Mahá-Shivrátri: De grote nacht van Shiva

Jnan H. Adhin (1927-2002)

Speciaal aan Shiva gewijd is de nacht van de veertiende dag (chatur­dashí) van de donkere maand­helft (krishna-paksh) van elke maand. Maar van al deze Shivrátri’s is die van de maand Phálgun of Phágun (febr./maart) de belang­rijkste; deze staat bekend als Mahá-Shivrátri (de Grote Nacht van Shiva), dit jaar (1990) vallend op 24 februari. Waarom juist deze dag van elke maand als Shivrátri en die van de maand Phálgun als Mahá-Shivrátri wordt beschouwd, heeft te maken met een op astro­nomie en kosmo­logie gebaseerde diepzinnige filoso­fische symboliek en mystiek.

De Indische kalender werkt met maanmaanden (más), en wel met de synodische maand — het tijds­verloop tussen twee volle manen — die 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 3 seconden duurt, doch op 30 dagen wordt gesteld, en in twee helften wordt verdeeld: krishna-paksh, van de dag na volle maan tot en met de dag van nieuwe maan (de periode van de afnemende maan), en shuklapaksh, van de dag na nieuwe maan tot en met de dag van volle maan (de periode van de wassende maan). En het jaar eindigt met de maand Phálgun (febr./maart), waarna een nieuw jaar aanvangt (dan wordt het Holi-feest gevierd). Ook kosmo­lo­gisch is er sprake van een cyclus: de periode van het bestaan van de kosmos is Brahm-Din (godde­lijke dag) en die waarin het heelal er niet is, is Brahm-Rátri (godde­lijke nacht).

Het Goddelijke, het Onpersoonlijke, Absolute (Brahman) doet zich, met het heelal in verband gebracht, aan de mens voor als de Persoonlijke God (Íshvar), die het heelal schept, onder­houdt en vernietigt om een nieuwe schepping mogelijk te maken. Gepersonifieerd vormen deze drie aspecten de Goddelijke Drieeenheid (Trimúrti): mannelijk voorge­steld (Trideva) zijn deze Brahmá (Schepper), Vishnu (Onderhouder) en Shiva (Vernietiger); vrouwelijk voorge­steld (Tridevi) zijn deze hun echtge­noten Sarasvatí, Lakshmí en Párvatí.

Elk van deze drie ‘twee-eenheden’ wordt beschouwd als de oorsprong te zijn van één van de drie oerei­gen­schappen (Gunas), die in diverse mengvormen in het heelal aanwezig zijn: sattva (sereniteit), rajas (activiteit) en tamas (inertie). Shiva nu, als de oorsprong van tamas (massa, traagheid, donkerte), de vernie­tiger van de kosmos om een nieuwe schepping mogelijk te maken, is symbo­lisch de heer van de nacht van de veertiende dag (chatur­dashí) van de donkere maand­helft (krishna-paksh), waarin dé maan op het punt staat ‘vernietigd’ te worden (nieuwe maan). En aangezien Phálgun de laatste maand van het jaar is — de maand dus waarin het jaar ‘vernietigd’ wordt om het aanzijn aan een nieuwjaar te geven — is de Shivrátri van deze maand de Mahá-Shivrátri.

Traditioneel wordt de Mahá-Shivrátri beschouwd als de nacht, waarin het huwelijk van Shiva en Parvatí heeft plaats­ge­vonden, alsook de nacht waarin Shiva in de vorm van een Jyotir-Linga (vlammende zuil) aan Brahmá en Vishnu verscheen, om de mensheid de boodschap in te scherpen, dat welke vorm van God (Íshvar) ook wordt vereerd, er geen sprake is van verschil­lende ‘goden’, doch slechts van aspecten van één en dezelfde Persoonlijke God (Íshvar), die niet anders is dan het Absolute (Brahman), persoonlijk gedacht en voorge­steld.

Paramaribo, 12 januari 1990

Dit artikel is opgenomen in de bundel Belangrijke Hindoe-Feest- en Hoogtijdagen samen­ge­steld door: K. Ramchand, uitge­verij Prakashan, december 2000

Lees ook:

HINDORAMA JRG2 NR1 (januari/februari 2001)
Feestdag Maha Shivaratri (N.T. Kool)

HINDORAMA JRG4 NR1 (januari/februari 2003)
Feestdagen • Wie is Shiva? — Het proberen te vatten van één van de meest diepzinnige voorstel­lingen van God (Hinduism Today) • Maha Shivaratri — De Grote Nacht van Shiva • Viering van Maha Shivaratri op Mauritius (Hinduism Today / Gilles Flament)

TOP