst voorbij. Uiteindelijk leidde dit tot frustratie en opgekropte woede die zich vervolgens niet keerde tegen de Islam maar tegen het Westen. In 1995 bezoekt Naipaul opnieuw dezelfde vier landen. Die reis resulteert in Beyond Belief, waarin hij nog kritischer is over de Islam dan in zijn eerste boek. Hij beschouwde de islamieten als ontwortelden die zich van hun eigen culturele en sociale tradities hadden afgekeerd om een geloof te omhelzen dat het verleden vernietigt. De verspreiding van de Islam buiten de Arabische wereld was in Naipauls ogen in feite niets meer of minder is dan een uiterst kwalijke vorm van imperialisme dat kwalijker was dan het Westerse imperialisme in de negentiende eeuw. Het Westerse imperialisme had volgens Naipaul tenminste ook positieve gevolgen gehad wat voor hem niet voor de Islam geldt. Naipauls kritische stellingname tegenover de Islam in beide boeken is hem in de islamitische wereld dan ook niet in dank afgenomen.

Naipauls boeken over Afrika waren in vergelijking met die over de islamitische wereld minder geruchtmakend maar niet minder onomstreden. Over Afrika schreef hij onder meer de novelle In a Free State 1971 (Ned. Vert. Een staat van vrijheid 2006), de roman A Bend in the River 1979 (Ned. vert. Een bocht in de rivier 1979) en The Masque of Africa2010 (Ned vert. Het masker van Afrika 2011). In deze boeken lopen chaos, dictatuur, wreedheid en de dreigende sfeer als een rode draad. Vanwege deze sfeertekening is Naipaul van racisme beschuldigd en verwijten zijn critici hem dat hij het voorstelt alsof zwarten van nature geneigd zijn tot geweld waarvoor geen reden bestaat. Naipaul wierp deze kritiek van zich af. Hij zag zijn eigen houding als die van de waarnemer die beschreef wat hij zag en niet oordeelde of veroordeelde.

Uitreiking Nobelprijs aan V.S. Naipaul in Oslo in 2001

Prijzen
Naipaul ontving veel belangrijke literaire prijzen. In 1971 werd hem de Booker Prize (een prestigieuze Engelse literaire prijs die ieder jaar wordt uitgereikt voor een fictioneel boek in de Engelse taal) toegekend voor zijn boek In a Free State. Hij werd in 1990 vanwege zijn verdiensten voor de literatuur door de Engelse koningin in de adelstand verheven. Hij gaat sindsdien als ‘Sir’ door het leven. Het koor van zijn vijanden klonk lange tijd te luid voor de Nobelprijs voor literatuur. In 2001 werd hem eindelijk de Nobelprijs toegekend. Hij ontving de prijs volgens de jury: ‘Voor het verenigen van scherpzinnige vertelling en onkreukbare waarneming in werken die ons de aanwezigheid van de verdrongen geschiedenis dwingen in te zien’. Naipaul was de tweede Caraïbische auteur die de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg. De schrijver, dichter en toneelschrijver Derek Walcott (Saint Lucia) ontving deze prijs in 1992. Naipaul ontving daarnaast eredoctoraten van verschillende universiteiten.

Boeken over Naipaul
Paul Theroux, schrijver van reisverhalen en voormalige vriend van Naipaul, publiceerde in 1998 met Sir Vidia’s Shadow. A Friendship Across Five Continents (Ned. Vert. De geschiedenis van een vriendschap, 1998) een intrigerend en tegelijkertijd een verwoestend  boek over zijn vriendschap met Naipaul waarin hij diens persoonlijkheid, schrijverschap, zucht naar roem en zijn kijk op de wereld beschrijft.

