Inaugurele Rede President van Suriname en Acceptatie Speech, Chandrikapersad Santokhi

Inau­gurele Rede Pres­i­dent van Suri­name
Chan­drikaper­sad San­tokhi
Uit­ge­spro­ken op don­derdag 16 juli 2020
Onafhanke­lijkhei­d­splein, Para­mari­bo

 

Accep­tatie speech pres­i­dent-elect
Chan­drikaper­sad San­tokhi
Uit­ge­spro­ken op maandag 13 juli 2020
De Nationale Assem­blee, Para­mari­bo

***

INAUGURELE REDE PRESIDENT VAN SURINAME

Chan­drikaper­sad San­tokhi

Uit­ge­spro­ken op don­derdag 16 juli 2020
Onafhanke­lijkhei­d­splein, Para­mari­bo

 

Geachte voorzit­ter en vicevoorzit­ter van de Nationale Assem­blee,

Leden van het corps diplo­ma­tique,

Leden van hoge col­leges van staat en van staatsin­stellin­gen,

Leden van de rechter­lijke macht

Gen­odig­den,

Landgenoten,

Vrien­den en fam­i­lies die buiten Suri­name wonen

Dames en heren,

Laat ik begin­nen met de uit­gaande pres­i­dent en zijn team te bedanken voor hun inzet om ons land de afgelopen 10 jaar te besturen. Wat onze ver­schillen ook zijn, zij had­den man­daat van het volk. En ik dank hen ook voor de medew­erk­ing aan de over­dracht van het bestu­ur.

Op 25 mei van dit jaar besloten wij samen dat het anders moest in ons land. Tijd voor nieuw lei­der­schap, tijd voor ander beleid. Van­daag sta ik hier, op het plein waar ons volk de veran­derin­gen eiste. Ik sta hier als uw nieuwe pres­i­dent, met de opdracht om voorop te lopen in het werk. Samen met u gaan we ervoor zor­gen dat elke landgenoot het weer beter zal hebben. Wij willen eerlijkheid en recht­vaardigheid, wij willen wel­vaart en een gelukkig volk.

Landgenoten, de verkiezin­gen zijn voor­bij. Ongeacht de poli­tieke par­tij die we ste­unen, we willen alle­maal dat het beter gaat met dit land. Daarmee vallen poli­tieke ver­schillen weg, wij hebben het­zelfde doel. Ik nodig daarom iedereen uit om met mij en de nieuwe min­is­ter­sploeg de schoud­ers onder het werk te zetten. Om samen dat ene doel van een wel­varend Suri­name waar te mak­en. Lat­en wij de ver­ant­wo­ordelijkheid nemen voor onszelf, voor elka­ar en voor ons land. Lat­en we hebzucht, de drang naar macht en het eigen­be­lang aan de kant zetten.

Landgenoten, ik sta hier om u eerlijk te vertellen waar we staan en waar we naar toe gaan. Die eerlijke bood­schap is dat ons land ern­stige prob­le­men heeft. En u voelt dat dagelijks aan den lijve. Alles is duur­der gewor­den; om te wonen, om te werken; om te lev­en. Lev­ens­mid­de­len zijn duur­der gewor­den, bouw­ma­te­ri­alen zijn duur­der gewor­den, medici­j­nen zijn soms moeil­ijk te kri­j­gen, kosten om te stud­eren zijn niet te betal­en voor vele jon­geren. Bus- en boothoud­ers wacht­en op hun geld, gezond­hei­dswerk­ers, leerkracht­en, ambtenaren en gepen­sioneer­den kijken steeds aan het einde van de maand bezorgd of hun salaris­sen gestort zijn. De werk­loosheid en de won­ing­nood zijn nog grot­er dan vijf of tien jaar gele­den. Vooral jon­geren zien hun toekomst somber in.

We moeten eerlijk zijn en elka­ar de waarheid zeggen. Ons land ver­keert in grote finan­ciële prob­le­men. De staatskas is leeg, er is schaarste aan vreemde val­u­ta en er hangt een toren­hoge schuld boven onze hoof­den. Instellin­gen die belan­grijk zijn voor goed bestu­ur en voor de inkom­sten van de staat, zijn verzwakt. De cen­trale bank, de belast­ing­di­enst, de douane en zelfs vele min­is­ter­ies func­tioneren onvol­doende. De slechte finan­ciële sit­u­atie is in de voor­bi­je jaren telkens beves­tigd door beo­ordel­ings­bu­reaus: ons land is stelsel­matige gedown-grad­ed. Tot begin deze week nog.

