Schendingen van mensenrechten en het herinneringserfgoed in Paramaribo

Eric Kastelein

Monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van schending van mensenrechten vanaf 25 februari 1980 

Monument ter nagedachtenis aan slachtoffers van schending van mensenrechten vanaf 25 februari 1980

In de middenberm van de Dr. Sophie Redmondstraat, ter hoogte van het regeringsgebouw (later Dr. Ir. Frank Essed Gebouw), verzamelen zich op dinsdag 13 juli 1993 meer dan driehonderd mensen. Hieronder bevinden zich nabestaanden van slachtoffers van schending van mensenrechten, president Ronald Venetiaan, leden van de ministerraad, de voorzitter van De Nationale Assem­blée en diplomaten. Ze hebben plaatsgenomen op plastic stoeltjes en zijn getuigen van de plechtigheden rond de onthulling van het monument dat herinnert aan de slachtoffers van de schending van mensenrechten in Suriname vanaf 25 feburuari 1980. Het initiatief om een dergelijke plek te creëren komt van Ilse Labadie van de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede (OGV). Theo Para schrijft later over haar: Zij leefde de menslievende waarden en normen, demonstreerde hun levensvatbaar­heid en deed ze ontkiemen in de schoot van de brede democratische volksbeweging van Suriname (…).

“Landgenoten, kondreman, NOOIT MEER”
Ceremoniemeester A. van Eick nodigt mevrouw Nirmala Rambocus uit naar het spreekgestoelte te komen. De West publiceert de toespraak van de zus van de op 8 december 1982 vermoorde Surendre Rambocus woordelijk. Voor haar, zegt ze, staat het monument symbool voor de oproep te komen tot het onderzoek naar en de berechting van de daders van de decembermoorden. Na het ontsteken van het vredes­vuur en het voordragen door Orlando Emanuels van zijn protestgedicht neemt voorzitster Ilse Labadie van de OGV het woord. Ook haar toespraak wordt in de krant gepubliceerd. Het monument herinnert aan de wens en oproep dat schendingen van mensenrechten zich nooit meer mogen herhalen: (…) landgenoten, kondreman, NOOIT MEER. Vervolgens geven de dochter van de vermoorde advocaat Kenneth Gonçalves en de moeder van de vermoorde politie-inspecteur Herman Gooding een tiental vredesduiven de vrijheid. President Ronald Venetiaan houdt zijn toehoorders voor dat alle mensen recht hebben op een waardig leven, op een waardig mens-zijn en dat iedereen zich daarvoor moet inzetten. Daarna verwijdert hij het doek voor de plaquette op de sokkel van het monument.

Geld overheid geweigerd
Samen geven voor gerechtigheid is de titel van een grote inzamelingsactie die wekenlang te horen is op de radio. In combinatie met een direct mail campagne wordt geld opgehaald bij bedrijven, verenigingen en particulieren. De verkoop van prentbriefkaarten met afbeeldingen van kunstwerken van Surinaamse kunstenaars is een groot succes. Een geldelijke bijdrage van de overheid wordt door de OGV geweigerd.
Het monument is een ontwerp van William Lie A Njoek, de winnaar van de uitgeschreven prijsvraag. Ilse Labadie legt uit dat het abstracte werk een macht, een persoon verbeeldt met een schild in de hand die herhaling voorkomt van wat in het verleden heeft plaatsgevonden. Het laswerk van de koudgewalste stalen platen is van Gordon Barclay, in samenwerking met Doorson’s Constructie Bedrijf. 

Gedenksteen 8 december 1982 Fort-Zeelandia

Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982

Op bastion Veere, één van de drie bastions van Fort Zeelandia, organiseren Stichting 8 December 1982 en Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede (OGV) op 8 december 2009 een herdenkingsdienst voor de vijftien Surinamers die daar 27 jaar geleden door de militaire machthebbers zijn doodgeschoten. Tijdens de bijeen­komst onthult president Ronald Venetiaan samen met enkele nabestaanden het Nationaal Monument Bastion Veere – 8 december 1982. De tekst luidt:

Op deze plek werden op 8 december 1982 vijftien prominente zonen van Suriname zonder vorm van proces door het militaire regime doodgeschoten. Zij stonden voor vrijheid, recht en democratie.

