Radj Ramcharan: “Ik had corona!”

OM RISE Magazine

Verhaal van: Radj Ramcharan, project­leider bij de Stichting Lezen & Schrijven en secre­taris van de Stichting ASHA in Utrecht.

Radj Ramcharan voelde zich niet goed en na onderzoek bleek hij corona te hebben. Hij lag enkele dagen in het ziekenhuis. Na een herstel­pe­riode blikt hij terug op een heftige tijd.

Hij is een actieve hindoe in het Utrechtse met uiteen­lo­pende maatschap­pe­lijke activi­teiten, zoals huiswerk­be­ge­leiding voor middelbare scholieren, bijeen­komsten voor oudere Hindoestanen, zeer betrokken bij het reilen en zeilen van de Hindoetempel. Daarnaast is Radj ook politiek actief voor het CDA, zowel in de stad Utrecht als landelijk. Dat allemaal naast zijn voltijdse baan bij stichting Lezen en Schrijven. Altijd energiek, betrokken en nooit ziek!

Mijn moeder werd op dinsdag 14 april 2020, 78 jaar. Omwille van Social Distancing heb ik haar niet in haar huis kunnen bezoeken maar ik heb haar wel met bloemen en ballonnen kunnen verrassen. Ze was blij mij om mij, na een maand, opnieuw te zien. Ze heeft mij iedere dag gebeld.

Het Holifeest

Maar begin maart voelde hij zich de hele week niet lekker. ‘In de avond koorts, koude rillingen, hoofdpijn en vooral spierpijn in mijn onderrug. Ik gebruikte vooral parace­tamol en dacht dat het wel zou overgaan. Het bleef echter aanhouden.’ Radj vermoedde een opkomend griepje dat maar niet doorbrak.

‘Intussen ging het dagelijkse leven gewoon door met werk, vrijwil­li­gerswerk en privéleven. Ook werd in die week Holi gevierd, het jaarlijkse Lentefeest voor Hindoes. Bij twee grote festi­vi­teiten ben ik aanwezig geweest; flink gefeest en lol gehad, vele bekenden ontmoet, handen geschud en omhelsd. Maar mijn ‘griepje’ ging niet weg en plotseling ging het schrik­barend snel!’ Radj had vrese­lijke pijnen tot op zijn botten. ‘Zoveel pijn heb ik nooit meege­maakt’, vertelt hij achteraf.

‘s Middags belde hij zijn broer, die huisarts is in Utrecht. Hij infor­meerde naar mijn klachten en adviseerde mij om de huisart­sen­kliniek te bellen. ‘Ik moest erheen gebracht worden en buiten in de auto wachten, bij een sportzaal van een school. Na een half uurtje kwam een assistent mij ophalen’. Hij kreeg een mondkapje en handschoenen om. Na een korte intake werd hij doorver­wezen naar het Diaconessenziekenhuis aan de overkant voor bloed­on­derzoek, hartfilm, bloeddruk en longfoto’s. ‘Ik was erg angstig en vroeg me af hoe dit toch kon gebeuren. Ik kreeg te horen dat ik een paar dagen in het ziekenhuis moest blijven. Voor mij een zeer heftige dag, zomaar van huis en nu in het ziekenhuis’.

Besmet

Na een dag kwam het bericht dat Radj besmet was, een lichte vorm. Hij had geen ademha­lings­pro­blemen en zijn lucht­wegen waren niet aangetast. ‘Direct na de uitslag heb ik gepro­beerd om dit te melden aan iedereen met wie ik in aanraking was geweest. Met het verzoek om, bij klachten, zich te melden bij de huisarts’.

‘Inmiddels hadden familie, vrienden, kennissen en collega’s vernomen dat ik in het ziekenhuis lag. Ik kreeg daar toch zoveel berichten, religieuze filmpjes op mijn app. Ze stuurden gebeden voor mijn herstel! Of berichten als: je mag nog niet doodgaan, je moet nog zoveel doen!’ Heel attent was een telefoontje in het ziekenhuis van de Utrechtse burge­meester Van Zanen. Via GGD Utrecht had hij inzage in alle patiënten die opgenomen waren en daar heeft hij, na toestemming, mij gebeld. ‘Ik heb een mooi gesprek met hem gehad. Het is toch bijzonder dat hij naast zijn werk zo’n warme belang­stelling toont in zijn burgers’.

Na drie dagen mocht hij het ziekenhuis verlaten met de afspraak om twee weken in thuis­iso­latie te gaan met zijn gezin. Verder werd hem op het hart gedrukt om heel serieus om te gaan met de hygië­ne­regels. ‘Thuis had mijn vrouw al twee weken griep, maar ze was al herstel­lende. Ze had alleen nog een lelijke hoest. Onze dochter heeft er gelukkig niets aan overge­houden’.

Radj kijkt terug op een heftige tijd. Het lijkt zo onecht, een nare droom, maar tegelij­kertijd zijn er in de wijken mooie initi­a­tieven en acties: boodschappen doen voor buren, koken voor ouderen en klaar­staan voor de ander. ‘Ikzelf ben mijn gezin erg dankbaar voor de zorg en aandacht thuis. Ook ben ik dankbaar voor de enorme betrok­kenheid en hulp van familie, vrienden, collega’s en vooral de artsen en verpleeg­kun­digen. Zij zijn mijn helden!’

TOP