De offi­ciële schulden wor­den ger­aamd op SRD 27 mil­jard. De werke­lijke schulden­last is waarschi­jn­lijk twee keer zo hoog als we uit­gaan van een real­is­tis­che wis­selko­ers. Als we straks aan het werk gaan, verwacht­en een grot­er finan­cieel gat aan te tre­f­fen en de exacte diepte daar­van is ons nog niet bek­end.

Bovenop deze finan­ciële crises hebben we ook te mak­en met de Covid19-epi­demie. En dan heb ik nog niet eens over de morele cri­sis waar we in zijn terecht gekomen. We moeten vast­stellen dat de sit­u­atie zeer moeil­ijk is.

Landgenoten, ondanks deze ern­stige crises, heb ik de over­tuig­ing dat we die gaan oplossen. Ik heb daar geen twi­jfel over. Ik geloof namelijk in de veerkracht van ons volk. Ik geloof in de berei­d­heid om offers te bren­gen. We gaan het oplossen als we eens­gezind te werk gaan.

En we weten ook hoe we het moeten oplossen. Het eerste wat ons te doen staat is om de instellin­gen van bestu­ur weer op poten te zetten met een deskundi­ge lei­d­ing en transparant bestu­ur. De over­heid moet weer  dien­st­baar wor­den. We hebben alle mensen en deskundi­gen nodig ongeacht hun poli­tieke kleur, ras, etniciteit, leefti­jd of gen­der. Ook mensen die thuis zit­ten met een betaald salaris of van­wege ran­cune thuis zijn gezet, gaan we weer oproepen hun bij­drage te lev­eren. Wij gaan niet accepteren dan mensen gratis thuis zit­ten en betaald wor­den met dure belast­inggelden van het arme volk.

Het tweede dat zal gebeuren is dat de staats­fi­nan­ciën en de macro-economie weer gezond gemaakt wor­den. Hier­voor komt er een pro­gram­ma tot sta­bil­isatie, her­s­tel en groei. Voor de uitvo­er­ing van dit pro­gram­ma zullen wij ook de ste­un van inter­na­tionale financier­ing­sor­gan­isaties nodig hebben. Wij prat­en al met schuldeis­ers, zodat wij aan onze ver­plichtin­gen vol­doen, en tegelijk finan­ciële ruimte schep­pen om te kun­nen regeren.

Het ambtenare­nap­pa­raat zal anders moeten, effi­ciën­ter, en vooral pro­duc­tiev­er. Wij gaan nieuwe kansen bieden aan onze ambtenaren. We gaan ze trainen voor de vele nieuwe bedri­jven en sec­toren die we voor ogen hebben. Voor de olie-indus­trie, voor de groene indus­trie, voor de blauwe indus­trie, voor de ICT indus­trie. Er komen nieuwe mogelijkhe­den die veel beter betaald zijn dan de over­heid.  Delen van de over­heid zullen verzelf­s­tandigd moeten wor­den. En wij gaan dat doen zon­der iemand brode­loos te mak­en.

Met de par­ti­c­uliere sec­tor zal samen beleid gemaakt wor­den tot het schep­pen van meer arbei­d­splaat­sen. Daarom is de ‘Sociale Dialoog’ met alle sociale part­ners voor belang. Alleen door een goede samen­werk­ing tussen over­heid, vak­bon­den en werkgev­ers kun­nen we het prob­leem van de ambte­nar­ij met suc­ces oplossen.

De begrot­ing gaan we weer in even­wicht bren­gen. Dat betekent bezuini­gen, onder andere op sub­si­dies aan de rijken en ver­snelde inning van achter­stal­lige belastin­gen.