De Britse literatuurwetenschapper Patrick French schreef een onthutsende en tevens een choquerende biografie over Naipaul: The World Is What It Is. The Authorised Biography of V.S. Naipaul (2008) [Ned. Vert. V.S. Naipaul. Een biografie, 2009, 613 pp.]. Dit boek is een geautoriseerde biografie waarvoor Naipaul hem exclusieve toegang tot zijn privédocumenten verleende. Het beeld dat uit deze biografie rijst is dat Naipaul een briljante persoon was maar met een wrede en zelfzuchtige persoonlijkheid en die geen prettig mens in de omgang was. Deze biografie levert een uniek inzicht op in de ontberingen uit Naipauls jeugd, zijn tomeloze ambitie, zijn depressies, zijn gecompliceerde liefdesleven en zijn gevoel van ‘dubbele ballingschap’.

In dit verband wil ik ook wijzen op bijdragen van de publicist Anil Ramdas (1958-2012) over Naipaul. Ramdas was een Naipauliaan [een bewonderaar van Naipaul] die in onder meer De Groene Amsterdammer, NRC en in een aantal andere publicaties over Naipaul heeft geschreven: De Papegaai, de stier en de klimmende bougainvillea (1992) en Zonder liefde valt best te leven (2004). In meerdere bijdragen verhaalde Ramdas over zijn ontmoeting met Naipaul in 1982 in Amsterdam. Bij die ontmoeting vroeg Naipaul aan Ramdas wat hij in de toekomst wilde gaan doen. Hierop antwoordde Ramdas: ‘Naar mijn land terug om het op te bouwen’. Naipaul: ‘Je wilt dus heus terug naar de bush-bush? Hier heb je beschaving gevonden, alleen hier kun je je ontplooien. Neem dan in ieder geval je trommels mee’, zei Naipaul beslist en keerde zich om. Een reactie die hem ten voeten uit was.

 Een dwarsligger
Naipauls literaire meesterschap staat buiten kijf staat. Als schrijver had hij zich het westerse gedachtegoed eigengemaakt waardoor hij voor zijn critici ook als een Eurocentrische racist werd gebrandmerkt en beschouwd als een onverbeterlijk misantroop. Opgemerkt zij hierbij dat het etiket ‘racist’ sinds enkele decennia te pas en te onpas op iemand wordt geplakt wiens opvattingen als politiek incorrect worden beschouwd. Naipaul was echter wars van alle literaire mode. Hij was geen meeloper die in het gevlei wilde komen van de zogeheten  ‘progressieven’, maar een dwarsligger. Het pleit voor hem dat hij zich weinig gelegen liet liggen aan politiek-correcte taboes. Hij sprak in zijn boeken uit wat anderen voor zich hielden. Ik sluit niet uit dat hij genoegen schiep in de controverses die zijn boeken en uitspraken opriepen. Ondanks dat Naipaul vanaf zijn achttiende jaar in Engeland woonde was hij geenszins verengelst. Hij bleef, zoals Paul Theroux schreef, in alle opzichten een brahmaan: kastebewust, rasbewust, fanatiek over voedsel en het gevoel dat zijn cultuur belaagd werd. Hierdoor benaderde zijn gedrag het niveau van een zelfparodie. Hij was dol op gelegenheden waarbij zich gekoesterd voelde. Voor hem was er dan ook geen tastbaarder vorm van gekoesterd worden dan verheffing in de adelstand in 1990. Over zijn schrijverschap zei Naipaul dat het leven kort is. Hij kon niet luisteren naar banaliteit. Schrijvers moesten in zijn optiek onenigheid oproepen want als een schrijver geen vijandigheid geneert is hij dood. Naipauls boeken zijn meesterwerken en vormen reden genoeg om die met grote aandacht te lezen. Naipaul is een zeldzame auteur die we moeten koesteren. Hij overleed op 11 augustus op 85-jarige leeftijd in Londen.

Verder lezen: op Wikipedia > V.S. Naipaul vindt de geïnteresseerde lezer een overzicht van zijn publicaties. Zijn meeste publicaties zijn in het Nederlands vertaald.

Uw reactie kunt u HIER naar toe sturen o.v.v. uw naam, woonplaats en e-mailadres.

TOP