Martin Sitalsing politiechef Midden-Nederland: ‘Goed in verbinding blijven met alle lagen van de samenleving’

Hans Ramsoedh / Radjin Thakoerdin

Sinds 1 oktober 2019 is Martin Sitalsing politiechef van de eenheid Midden-Nederland. Deze regionale eenheid bestaat uit vijf districten: Gooi en Vechtstreek (Hilversum en omgeving), Flevoland (Almere, Lelystad), Oost Utrecht (Amersfoort, Veenendaal, Zeist en omgeving), Utrecht Stad (D) en West Utrecht (Stichtse Vecht, Nieuwegein / Vianen / Houten en omgeving). Vanwege het corona-virus vond dit interview niet persoonlijk plaats, maar telefo­nisch. Martin Sitalsing (neef van de bekende colum­niste Sheila Sitalsing van de Volkskrant en Buitenhof) is geboren te Paramaribo op 11 januari 1962. Hij groeide op aan de Mahonielaan in Paramaribo en bezocht daar de Julianaschool. Zijn vader was werkzaam bij het Planbureau en zijn moeder leerkracht op een lagere school. Toen zijn oudste broer voor verdere studie in 1970 naar Nederland vertrok, besloot het gezin Sitalsing met hem mee te gaan. Vader Sitalsing ging aan de slag als gemeen­te­amb­tenaar in Zaandam. Vanwege de politieke ontwik­ke­lingen in de jaren zeventig (de perikelen rond de onafhan­ke­lijkheid) zag het gezin echter af van een retour­mi­gratie naar Suriname na afronding van de studie van de oudste zoon. Martin bracht zijn jeugd door in Zaandam. Van zijn ouders kreeg hij het devies: ‘goed meedoen, goed aansluiten’. Tijdens de strenge winter van 1970 besloot hij: ‘ik zorg dat ik kan schaatsen en goed ook’. Na het atheneum ging hij economie studeren in Amsterdam, een studie die hij combi­neerde met een baan als assistent-accountant op een accoun­tants­kantoor.

Ik heb altijd een politiehart gehad

Zijn hart voor het politievak kwam omdat hij sport­vrienden had die al bij de politie zaten. Zijn ouders waren erop tegen dat hij politieman zou worden. Geneeskunde, rechten en economie waren studies met toekomst­per­spectief, hielden zij hem voor. Het bracht hem aan het twijfelen want zoals hij zei: ‘Aan wiens verwach­tingen moet ik eigenlijk voldoen?’Hij besloot zijn eigen pad uit te stippelen en daarmee de regie in eigen hand te houden. Nadat hij zijn econo­mie­studie had afgerond ging Sitalsing in 1985 in Amsterdam alsnog als agent werken bij de politie. Enkele jaren later begon hij de opleiding bij de Nederlandse Politieacademie die hij in 1988 afrondde waarna hij als inspecteur in Amsterdam terugkwam. Binnen de Amsterdamse politie was hij onder andere project­leider groot­schalig optreden en waarnemend teamleider openbare orde. Rond 1996 werd hij teamchef Vreemdelingenpolitie en vanaf 1998 wijkteamchef van De Pijp. In de jaren 1995–1999 studeerde hij naast zijn politiebaan bestuurs­kunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Op 1 september 2000 stapte hij over naar de politie­regio Groningen waar hij districtschef werd van de regio Groningen en Haren. In opdracht van het Nederlandse Ministerie van Binnenlandse Zaken werkte hij in 2004 enkele maanden in Suriname bij het Surinaamse politie­korps. Tijdens deze tijde­lijke stati­o­nering maakte hij van de gelegenheid gebruik om onderzoek te doen naar de legiti­miteit van de politie in de Surinaamse samen­leving in het kader van zijn studie bestuurs­kunde. Na Groningen was hij van 2005 tot 2009 plaats­ver­vangend politiechef van de politie­regio Friesland en vervolgens van 2009–2012 politiechef van de politie­regio Twente. Daarmee was hij in Nederland de eerste ‘allochtone’ politiechef, zoals de media toen schreven. Sitalsing heeft zelf heel veel moeite met deze aanduiding. Het impli­ceert in zijn optiek dat het feitelijk niet normaal wordt gevonden dat iemand van kleur op die positie is terecht­ge­komen. Het zegt blijkbaar ook iets over de gevoe­ligheid in de Nederlandse samen­leving, dat het bijzonder is dat een derge­lijke functie door iemand met een kleur wordt bekleed, terwijl hij sinds zijn geboorte de Nederlandse natio­na­liteit heeft en al vanaf 1970 in Nederland woonachtig is, aldus Sitalsing.

Teleurstelling

In 2012 volgde een reorga­ni­satie van het politie­korps. De dan zesen­twintig politie­korpsen gingen op in één, het Nationale Politiekorps, verdeeld in tien regionale eenheden met een eigen politiechef. Sitalsing kreeg te horen dat hij niet in aanmerking kwam voor een topfunctie bij de nieuwe Nationale Politie; hij zou niet in het profiel passen. Volgens hem had de korps­leiding echter geen behoefte aan mensen die buiten de lijntjes kleurden of out of the box dachten. Zijn beden­kingen om alles op nationaal niveau te organi­seren stak hij niet onder stoelen of banken. Daarnaast was hij het ook niet op alle punten eens met de reorga­ni­satie. Hoewel hij in een andere functie dan politiechef binnen het politie­korps kon blijven had hij daar weinig zin in. Hij zou in zijn optiek een positie gaan bekleden waarbij hij te weinig invloed zou hebben op het beleid. Zijn teleur­stelling was dan ook heel groot. Het was een periode waarin CDA en VVD een minder­heids­re­gering vormden met gedoog­steun van de PVV. Voor dit kabinet had diver­siteit geen prioriteit. Teleurgesteld vertrok hij in 2012 na zeven­en­twintig jaar bij de politie. Na zijn vertrek haalde hij in inter­views scherp uit naar de politie; de organi­satie was een puinhoop, hij hekelde het gebrek aan aandacht voor diver­siteit en de politie was te veel naar binnen gericht. Sitalsing kwam hij terecht in de jeugdzorg. In januari 2012 werd hij directeur-bestuurder van het Bureau Jeugdzorg in Groningen. In maart 2016 maakt hij de overstap naar ggz-instelling Lentis en het foren­sisch psychi­a­trisch centrum (Mesdagkliniek) in Groningen waar hij bestuurs­voor­zitter werd.