De onafhanke­lijkheid van de Cen­trale Bank van Suri­name zal her­steld wor­den. Houd­ers van vreemde val­u­ta kri­j­gen de zek­er­heid dat hun gelden veilig zijn. Wij willen dat iedereen zijn geld weer veilig kan zetten bij de banken in Suri­name. We mikken op een real­is­tis­che mark­t­con­forme wis­selko­ers die door iedereen gebruikt wordt. We gaan zuiniger moeten omgaan met de schaarse dol­lars. We moeten een zuiniger import­beleid voeren en han­de­laren die alleen lev­en van import en de dure dol­lars van de staat gebruiken, gaan we vra­gen exportbedri­jven op te zetten zodat ze helpen om dol­lars te ver­di­enen en meer werkgele­gen­heid ontwikke­len.

Wij gaan de dialoog tussen over­heid, bedri­jf­sleven, vak­be­weg­ing en maatschap­pelijke groepen ver­beteren. De struc­tu­ur is al aan­wezig via de Soci­aal Economis­che Raad, het Suri­name Busi­ness Forum en het Arbei­ds Advies Col­lege.

Landgenoten, de maa­trege­len die we moeten nemen zullen offers vra­gen. Offers die we geza­men­lijk moeten bren­gen. Dit moeil­ijke pad gaan we afleggen, door eerlijk te zijn, met dis­ci­pline en deskundigheid. Want u heeft recht op ontwik­kel­ing van stad, dis­trict en bin­nen­land; u heeft recht op goede scholen, gezond­hei­d­s­cen­tra en sport­fa­ciliteit­en. Maar met een lege staatskas en een kapot over­hei­d­sap­pa­raat komt die ontwik­kel­ing er niet. Daarom moeten we eerst maa­trege­len tre­f­fen en offers vra­gen om samen het moeil­ijke pad af te leggen. En ik weet dat we als Suri­namers een ongek­ende veerkracht hebben.

En we gaan zorgvuldig te werk. Mensen die nu in grote armoede lev­en en kwets­bare per­so­n­en mogen niet het slachtof­fer wor­den van de maa­trege­len. Wij zullen deze las­ten daarom vooral leggen op de sterk­ste schoud­ers. Als één van de eerste maa­trege­len komt er tijdelijke sol­i­dariteit­sheff­ing voor politi­ci. Ook het bedri­jf­sleven gaan we een bij­drage vra­gen. Maar de groot­ste bij­drage zal moeten komen van de belastin­gont­duik­ers. We zullen zor­gen dat de zwaarste las­ten wor­den gedra­gen door de sterk­ste schoud­ers.

In de afgelopen 5 jaren heb ik elke dag geluis­terd naar de mensen op straat toen ik Meet-The-Peo­ple liep. De afgelopen maand heb ik geluis­terd naar de inzicht­en van meer dan 100 maatschap­pelijke groepen en poli­tieke par­ti­jen. Dat was inspir­erend. Iedereen, nie­mand uit­ge­zon­derd, beseft dat we eerst door een dal zullen gaan voor we omhoog klim­men. En wat ik vooral hoorde was ent­hou­si­asme, onder­s­te­un­ing, moti­vatie, de wens om aan te pakken, en lei­der­schap op alle niveaus en over­al in het land. Datzelfde heb ik ook geho­ord toen ik huis aan huis liep in de dor­pen in het bin­nen­land, in de boiti’s en dis­tricten, en in de wijken van Para­mari­bo. Over­al in ons land kwam ik inspir­erend lei­der­schap tegen. Daar zag ik de veerkracht van ons volk. Het gaf mij hoop en vertrouwen dat wij ondanks de grote prob­le­men ons land weer kun­nen opbouwen. Wij moeten samen­werken met de grass­roots van de gemeen­schap: hun lei­der­schap onder­s­te­unen, hun plan­nen en ideeën helpen waar­mak­en. Dat brengt ontwik­kel­ing van bin­nenu­it, inclusief, en ver­ankerd in de gemeen­schap zelf.

Overi­gens kan ik u alvast beloven dat zodra de COVID sit­u­atie het weer toe­laat ik bezoeken aan het hele land zal bren­gen om verder met u te prat­en.

Op het fun­da­ment van een gezonde macro-economie en een sterk bestu­urlijk appa­raat, komt er weer groei. In de tra­di­tionele grote sec­toren van goud, olie, han­del, land­bouw en vis­ser­ij, maar ook de vele kleine bedri­jven in toerisme, en de ICT-sec­tor.