De slachtoffers:
John Baboeram (36) advocaat, Bram Behr (31) journalist, Cyrill Daal (46) vakbondsleider, Kenneth Gonçalves (42) advocaat, Eddy Hoost (48) advocaat, André Kamperveen (58) ondernemer, Gerard Leckie (39) psycholoog, Sugrim Oemrawsingh (42) wiskundige, Lesley Rahman (28) journalist, Soerendra Rambocus (29) militair, Harold Riedewald (49) advocaat, Jiwansingh Sheombar (25) militair, Jozef Slagveer (42) journalist, Robby Sohansingh (37) ondernemer, Frank Wijngaarde (43) journalist.

Gebouw 4 met de gevangenissen Fort Zeelandia

Herinneren centraal bij herdenkingsdienst 2009
Pater Karel Choennie, die de twee uur durende dienst leidt, vertelt de nabestaanden dat vergeten is ontmenselijken en dat het herinneren van de gebeurtenissen altijd moet blijven. Wordt het verleden vergeten, dan is het gedoemd zich te herhalen. President Venetiaan heeft het over de bittere herinnering die in hart en steen is gegrift en nooit meer verdwijnt: Uw last is heel zwaar, uw last is ondeelbaar. De woorden van voorzitter Betty Goede van OGV benadrukken het belang van herinneren. Alle sprekers mijden de naam Desi Bouterse. Alleen Sunil Oemrawsingh van Stichting 8 December 1982 houdt de toehoorders voor dat de misdaden toen – waaronder de executies en het in brand steken van gebouwen – gebeurden onder de goedkeurende blik van de gezaghebber. De volgende dag nemen de kranten het woord: Herdenking 8 december 82 zal nooit overbodig zijn; Nationaal monument 8 december onthuld; Staat mag nooit meer helden doden; De 15 helden worden nooit vergeten.

Jaarlijkse bijeenkomst
De herdenking in 2009 is de derde bijeenkomst in Fort Zeelandia ter nagedachtenis aan de vijftien vermoorde Surinamers. De eerste keer vond plaats in 1995 nadat de militairen het complex na dertien jaar terug hadden gegeven aan Stichting Surinaams Museum. De tweede keer was op 8 december 2002, twintig jaar na de ver­schrikkingen. Nabestaanden, politici, vakbonds­mensen en belangstellenden liepen toen van de Sint-Petrus-en-Pauluskathedraal naar het Fort. Vanaf 2010 is er jaarlijks een herdenkingsbijeenkomst bij het monument.

Vonnis in het proces over de Decembermoorden
De krijgsraad in Suriname heeft op 29 november 2019 president Desi Bouterse, hoofdverdachte in het in 2007 begonnen proces over de Decembermoorden, bij verstek veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. De uitspraak is conform de eis van aanklager Roy Elgin. Voorzitter mevrouw Cynthia Valstein-Montnor en de twee andere rechters achten hem schuldig aan het medeplegen met voorbedachten rade van de moord op vijftien tegenstanders van het militaire regime om de macht te behouden. Als leider van het leger en de veiligheidsdiensten nam hij het besluit de mensen te elimineren. Deze veroordeling is op 30 augustus 2020 door de krijgsraad bevestigd. Bouterse en zijn advocaat zijn hiertegen in beroep gegaan.

De doden van Fort Zeelandia

Gedenksteen voor alle schendingen in Fort Zeelandia

Het Surinaams Museum keert op donderavond 23 november 1995, na dertien jaar eerder door het Militair Gezag te zijn weggestuurd, terug naar Fort Zeelandia, naar baka foto. Conservator Frans Fontaine van het Tropenmuseum in Amsterdam komt met het idee de slachtoffers van 8 december 1982 en van eerdere verschrikkingen in het fort blijvend te gedenken. Om geen tijd te verliezen wordt een tekst opgesteld, op een A-4tje uitgeprint en in een plastic hoesje aan een celmuur bevestigd. Een jaar later volgt de gedenksteen: Allen die in de loop der tijd in Fort Zeelandia het leven lieten willen we hier in stilte gedenken. Deze plaat bevindt zich aan de wand in een cel in gebouw vier.

De vergeten moord op twee gevangenen, 6 november 1942
Op Jodensavanne aan de Surinamerivier zitten vanaf 1942 146 Nederlandse mannen en jongens gevangen, die verdacht worden van vermeende pro-Duitse sympathieën. Ze komen uit Nederlands-Indië en zijn voor internering met het stoomschip Tjisadane naar Suriname overgebracht. Nadat vier mannen begin oktober 1942 weigeren Joodse graven te openen om op zoek te gaan naar sieraden, krijgen ze de opdracht de latrines met blote handen schoon te maken. Ook dat bevel voeren ze niet uit waarop ze geboeid naar Fort Zeelandia worden getransporteerd. Daar moeten de gevangenen zich uitkleden en worden ze geschopt en met knuppels afgetuigd.