Verrijkt terug bij de politie

Zeven jaar later (oktober 2019) kreeg hij alsnog de baan die hij in 2012 misliep. Hij werd politiechef van de eenheid Midden-Nederland. Hij vertelt dat hij zijn terugkeer te danken heeft aan Erik Akerboom, de korpschef van de Nationale Politie en Liesbeth Huyzer, lid van de korps­leiding. Zij hebben hem persoonlijk gevraagd om terug te komen. Onder beiden veran­derde de cultuur binnen het politie­korps: ruimte voor de verschil­lende regio’s en meer aandacht voor diver­siteit. De jaren in de gezond­heidszorg zijn heel waardevol geweest voor hem. Hij kwam verrijkt en met veel kennis van andere organi­saties terug bij de politie. Hij hoopt met de ervaring die hij buiten de politie heeft opgedaan bij te dragen aan de verdere ontwik­keling van de politie. Zo heeft Sitalsing binnen de GGZ geleerd niet eendi­men­si­onaal naar problemen te kijken maar vanuit meerdere perspec­tieven. Netwerken en samen­werken zijn volgens hem de enige manier om Nederland veiliger te maken. Veiligheid en zorg liggen bovendien heel dicht bij elkaar. Door vroeg­tijdig in te grijpen en goede zorg te verlenen kun je veel crimi­na­liteit voorkomen, aldus Sitalsing.

Verbinding

Tijdens het interview noemt hij diverse keren het woord verbinding. Het politiewerk draait om in verbinding staan met de samen­leving en samen de crimi­na­liteit aanpakken. De politie is er om de samen­leving te dienen en het betekent dat zij afhan­kelijk is van dezelfde samen­leving. Goed in verbinding staan met alle lagen van de samen­leving is een ‘must’ voor het korps. Het is daarbij ook belangrijk dat de politie een afspie­geling is van de samen­leving. Diversiteit in het witte bolwerk van de politie­leiding vindt Sitalsing belangrijk, maar bij hem draait alles om de verbinding. Anders krijg je Amerikaanse toestanden waarbij bepaalde groepen in de Amerikaanse samen­leving (Afro-Amerikanen) de politie beschouwen als ‘the enemy’. Die kant moeten we niet op, aldus Sitalsing. Al jaren wordt er door allochtone agenten geklaagd over discri­mi­natie binnen het politie­korps. Dit heeft niet alleen zijn speciale belang­stelling, maar ook van de huidige korps­leiding. In de optiek van Sitalsing staat de politie in de front­linie van de samen­leving en heeft daarbij een voorbeeld­functie. De politie hoort van iedereen te zijn en moet altijd uitstralen dat ze objectief is. Daarbij treden we op als mensen de wet overtreden, maar zonder aanzien des persoons, aldus Sitalsing. In dat verband wordt er actief op de ROC’s, univer­si­teiten en HBO’s onder migranten geworven voor de politie. Zijn benoeming als politiechef ziet hij ook als een signaal van de nationale korps­leiding om serieus invulling te geven aan diver­siteit. Op de vraag welke Surinaamse eigen­schappen een extra dimensie toevoegen aan of een meerwaarde betekenen in zijn functie als politiechef zegt Sitalsing: ‘goed aanpas­sings­ver­mogen bij veran­de­rende omstan­dig­heden, groot relati­ve­rings­ver­mogen, niet primair denken in problemen maar in oplos­singen en een ongeremde ambitie’.

Ambities

Zijn ambities als huidige politiechef? ‘Veiligheid voor iedereen, de politie is er voor de samen­leving, in verbinding blijven staan met de samen­leving, de samen­leving moet op de politie kunnen vertrouwen en kwetsbare jongeren perspectief bieden’. Daarbij zijn voor hem leidend de kernbe­grippen: naleving van artikel 1 van de grondwet, integriteit, moed in het politiewerk en betrouw­baarheid.

Tot slot legden we Sitalsing ter karak­te­ri­sering de volgende keuzes voor:
Roti/nasi of stamppot?Roti/nasi
Bollywood of Hollywood? Beide
Kaseko of klassiek? Kaseko
Strandvakantie of stedentrip? Stedentrip (New York en Barcelona)
Ideale vakan­tie­be­stemming? Naar zijn vakan­tie­huisje in Frankrijk
Naar een feest gaan of wandelen in de natuur? Naar een feest
Welk boek op nacht­kastje? Laat je niet gijzelen van de Amerikaanse klinische en organi­sa­tie­psy­choloog George Kohlrieser. Dit boek handelt over leider­schap, verbinding, dialoog en werke­lijke veran­dering. Mensen zijn bang voor veran­dering, ze zijn bang voor de pijn van veran­dering.
Joggen of schaatsen? Schaatsen met vrienden in de omgeving van Zaandam

TOP