Wij zullen werken aan een inclusieve en gedi­ver­si­fieerde economie met ruimte voor iedereen die wil onderne­men. Voor micro‑, klein- en mid­denbedri­jven komen er voorzienin­gen om ze snel en makke­lijk op weg te helpen. Ook de verkop­ers van worst en schaafi­js, van dosi, kwak en bara, van sao­to en tjauw min zijn belan­grijk en mogen groeien. En als vis en cas­save uit het bin­nen­land niet de markt kan bereiken omdat het trans­port moeil­ijk is, dan is het onze ver­ant­wo­ordelijkheid om ervoor te zor­gen dat die pro­ducten de markt wel bereiken, dat ook de bedri­jven in het bin­nen­land tot bloei komen. Dit alles gaat meer werkgele­gen­heid schep­pen.

Een belan­grijk deel van de over­heid is onderge­bracht in paras­tatale bedri­jven en organ­isaties. Zij die zit­ten in strate­gis­che pro­duc­tie zoals water en energie, bli­jven in de boezem van de staat, maar moeten gauw economisch gezond gemaakt wor­den. Niet strate­gis­che staats­bedri­jven en instellin­gen zullen wor­den afgestoten, ten­min­ste als par­ti­c­ulieren de dien­sten goed­kop­er en met betere kwaliteit kun­nen lev­eren.

 Het volk zal meer inspraak kri­j­gen in het bestu­ur. Er komt regel­matig over­leg tussen regering, sociale part­ners, maatschap­pelijke organ­isaties religieuze organ­isaties en func­tionele groepen. Daar­toe hoort ook het tra­di­tion­eel gezag. We denken aan ‘mini-kroe­toes’ om mensen te betrekken bij het beleid om hun prob­le­men op te lossen.

Landgenoten, naast deze zak­en moeten we ook het bestu­ur van ons land onder de loep nemen. Wij gaan de Grondwet en de Kies­regeling eval­ueren en indi­en nodig ook herzien. Min­is­ter­ies, open­bare dien­sten, insti­tuten en staats­bedri­jven zullen gede­poli­tiseerd wor­den en in dienst staan van de hele gemeen­schap. Heel belan­grijk is dat de decen­tral­isatie van dis­tricten en ressorten weer wordt opgepakt, want mensen kun­nen veel in hun eigen wijk echt wel zelf inricht­en en besturen.

Het soci­aal stelsel zal her­vor­md wor­den, om mensen te ste­unen en uit de cirkel van armoede te breken. Tehuizen en mensen met een beperk­ing zullen beschikken over vol­doende mid­de­len. En wij zijn het aan de gepen­sioneer­den ver­plicht dat zij tijdig hun geld ont­van­gen. De pen­sioe­nen en uitk­erin­gen zullen gelei­delijk weer waardev­ast gemaakt wor­den.

Er zal gezorgd wor­den dat er vol­doende medici­j­nen en hulp­mid­de­len zijn. Ook kinderen en oud­eren die aan hun lot zijn overge­lat­en gaan we weer een goede zorg en toekomst bieden. Jon­geren en stu­den­ten, jul­lie kri­j­gen weer alle­maal de kans om onder­wi­js te vol­gen en jezelf te ontwikke­len tot een toekom­stige top­sporter, vak­man, weten­schap­per of bestu­ur­der.

In de gezond­hei­d­szorg komt het accent te liggen op pre­ven­tie; dat is alti­jd beter, goed­kop­er, en voor iedereen bereik­baar. En het zal meer gaan om de com­plete gezond­heid met aan­dacht voor voed­ing, sport en geestelijke gezond­heid; dat zijn belan­grijke delen die bij de gezond­hei­d­szorg veel meer naar voren gehaald moeten wor­den. De zorg wordt slim­mer en beter geor­gan­iseerd. Het Staat­szieken­fonds wordt her­vor­md, de wet Nationale Basis­zorgverzek­er­ing wordt herzien en de rol van de open­bare gezond­hei­d­szorg wordt belan­grijk­er.

Bij het huisvest­ings­beleid zoeken we samen met o.a. banken naar wegen om financier­ing van won­ing­bouw te verge­makke­lijken. Par­ti­c­ulieren bouwen sneller, beter en goed­kop­er dan de over­heid. En er komt een stelsel van huur­sub­si­dies voor wie dat nodig is. Voor jon­geren en afges­tudeer­den, die zelf kun­nen bouwen, komen er bouwkavels.

