Mahábhárata: lessen in het maken van keuzes

Savitrie Marhe-Benie

De Mahábhárata is één van de belang­rijkste zo niet het belang­rijkste geschrift van het Hindoeïsme dat ons leert hoe keuzes te maken in het leven. Het verhaal over de strijd van de Pandava’s en de Kaurava’s en de keuzes die zij maakten, zijn onze keuzes. Volgens sommigen uit andere religieuze tradities is het een menson­vrien­delijk geschrift omdat Krishna (God) hierin aanspoort tot het doden van naasten en zelfs familie­leden. Hindoes daaren­tegen zien het als symbool van het gevecht tussen goed en kwaad waarbij het goede, mede door Goddelijke sturing, altijd overwint. Is het inderdaad zo eenvoudig?

De eerste kennis­making met de Mahábhárata waren de avonden in Nickerie als onze áji (oma van vaders­zijde) in een goed humeur en niet te moe ons de verhalen vertelde die haar ook eens verteld waren. Soms ging het over Shakuntalá of Damayanti, verhalen uit het raamwerk van de Mahábhárata, soms stukken uit het verhaal zelf. Voor mij waren ze net sprookjes. Je luistert vol spanning ernaar, bent tevreden met het einde en gaat rustig slapen. Bij het ouder worden werd de rol van áji overge­nomen door phuwá (zus van vader). Die las voor uit een Mahábhárata in het Hindi. En dan vertelde ze dat de Pandava’s de goeden waren en de Kaurava’s de slech­te­rikken. Soms kon ik dat moeilijk geloven. Bijvoorbeeld toen Bhima zich hield aan zijn eed en het bloed van Dushásana dronk. Vele jaren later, na heel veel lezen voor mijn eigen plezier maar ook voor de litera­tuur­lijst van de muloschool en andere oplei­dingen, las ik de Mahábhárata zelf.

Mijn manier van lezen werd beïnvloed door de opvoeding van het chris­te­lijke internaat en de school. Door de paters en de onder­wijzers werd het chris­telijk geloof heel gemak­kelijk uitgelegd. Als je de Tien Geboden volgt, kom je in de hemel. Volg je ze niet, dan kom je in de hel. Goed en Kwaad waren heel absoluut. Dit en het leren analy­seren van een boek voor de litera­tuur­lijst maakten dat ik de Mahábhárata anders las dan ik nu doe. De Pandava’s die voor Dharma streden moesten mij onder meer leren goed, waarheid­lievend en recht­vaardig te zijn. Maar hoe moest ik Yudhistira goed vinden als hij zijn eigen vrouw Draupadi bij het gokken verloren had? En wat te denken als daarna bij haar verne­dering de Pandava’s en zelfs Bhisma en Vidura hun mond houden terwijl Vikarna, één van de Kaurava’s (dus van de tegen­partij) dat gedrag veroor­deelt en Krishna erbij moet komen om haar eer te redden? Deze en andere episodes kon ik niet goed plaatsen in mijn perceptie van Goed en Kwaad.

In de loop der jaren leerde ik dat Goed en Kwaad niet absoluut zijn maar geïnter­pre­teerd moeten worden in de context van de omstan­dig­heden waarin men zich bevindt. Ook in het Christendom. Toen Bisschop Muskens een poos geleden zei dat een moeder brood mag stelen als haar kinderen honger lijden, haalde hij de context waarin een handeling verricht wordt erbij. Mahatma Gandhi die de wereld “Ahimsá paramo dharma” leerde zei dat alleen als de omstan­dig­heden van dien aard zijn dat geweld­loosheid, lafheid zou betekenen, het dan is toege­staan om geweld te gebruiken. En dát denk ik nu is de essentie van de Mahábhárata. De problemen in dit epos zijn de dagelijkse problemen die altijd en overal de mens bezig­houden. Wat is slecht, wat is goed, wat is beter, wat is vrijheid, wat is waar en wat onwaar, wat is Dharma en wat Adharma. Hoe weten wij welke keuze de beste is?

Volgens Gandhi is de Kurukshetra, het strijdveld in ons en de strijd van de Pandava’s en de Kaurava’s de strijd die wij elke dag met en in onszelf voeren om de juiste keuzes te maken bij het handelen. Dharma en karma. En wij zijn Arjuna die, gesteund door Krishna, moeten ’vechten’ niet om te overwinnen maar om tot Mokhsa te komen. Net als de Pandava’s en de Kaurava’s aan het eind van de Mahábhárata uit de heilige Ganges tevoor­schijn komen, bevrijd van alle wrok en trots, jaloezie en boosheid kortom van alle ondeugden. Wij zullen de komende tijd — Corona dwingt ons —  ook gaan nadenken en zoeken om uitein­delijk innerlijk vrede te vinden.

Afb. 1 Draupadi | Afb. 2 Shakuntalá en Dushyant | Afb. 3 Damayanti | Afb. 4 Arjuna en Krishna op het slagveld | Afb. 5 Pandava’s

TOP