Territoriaal-commandant kolonel Johan Kroese Meyer beslist op 6 november zonder proces over het leven van ir. L.K.A. de Raedt van Oldenbarnevelt en L.A.J. van Poelje. Hij geeft de mariniers H. Grift en J.J.H.F. Verhoeven de opdracht de gevangenen ‘op de vlucht’ dood te schieten. J.E. Stulemeyer en C.J. Kraak ontspringen deze macabere dans. Bij Stulemeyer ketst de tommygun. Kraak wordt door ingrijpen van gevangenisdirecteur W.G. Gummels gered: Hij rende naar buiten en schreeuwde dat dit ‘platte moord’ was.

Stulemeyer legt in 1978 zijn ervaringen vast in het boek Kamptoestanden in Nederlands Oost-Indië en Suriname 1940-1946. In detail beschrijft hij in het hoofdstuk ‘De moorden van Fort Zeelandia’ hoe de vier mannen werden aangepakt. In Paramaribo aangekomen worden ze met een militaire vrachtwagen naar het Fort gebracht en in afzonderlijke cellen opgesloten. Twintig minuten na aankomst (De Raedt van Oldenbarnevelt is dan al met vijf schoten omgebracht): Nadat Van Poelje neerge­schoten was werden Kraak en ik uit onze cellen gehaald. Om vermoord te worden? Zij overleven de slachting.

Enkele jaren na de oorlog wordt door waarnemend procureur-generaal mr. E.E. Grunberg officieel vastge­steld dat het om moord gaat, maar tot een proces – laat staan een veroordeling – komt het niet. Wrang genoeg krijgt Meyer in 1948 de Militaire Willems-Orde voor zijn rol bij de politionele acties in Nederlands-Indië. Advocaat A.G. Besier schrijft in het boek De groene hel uitvoerig over deze oorlogsmisdaad. Ook NRC Handels­blad van 11 maart 1995 besteedt aandacht aan deze moorden. Maar zonder gevolgen voor de drie daders, die komen ermee weg.

Monument Gesneuvelde Militairen en Burgers tijdens de Binnenlandse-Oorlog 1986-1992

Gedenkzuil Binnenlandse Oorlog en de slachting in Moiwana

Tijdens deze vuile oorlog – en geen ‘conflict’ zoals verdoezelend op de herinneringszuil (2016) aan de Waterkant staat – vinden honderden onschuldige burgers de dood en moeten tienduizend inwoners van Oost-Suriname voor het meedogenloze geweld vluchten naar Frans-Guyana. Het dieptepunt wordt bereikt op 29 november 1986 in het dorp Moiwana. In een gecoördineerde actie van het Nationaal Leger, dat onder bevel staat van Desi Bouterse, worden ten minste 39 mannen, vrouwen en kinderen geliquideerd.

Buiten Paramaribo, bij Albina, staat een monument speciaal voor de slachtoffers van Moiwana

Vonnis uitgesproken
De moorden en de schending van de rechten van de mens worden bij vonnis op 15 juni 2005 door het Inter-Amerikaans Hof voor de rechten van de mens bewezen geacht. Maar het verplichte strafrechtelijk onderzoek naar de daders wordt niet uitgevoerd en de betalingen van schadevergoedingen aan de 130 overlevenden blijven achterwege. Stichting Fonds Ontwikkeling Moiwana-gemeenschap en Stichting 8 December 1982 roepen eind november 2021 – 35 jaar na het bloedbad, 16 jaar na het vonnis – de regering van Suriname op haar verplichting met betrekking tot het vonnis na te komen. Het wachten is nu op het nemen van verantwoordelijkheid.

***

In mei 2020 verscheen Oog in oog met Paramaribo. Verhalen over het herinnerings­erfgoed. Historicus Eric kastelein reconstrueert meer dan honderd vaak vergeten geschie­denis­sen over bijzondere mensen en gebeurtenissen die in de afgelopen 250 jaar in Para­maribo een gedenkteken hebben gekregen. Boven­staand verhaal is op het boek gebaseerd. De oplage van 1.000 exemplaren is vrijwel uitverkocht. Boekwinkel de Vries van Stockum Den Haag (online) heeft nog enkele exemplaren.

REACTIE

TOP