Landgenoten, wij zijn een etnisch, cul­tureel en religieus diverse samen­lev­ing en staan bek­end als een har­monieus volk. Er komt cul­tu­urbeleid tot bevorder­ing van bek­end­heid en respect voor elke groep, maar wij moeten wel steeds de gemeen­schap­pelijke bestem­ming als natie voorop­stellen. Een­heid in ver­schei­den­heid, daar gaat het om. In dat kad­er zullen aan de uni­ver­siteit bij­zon­dere leer­stoe­len geves­tigd wor­den voor onder­zoek naar- en behoud van het cul­turele erf­goed van de bevolk­ings­groepen.

Er zal meer aan­dacht komen voor ruimtelijke orden­ing voor een plan­matige en duurzame ontwik­kel­ing. Wijken, buurten en dor­pen wor­den zo aan­gelegd dat ze uitn­odi­gen tot gezonde gemeen­schap­pen en bescherming van het milieu. Alle dis­tricten zullen mee­doen in dit plan tot ruimtelijke orden­ing en een duurzame ver­be­ter­ing van woon- en leefk­li­maat.

De grond is er om op te wonen en te lev­en, om erop te pro­duc­eren. Er komt toezicht op de nalev­ing van de voor­waar­den voor de gron­duit­gifte. Spec­u­latie met grond zal effec­tief wor­den ont­moedigd. En de grond­hu­ur­titel zal wor­den afge­bouwd en omgezet in erf­pacht. Leegstaande perce­len, gras op de bermen, ondo­or­dacht bermbeleid, en boedelvraagstukken gaan we duurza­am voor eens en alti­jd oplossen met wet­gev­ing en belast­ing­maa­trege­len.

Suri­name beschikt over een rijke bio­di­ver­siteit. Het milieu is van ons alle­maal. Dat geeft ons tevens de ver­ant­wo­ordelijkheid om er goed voor te zor­gen zodat het ook voor de komende gen­er­aties goed leef­baar bli­jft. Zo moeten we de kwets­bare kust bescher­men, zodat gebieden niet onder water lopen door zeespiegel­sti­jging of wegspoe­len door erosie.

De vei­ligheid van mens en milieu in pro­duc­tieprocessen kri­jgt meer aan­dacht. In de klein­schalige goud­win­ning zullen we het gebruik van kwik uit-faseren. We gaan meer inkom­sten vra­gen uit de mijn­bouw­sec­tor omdat de schade aan de natu­ur te groot is. Iedereen moet dat nu besef­fen.

Jong en vooral oud zullen moeten bij­dra­gen aan een schone woon- en leefomgev­ing, aan een schoon Suri­name. Daar valt ook het terug­drin­gen van gelu­idsover­last onder.

Wij zullen het gron­den­recht­en­vraagstuk en de posi­tie van het tra­di­tion­eel gezag, waar al zo lang over wordt gepraat, oplossen, zodat er recht­szek­er­heid komt voor de trib­ale gemeen­schap­pen.

 De rechter­lijke macht heeft het niet makke­lijk gehad, maar ze is onafhanke­lijk en inte­ger gebleven, en heeft zo de rechtsstaat overeind gehouden. Wij danken hen daar­voor. Een sterke onafhanke­lijk func­tionerende rechter­lijke macht, met een sterk ver­vol­gingsap­pa­raat, is in ieders belang. Wij zullen zor­gen dat de rechter­lijke macht, net als de wet­gevende macht, een eigen onafhanke­lijke begrot­ing kri­jgt. Uitein­delijk heeft iedereen er belang bij de recht­sza­k­en snel afge­han­deld wor­den.

Alle grote pro­jecten, con­cessies, lenin­gen en overeenkom­sten van staatswege, zullen op recht­matigheid en doel­matigheid wor­den onder­zocht, en waar nodig zal strafrechtelijk onder­zoek wor­den gevraagd. Er komt een spe­ciale open­bare aan­klager voor onder­zoek naar cor­rup­tieza­k­en.

De buiten­landse dienst zal gere­or­gan­iseerd wor­den om de doe­len te halen van human devel­op­ment, een sol­idaire en vredi­ge wereldge­meen­schap, een duurzame natu­urlijke omgev­ing en vei­ligheid. Wij hebben voor de Sus­tain­able Devel­op­ment Goals 2030 getek­end en zijn gecom­mit­teerd om deze doe­len te halen.

