Column Kanta Adhin:

Namasté

We zijn compleet in de ban van het corona­virus. Om besmetting te voorkomen worden diverse hygië­ne­maat­re­gelen aanbe­volen. Je handen vaak wassen en liever elkaar geen hand geven. Via sociale media zien we dat de namasté groet van hindoes wordt aange­prezen. Ook premier Netanyahu reageert enthou­siast. Behalve hygiëne zijn er wat mij betreft nog veel meer redenen waarom elkaar de hand schudden niet zo een wense­lijke begroe­tings­wijze is en we daarom liever andere vormen, zoals namasté, kunnen hanteren.

Het onhygi­ë­nische karakter van elkaar de hand geven of schudden heeft natuurlijk niet alleen maar met het corona­virus te maken. We worden nu opgeroepen de handen regel­matig te wassen. Voor velen is dat wellicht normaal; nu is alleen extra alertheid geboden. Er zijn echter genoeg mensen die niet de gewoonte hebben hun handen regel­matig te wassen. Zelfs niet als ze uit het toilet komen. En toch schudden ze anderen vrolijk de hand. Je moet er eigenlijk niet aan denken waar je aan wordt bloot­ge­steld bij een receptie of andere ontvangst van een grote groep personen die je niet of nauwe­lijks kent.

Elkaar de hand geven is soms ook heel onhandig. Hoe vaak maak ik mee dat bij een verga­dering mensen binnen­komen en elkaar de hand beginnen te geven. De een gaat voorlangs, de ander achter­langs, maar al gauw ontstaat er een kluwen van door elkaar heen schud­dende handen. Alleen met een goede regie kan dit worden voorkomen. Zo een situatie kan nog hilarisch zijn, maar ongemak­kelijk is het wanneer jij een hand wil geven en de andere persoon niet reageert. Hij of zij kan je uitge­stoken hand niet hebben opgemerkt, of kan je bewust negeren. In beide gevallen sta je daar met een gevoel van gêne.

Ook kan er heel wat tegen de handdruk als teken van verbon­denheid en algemene beleefd­heidsnorm worden ingebracht. Het verhaal gaat dat elkaar de hand geven of schudden indertijd uit wantrouwen is ontstaan. Men wilde er zeker van zijn dat de ander geen wapen in de hand of in de mouw verborg. Er zijn mensen die dit als een verzonnen verhaal afdoen, maar het lijkt mij helemaal niet onaan­ne­melijk dat men niet altijd werd gedreven door het gevoel van verbon­denheid. Ook nu is dat niet zo als je bedenkt welke state­ments met een handdruk kunnen worden gemaakt. Er zijn mensen die graag laten zien dat zij in de relatie de meerdere zijn. Ze drukken je hand dan, bijvoor­beeld, naar beneden of trekken zich naar je toe. President Trump laat dit overdui­delijk zien door pompende en trekkende bewegingen waar geen ontsnappen aan lijkt. Door iemand een hele slappe hand te geven kun je duidelijk maken dat je die persoon niet belangrijk genoeg vindt.

En dan heb je ook nog het risico dat personen de handdruk gebruiken om erotische signalen af te geven of je voor een ongewenste omhelzing naar zich toe te trekken. Vaak mannen. Het is dan ook niet bevreemdend dat in bepaalde culturen het niet wordt gewaar­deerd dat vreemde mannen vrouwen de hand geven. Niet omdat de vrouw als onrein wordt gezien, maar juist om haar te beschermen tegen de onreine motieven van mannen.

Als laatste noem ik nog de stevige handdruk. Deze kan bedoeld of onbedoeld zo stevig zijn dat je van pijn vergaat. Vooral als je ringen aan hebt.

Genoeg redenen om het handen schudden niet meer als de algemeen aanvaarde beleefd­heidsnorm voor begroeting te zien. Dit is wellicht tegen het zere been van degenen die de westerse beschaving als superieur beschouwen of die menen dat aan tradities niet te tornen valt zonder de eigen identiteit te kort te doen. Het corona­virus kan misschien als bijwerking hebben dat ook die mensen beseffen dat er heel wat te leren valt van andere culturen zonder je eigen ik op te geven.  Met een groet als namasté of de hand op het hart eventueel gepaard met een lichte hoofdknik of buiging, laat je – los van het hygië­nische aspect – elke persoon in zijn of haar waarde.

TOP