Interview met prof. dr. Sharda Nandram

Sharda Nandram kwam in augustus 1985 vanuit Suriname aan in Amsterdam voor studie. Vervolgens studeerde zij af in psycho­logie, promo­veerde in 1995 in de sociale psycho­logie en rondde in 1999 ook de studie economie af. Vanaf 2007 is ze univer­sitair hoofd­docent aan de Nyenrode Bu­si­ness Uni­ver­si­teit. Ze is sedert 2016 ook verbonden aan de Banasthali Universiteit in Jaipur, India. Vanaf mei 2019 is ze tevens hoogleraar Hindoe-spiri­tu­a­liteit en Samenleving aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij zal dit hoogle­raar­schap op 21 november 2019 officieel aanvaarden met het uitspreken van de rede “Hoe we dingen doen tot waarom we bestaan: Integratieve spiri­tu­a­liteit in de vierde industriële revolutie.”

Volgens Sharda is het sleutel­woord: verbinding. Zij streeft naar een weten­schap­pe­lijke veran­kering van de hindoe­ïs­tische spiri­tu­a­liteit om van daaruit een verbinding te maken met de samen­leving. Het gaat vooral om de praktische toepassing van spiri­tuele inzichten; een weten­schap­pe­lijke basis draagt bij aan de kwaliteit en geeft de doelgroep een steviger houvast. Zij hoopt uit de samen­leving thema’s aange­reikt te krijgen die voor dit doel nader kunnen worden uitge­werkt. Nu richt zij zich onder andere op spiri­tuele begeleiding in diverse domeinen van de zorg, zoals ouderenzorg, palli­a­tieve en terminale zorg. Maar meer in het algemeen houdt zij zich in de nieuwe leerstoel bezig met de vraag: Wat is de rol van spiri­tu­a­liteit vanuit onze hindoe geschriften, tradities en leefer­va­ringen, hoe kunnen ze ons begeleiden om het beste uit onszelf te halen en om te verbinden met de dingen die we doen.

Het liefst ziet Sharda ook op wereld­niveau een inbedding van spiri­tu­a­liteit in beslis­singen die ons allemaal raken en een uiting zijn van de eenheid van al het bestaande. Hoe mooi zou het zijn als  iedereen — intel­lec­tuelen, onder­nemers, uitvinders, ambte­naren, mensen uit de praktijk van alledag en de gewone man op straat — een steentje hieraan zou kunnen bijdragen door dingen te doen vanuit het  diepste menszijn. Naast het presti­gieuze World Economic Forum dat zich vooral op economie en techno­logie richt, zou volgens haar het World Integrativeness Forum moeten worden opgericht om de verbin­dende kracht van spiri­tu­a­liteit te erkennen.

Wat inspi­reerde u om (sociale) psycho­logie en economie te studeren?

Ik wilde altijd meer weten over hoe mensen in elkaar zitten. Door anderen in mijn klas te obser­veren zag ik grote verschillen in hoe mensen reageren. De vraag hoeveel iemand meekrijgt met de opvoeding en culturele achter­grond en hoeveel van zichzelf is, hield mij bezig. Ik ging psycho­logie studeren met het idee klinisch psycholoog te worden. Gevoelsmatig had ik echter niet voldoende connectie met de theorieën en modellen. Ik kon mij ook niet echt verplaatsen in de probleemkant van de psycho­logie, zoals de meeste (oudere) medestu­denten die zelf vrij heftige dingen in hun leven bleken te hebben meege­maakt. Ik ben mij toen meer gaan richten op arbeids- en organi­sa­tie­psy­cho­logie. Mijn promo­tie­on­derzoek betrof arbeids­ver­hou­dingen in Nederland en de rol van vakbonds­ka­der­leden. Halverwege mijn promotie reali­seerde ik mij dat het bedrijfs­leven psycho­logen vaak inzet als het goed gaat. Men wil dan, bijvoor­beeld, iets weten over arbeids­te­vre­denheid. Maar ze betrokken psycho­lo­gisch onderzoek niet bij het nemen van strate­gische beslis­singen. Zo raakte ik geïnte­res­seerd in econo­mische vraag­stukken waar bedrijven zich mee bezig­hielden.

Hoe kwam u vanuit de weten­schap bij spiri­tu­a­liteit?

Mijn interesse in spiri­tu­a­liteit kwam naar boven toen ik eind 1997 bij Nyenrode, waar ik inmiddels werkte, werd gevraagd te helpen met onderzoek bij de opzet van een centrum voor onder­ne­mer­schap. In dat verband heb ik veel onder­nemers moeten inter­viewen. Zo kwam ik in aanraking met de mens achter de onder­nemer en zag wat hen dreef. Voor sommigen was onder­ne­mer­schap als ouder­schap. Ze zagen de medewerkers als ‘hun eigen kinderen’ voor wie ze een enorme verant­woor­de­lijkheid voelden. In de inter­views vroeg ik naar hun inspi­ra­tie­bronnen voor de dingen die ze doen, over rol van spiri­tu­a­liteit en intuïtie. Ik besefte hoe belangrijk de meer ongrijpbare dingen waren voor onder­nemers, voor hun vorming en ontwik­keling, voor het kunnen omgaan met tegen­slagen en nieuwe kansen te zien. In 2006 gaf Prof. Paul de Blot zijn oratie als hoogleraar Business spiri­tu­a­liteit op Nyenrode. Hij vroeg mij of ik hem, samen met een andere professor, wilde helpen om de leerstoel op te bouwen. Toen ben ik het onder­zoeks­gebied van spiri­tu­a­liteit verder gaan explo­reren. Ik ben veel gaan lezen en heb ook cursussen gevolgd. Vanaf januari 2008 ben ik zeker dertig keer naar India gereisd om spiri­tu­a­liteit zelf te beleven. Door in diverse ashrams te zitten heb ik spiri­tuele technieken geleerd en ook zelf ervaren. Wat doet yoga met je? Welk effect hebben mantra’s op je? Van huis uit heb ik belang­rijke waarden meege­kregen: eerlijkheid, respect, je plicht doen. Maar wat kan je hier nog meer mee? Wat betekenen yama en niyama, de hindoe­ïs­tische richt­lijnen voor harmonie en inner­lijke vrede, in de praktijk van alledag? Ik ben toen gaan uitwerken wat de rol van spiri­tu­a­liteit is voor onder­ne­mer­schap en in organi­saties en begon daarover te schrijven en ook lezingen en cursussen te geven.

