Mahatma Gandhi een racist?

Hans Ramsoedh

Op de golven van de wereldwijde protesten tegen racisme en discriminatie raast er een beeldenstorm. Standbeelden van personen die symbool staan voor racisme en discriminatie worden omver gehaald (ontsokkeling) of beklad. Een standbeeld dat het inmiddels ook moet ontgelden is dat van Mahatma Gandhi. In een aantal Afrikaanse landen wordt al enkele jaren geprotesteerd tegen de aanwezigheid van standbeelden van Gandhi vanwege zijn racistische uitspraken over zwarten. Ook in Engeland zijn er thans activisten die pleiten voor verwijdering van zijn standbeelden. In Nederland is vorige week het standbeeld van Gandhi in Amsterdam-Zuid (Churchill-laan) met rode verf beklad. Op de sokkel is ‘racist’ geschreven en de cijfers 1312. Deze cijfers staan voor de letters A-C-A-B, all cops are bastards. Dat Gandhi met deze cijfers in verband wordt gebracht is hoogst merkwaardig aangezien hij nimmer geweld heeft gebruikt.

Bekladding standbeeld Mahatma Gandhi in Amsterdam-Zuid

Gandhi als racist 
Mahatma Gandhi (2 oktober 1869–30 januari 1948) geldt internationaal als een icoon van geweldloos verzet tegen racisme, discriminatie en kolonialisme. Veel strijders voor mensenrechten vonden en vinden hun inspiratie in Gandhi en zijn levensmissie zoals Martin Luther King Jr. en Nelson Mandela. Wat is het racistische verwijt aan het adres van Gandhi? Gandhi beschouwde de zwarten in Zuid-Afrika als ongeciviliseerd, vies en levend als dieren. Hij kon het niet hebben dat hij als Indiër eenzelfde behandeling kreeg als een zwarte. Gandhi beschouwde, in navolging van de Europese kolonialen, Indiërs als superieur ten opzichte van de zwarte Zuid-Afrikanen en hij adviseerde Indiërs om contact met zwarte Zuid-Afrikanen te vermijden. Gandhi deed deze uitspraken tijdens zijn verblijf in Natal in Zuid-Afrika tussen 1893 en 1915.

De racistische uitspraken van Gandhi werden bekend toen een biografie over hem verscheen van de hand van Joseph Lelyveld, gewezen hoofdredacteur van The New York Times en bewonderaar van Gandhi: Great Soul: Mahatma Gandhi and His Struggle with India (2011). Daar waar Gandhi in India bijna de status heeft van een heilige, betekende Lelyvelds biografie een ontheiliging of demythificatie van de Grote Ziel. Lelyvelds biografie bevat veel terzijdes waarin hij hem onder meer afschildert als een biseksueel, racist, ijdeltuit, zuurpruim en een manipulator. De recensies die vervolgens in Britse kranten verschenen hebben vooral deze ‘terzijdes’ uitvergroot dit tot groot ongenoegen van de auteur blijkens interviews met hem, omdat Gandhi zich jaren later distantieerde van zijn racistische uitspraken. Niet verrassend is dat in India met grote schok werd gereageerd op de recensies in Britse kranten over de Gandhi’s biografie. In de ogen van Indiërs hield deze biografie namelijk een ontheiliging in van iemand die inmiddels de status heeft van een heilige in India.
Vijf jaar later verscheen eveneens een andere publicatie waarin het racisme van Gandhi aan de orde kwam, maar die kreeg echter niet de brede aandacht in de pers als die van Joseph Lelyveld in 2011. Twee Indo-Zuid-Afrikaanse wetenschappers Ashwin Desai en Goolam Vahed publiceerden in 2016 hun The South African Gandhi: Stretcher-Bearer of Empire. Ook zij beschrijven het racisme van Gandhi tijdens zijn Zuid-Afrikaanse jaren.
Ik sluit niet uit dat Gandhi in zijn twintiger jaren met zijn uitspraken over zwarte Zuid-Afrikanen tijdens zijn verblijf in Natal het narratief van de racistische blanken over de inferioriteit van het zwarte ras heeft overgenomen. Dit impliceert van mijn kant geenszins een vergoelijking van zijn uitspraken.

De geest van Taliban binnen de anti-racismebeweging 
Ik ontkom niet aan de indruk dat bepaalde (extremistische) activisten thans overmand worden door blinde woede en dat bij hen gezond verstand en nuance ver te zoeken zijn. Het zou betekenen dat we versneld bezig zijn een ieder aan wie een racistische zweem kleeft naar de schroothoop van de geschiedenis te verwijzen. Historische persoonlijkheden zijn geen heiligen en hun erfenis is altijd inconsistent. Dit geldt ook voor instituties als de kerk.

