Interview uit 2002

Manna Dey zingt nog steeds de sterren van de hemel

Kanta Adhin

De naam Manna Dey doet bij vele ouderen onder ons nostal­gische gevoelens oproepen. Zijn diepe, rustige stem staat garant voor stijl. Alhoewel hij nooit echt tot de top is doorge­drongen, is zijn naam verbonden aan vele onver­ge­te­lijke liederen in Hindostaanse films. Nummers als Poochho na kaise maine rain beetayee, Laga chunari mein dag. Aye meri zobra jabeen, Tu pyar ka sagar hai brengen een flikkering in menig oog teweeg. Zijn reper­toire varieert van bhajans tot qawali’s, van ghazals tot lichte muziek als Aoo Twist Karo en E Bhai Zara Dekhke Chalo. De nu 83-jarige zanger was eind april samen met zangeres Vandana Bajpai in Nederland voor een show in de Anton Philipszaal in Den Haag, waar een gezellige drukte heerste. In een zeer ongedwongen sfeer stond de nestor van de Indiase zangwereld Hindorama te woord.

“Ik heb het nooit erg gevonden dat ik niet echt tot de top ben doorge­drongen, zoals zangers als Talat Mahmood, Rafi en Mukesh”, zegt Manna Dey. Dada-ji voor de hem omrin­gende personen. “Ik heb mijn eigen publiek, zowel in India als daarbuiten en ik heb dat altijd als zeer prettig ervaren.” Aan zijn shows in Suriname heeft hij goede herin­ne­ringen. “Ik zou eigenlijk als eerste Indiase zanger Suriname bezoeken. maar door omstan­dig­heden was ik verhinderd en toen was Hemant Kumar mij voor. Ik ging voor het eerst in 1965. Daarna ben ik er nogmaals geweest en toen was Tun Tun met mij mee. Zij heeft ook een paar leuke nummers ten gehore gebracht. Het waren fijne momenten.” Als we het over zijn leeftijd hebben, reageert Dada-ji quasi-geïrri­teerd: “Wat moeten jullie toch altijd met mijn leeftijd. Ik voel me jong en dat is het belang­rijkste.” De zanger ziet er inderdaad nog zeer vitaal uit en dat liet hij ook merken op 28 april in de Anton Philipszaal, waar hij de sterren van de hemel zong. Aangenomen wordt wel dat dit zijn laatste bezoek aan Nederland is geweest. De zanger geeft toe dat hij te lang reizen niet meer kan opbrengen.

Geboren in Calcutta, kwam Manna Dey in 1943 naar Bombay, waar hij zijn carrière begon als muziek­re­gisseur. Zijn klassieke opleiding dankt hij vooral aan zijn oom K.C. Dey, die hem ook de arties­tennaam Manna Dey gaf. Zijn echte naam is Prabhodchandra Dey. “Mijn eerste play-backlied was voor de film RamRajya. Later pas zag ik dat ik voor Valmiki, een heel oude man, had gezongen. Ik als 22- jarige! Ik had een beetje met mezelf te doen,” vertelt de zanger lachend. Zijn echte doorbraak in Bombay kwam met het lied Upar Gagan Vishal (film Mashal). “Het was met name Shankar van het muziekduo Shankar-Jaikishan, die mij graag wilde hebben. Mijn stem werd niet per se aan een bepaalde acteur verbonden, zoals die van Talat Mahmood aan Dilip Kumar en van Mukesh aan Raj Kapoor. Ik zong voor veel acteurs en bijna iedere muziek- schrijver — van Anil Biswas tot R.D. Burman — vroeg mij hun liederen te zingen.” Zijn stem is bijvoor­beeld te horen in films als Basant Bahar, Chori Chori, Yeh Rat Bhigi, Pyar Hua, Bhoot Bangla. In deze laatste film zingt hij voor komiek Mahmood het liedje Aao Twist Karo. Volgens de gevierde artiest is het niet moeilijk om de verschil­lende stijlen, van klassiek tot populair, met het juiste gevoel te zingen. Daar word je op getraind. “Mijn oom K.C. was een harde leermeester en hij maakte er een enorm punt van dat wat je ook zingt, je alles ervoor moet geven.”

Manna Dey zingt al geruime tijd niet meer voor Bollywoodfilms (“Ik ga toch niet meer voor 25-jarige jonge­mannen zingen.”). Wel heeft hij een niche gevonden in de Bengalese filmin­du­strie, waarvoor hij veel liederen schrijft en zingt. Ook in andere Indiase talen levert hij vele producties. Voor zijn werk werd hij meerdere malen onder­scheiden. Zo kreeg hij in 1971 van de president van India de aller­hoogste Indiase Padmashree-onder­scheiding. Verder ontving hij onder meer tweemaal de National Award voor zijn Hindi en Bengali compo­sities en vorig jaar nog de Achievement Award van Zee Sangeet Awards. Wat vindt hij van de heden­daagse Indiase filmmuziek, met name de westerse invloeden? “Wie ben ik om een oordeel te geven over de muziek van nu?”, vraagt Manna Dey zich in alle gemoe­de­lijkheid af. “De films en de muziek gaan met hun tijd mee. Westerse invloeden zijn niet slecht, zolang je maar de goede dingen ovemeemt. Het is wel storend als klakkeloos ook allerlei rotten stuff wordt overge­nomen.” De zanger was niet erg te spreken over de Michael Jacksonact tijdens zijn show. Hij vroeg zich af of het Hindostaanse publiek hier zo verwesterd is dat er zo’n act in het programma moest. Maar ook het publiek had zoiets van: “Leuk, maar niet echt passend bij de sfeer die de stem van Manna Dey creëert.” De mooie, heldere stem van zangeres Vandana Bajpai leverde enkele legen­da­rische duets op, die Manna Dey ooit met Lata Mangeshkar zong. Jammer dat zij er alleen bij was om de stem van Lata neer te zetten en niet ook eigen liederen ten gehore bracht. Eerder heeft zij wel solo-optredens in Nederland gegeven, maar nu was zij er alleen ter onder­steuning van Dada-ji. Op de vraag wat hij nog graag zou willen in zijn leven, antwoordt Manna Dey: “Ik heb mijn deel van geluk en roem in het leven gehad. Ik ben een zeer tevreden mens.”

Bij de foto’s: 1/2 Manna Dey en Kanta Adhin, 3 Het optreden in Anton Philipszaal en 3 Vandana Bajpai

Uit: Tijdschrift HINDORAMA, JRG3 NR4 (juli/augustus 2002)

Geniet van de mooie stem van Manna Dey op youtube: https://youtu.be/fMfmoaRu_k8

TOP