Is de harde ‘profit’ wereld van business wel ontvan­kelijk voor spiri­tu­a­liteit of komt dat soft over?

Spiritualiteit is niet een onderwerp dat iedereen aanspreekt. Dat geldt ook voor het bedrijfs­leven. Maar je ziet wel een toename in aandacht voor spiri­tuele technieken in de management literatuur. Ook zie je vaker bedrijven die hun medewerkers medita­tie­trai­ningen aanbieden. Ze nodigen ook een guru of monnik uit om medewerkers te inspi­reren out of the box te denken. Sommige CEO’s vertellen openlijk dat ze mediteren. Deze openheid neemt toe. Vijftien jaar geleden spraken Nederlandse onder­nemers wel met mij over de rol van spiri­tu­a­liteit, maar wilden dat liever niet vermeld zien in het onderzoek uit vrees voor imago­schade. Maar nu wordt het zowel in Europese als Amerikaanse context steeds meer geaccep­teerd. Ik zit al zo een acht jaar in het stuur­comité van het European SPES institute. SPES staat voor spiri­tu­ality economics en society. In de Amerikaanse context hebben management weten­schappers een groep opgezet, Management spiri­tu­ality and religion, waar ik ook bij ben aange­sloten. Spiritualiteit is nog altijd geen hoofd­on­derwerp, maar dat is ook niet erg. We hoeven niet te gaan evange­li­seren. Er moet sprake zijn van een gezonde bedrijfs­voering en daar hoort het maken van winst bij. Winsten zijn nodig om mensen in dienst te kunnen houden of meer mensen in dienst te nemen, om nieuwe dingen te kunnen doen. Ik vind het gezonder dat spiri­tu­a­liteit samengaat met de commer­ciële kant van bedrijfs­voering dan dat de een de overhand heeft.

In westers denken is het vaak het een of het ander (de of-of benadering, het plaatsen in hokjes) in plaats van en-en zoals in het hindoeïsme. Sluit uw begrip van integra­tieve spiri­tu­a­liteit hierbij aan?  

Jazeker, voor de integra­tieve benadering gebruik ik de metafoor van een kubus om te laten zien dat er meerdere doelen zijn in iemands leven en dat die met elkaar zijn verbonden. Vaak zien we maar een aspect van de werke­lijkheid, maar de kubus herinnert ons eraan dat er meerdere zijn. De vlakken van de kubus kunnen we als een geheel zien en daar respect voor ontwik­kelen vanuit de gedachte dat alles uitein­delijk een harmo­nisch geheel vormt. Het is onze taak om onze zintuigen aan te scherpen via allerlei spiri­tuele technieken om die harmonie te zien en te beleven. In de integra­tieve aanpak is er daarom bij voorbaat een streven naar samenhang waarbij je alle relevante spelers en hun visies en doelen betrekt om het beoogde doel te bereiken. Deze aanpak is anders dan we vaak hebben toegepast, daarom is onderzoek nodig om er een stevigere basis aan te geven met theorie, modellen en praktijk­voor­beelden.

Hoe zal de leerstoel Hindoe-spiri­tu­a­liteit en Samenleving worden ingevuld?

Het is een nieuwe leerstoel voor twee dagen per week. Ik zal voort­bor­duren op twee onder­zoeks­lijnen die ik de afgelopen jaren heb ontwikkeld, namelijk onder­ne­mers­be­sluit­vorming en de rol van subtiele signalen, inclusief intuïtie. Hierbij helpt de yoga filosofie om de geest te begrijpen. Verder ga ik door met organi­satie-innovatie. Hierbij staat de vraag centraal hoe je het beste uit mensen haalt, waarbij ze beteke­nisvol werk en een zinvol leven ervaren. In dit verband heb ik eerder veel onderzoek gedaan voor het toonaan­gevend Nederlands bedrijf Buurtzorg. Ik ga nu de spiri­tuele kant hieraan toevoegen. Ik ben als non-executive director ook werkzaam bij Buurtzorg Edugreen Neighborhood Care in India. Wat oplei­dingen betreft zal er een masters­op­leiding geeste­lijke verzorging vanuit hindoe­ïs­tisch perspectief zijn. Daarnaast zal er binnen het bachelor programma van de bestaande opleiding hindoeïsme op de VU een cursus worden ontwikkeld die toege­spitst is op yoga, spiri­tu­a­liteit, business en leider­schap. Natuurlijk moet het niet alleen een acade­mische bezigheid zijn, het uitein­de­lijke doel is dat de verkregen inzichten in de praktijk worden gebracht. Het hindoeïsme heeft qua spiri­tu­a­liteit veel te bieden. Het gaat niet alleen om het bezoeken van de mandir of ceremonies thuis. De rijke spiri­tuele traditie moet uitein­delijk in al het handelen van mensen verankerd zijn en daarmee in de samen­leving. Het gaat om de kracht van het verbinden.

Foto’s: Sharda Nandram en Ranjan Akloe

TOP