Deze inconsistentie licht ik hieronder toe met een aantal voorbeelden. Verlichtingsfilosofen uit de achttiende eeuw zoals Voltaire en Montesquieu staan symbool voor alles waar de Verlichting voor stond met zijn pleidooien voor vrijheid van religie, scheiding van kerk en staat en de gelijkheid van de mens. De universele mensenrechten zijn voor een belangrijk deel  gebaseerd op de ideeën van deze verlichtingsfilosofen. Aan Montesquieu hebben we de  politieke inrichting van democratische staten te danken gebaseerd op zijn theorie over de scheiding der machten, de Trias Politica. Voltaire en Montesquieu huldigden echter racistische en antisemitische opvattingen. Dit geldt ook voor veel andere verlichtingsfilosofen zoals  Immanuel Kant en David Hume. Deze filosofen namen later afstand van hun racistische denkbeelden. Betekent het dat wij anno 2020 ondanks de ommekeer in hun denken hun gehele intellectuele erfenis dan maar in de ban moeten doen? Deze filosofen verkondigden opvattingen die vandaag de dag totaal onaanvaardbaar zijn, maar zij leefden in een andere tijd en hadden in sommige opzichten andere visies van goed en kwaad.

Hoe zit het met het christendom, christelijke instituties en symbolen? Moeten kerken worden beklad en christelijke symbolen uit het openbare leven worden verwijderd omdat het christendom het tot slaaf maken van Afrikanen heeft gelegitimeerd door te verwijzen naar ‘de vloek van Cham’? [Cham was een van de zonen van Noach, die door zijn vader was vervloekt].  Binnen het christendom werden Afrikanen via allerlei twijfelachtige redenaties gezien als nakomelingen van Cham. Pas in de negentiende eeuw zou het Vaticaan zich uitspreken tegen slavernij. Net zoals de islam geen achterlijke religie is vanwege het extremistisch islamitisch fundamentalisme, zo is de christelijke kerk vanwege de vele gevallen van kindermisbruik  geen pedofiele beweging. Dergelijke opvattingen zouden van kortzichtigheid getuigen.

Malcolm X

Om bij de huidige tijd te blijven,  Malcolm X (1925-1965) geldt ook nu nog steeds als een icoon van het zwarte protest in de Verenigde Staten. Hij was echter in een bepaalde fase in zijn leven ook een racist (blanken zijn witte duivels, interraciale huwelijken tasten de zuiverheid van het zwarte ras aan), een antisemiet (Joden zijn bloedzuigers en zijn de ergsten van de witte duivels), een homofoob en een seksist (vrouwen zijn ondergeschikt aan mannen). Malcom X gaf later toe dat hij met zijn uitspraken over blanken en joden fout zat. Moeten we hem desondanks blijven beschouwen als een racist en antisemiet? Ik ben mij bewust van bovenvermelde uitspraken van Malcolm X, maar hij blijft niettemin voor mij vooral iemand die Afro-Amerikanen waardigheid en een cultureel zelfbewustzijn verschafte. Moeten we ook pleiten voor een verbod op de muziek van Michael Jackson op radio en televisie vanwege zijn kindermisbruik? Geenszins, hij blijft voor mij de King of pop maar ik besef tegelijkertijd dat de keerzijde van zijn grote bijdrage aan entertainment ook het misbruik van kinderen is geweest.

Wat ik met deze voorbeelden duidelijk wil maken is dat we niet de extreme positie of faux pas in het verleden van personen en een institutie als de kerk als een overtrekhoes moeten gebruiken voor hun gehele (geestelijke, intellectuele, artistieke et cetera) erfenis. We moeten oog hebben voor de inconsistenties van personen en instituties en ons afvragen hoe deze zich verhouden tot hun morele boodschap. Mensen en situaties zijn complex en met één aspect aan de haal gaan leidt juist tot stereotypering en frases zoals alle blanken zijn racisten en alle zwarten zijn lui. Met een dergelijke attitude raken we in een spiraal van radicalisme in plaats van dat we een constructieve dialoog aangaan. Wie we ook bij de enkels vastpakken en met het hoofd omlaag houden, er zullen altijd zaken uit de broekzak komen rollen die het daglicht niet kunnen verdragen. Gandhi vormt voor mij in dat opzicht geen uitzondering. De verlichtingsfilosofen, Gandhi, Malcolm X en met hen vele anderen zijn niet perfect. Niemand is dat. In blinde woede ontsokkelen en standbeelden bekladden zijn uitingen van een talibanachtige geestesgesteldheid en beschouw ik als het kapen van een legitieme beweging door extremisten. We moeten bij de belangrijke kwestie die nu speelt niet de verkeerde mensen de maat nemen, maar ons vooral focussen op bestrijding van het racisme en discriminatie in het hier en nu!

TOP