Wij gaan Suri­name ver­scho­nen van het ima­go van drugs­door­vo­er­land. En we zullen voor­rang geven aan de agen­da tot het elim­ineren van risico’s van wit­wassen en ter­ror­is­me­fi­nancier­ing. Ook de toe­name in mensensmokkel gaat hard wor­den aangepakt. Met pri­or­iteit zullen wij assis­ten­tie vra­gen aan inter­na­tionale organ­isaties bij de bestri­jd­ing van cor­rup­tie en de wederop­bouw van een gezonde macro-economie.

Bij­zon­dere ban­den koesteren wij met onze buur­lan­den Brazil­ië, Guyana en Frans-Guyana, en de Cari­com, waar wij een vergelijk­bare his­to­rie mee hebben. Eve­neens zullen wij bij­zon­dere ban­den onder­houden met de lan­den en gebieden van oor­sprong van onze bevolk­ing met name in Afri­ka, Chi­na, India, en Indone­sië. En wij hecht­en aan goede relaties met de Verenigde Stat­en van Ameri­ka en Europa, in het bij­zon­der Ned­er­land waar veel van onze fam­i­lie en vrien­den wonen.

De dias­porage­meen­schap is deel van onze natie. Ze wonen in het buiten­land maar hun hart ligt ook hier. Niet alleen het reizen, met name tussen Ned­er­land en Suri­name, wordt verge­makke­lijkt, wij gaan ook de economis­che, cul­turele en sport samen­werk­ing aantrekken. Er komt een Dias­po­ra-insti­tu­ut om dit te struc­tur­eren.

 Hoewel wij beschouwd wor­den als een veilig land, moeten we vast­stellen dat de vei­ligheid en het vei­lighei­ds­gevoel ern­stig teruggelopen zijn. Crim­i­naliteit en cor­rup­tie wer­den onvol­doende bestre­den. Vei­ligheid is een basis­recht en we zullen dat teruggeven aan burg­ers en bedri­jven.

De Covid-19 infec­tie heeft in korte tijd het lev­en drastisch veran­derd. Niet alleen in Suri­name, maar in de hele wereld. Ook bij ons zijn de gevol­gen merk­baar. Ges­loten scholen, bedri­jven die moesten sluiten, medew­erk­ers die leer­den om van huis uit te werken. Reizen werd min­der logisch, en zelfs fam­i­lie- en vrien­den­be­zoek is ver­min­derd.

Maar er zijn ook posi­tieve kan­ten, want er is min­der druk op het milieu. Er is meer erken­ning gekomen voor vaak onzicht­bare werk­ers, in de gezond­hei­d­szorg en elders. En plot­sel­ing blijkt het wel mogelijk dat iedereen voor­licht­ing geeft over gezonde voed­ing.

Covid-19 maakt duidelijk wat werke­lijk belan­grijk is in het lev­en; en het geeft de gele­gen­heid om ons lev­en beter in te richt­en. Die nieuwe inzicht­en zullen wij meen­e­men voor een betere en veiligere gemeen­schap.

Voor nu zullen wij de mid­de­len die over zijn van het nood­fonds, zo goed mogelijk best­e­den en zoeken naar zo veel als mogelijk een nor­mal­isatie van het dagelijks lev­en. We bli­jven zor­gen voor de nodi­ge finan­ciële injec­ties vooral voor de mensen die zwaar zijn getrof­fen met hun gezin, zodat zij ook het lev­en weer kun­nen oppakken.

Deze coal­i­tie heeft nu de ver­ant­wo­ordelijkheid gekre­gen het land weer op te bouwen. Het zal niet makke­lijk gaan, zon­der geld, met een zwakke over­heid en toren­hoge schulden. Maar hoe moeil­ijk het ook zal zijn, wij gaan het land weer opbouwen, want dit is ons Suri­name. Wij zijn het land van de oor­spronke­lijke Inheem­sen, maar ook van de Mar­rons, die de vri­jheid kozen vol onzek­er­heid en gevaar, in plaats van slav­ernij. Wij zijn de nakomelin­gen van Chinezen, Hin­does­ta­nen, Java­nen, Buru’s en Libanezen, die met lege han­den kwa­men, maar een beter mor­gen maak­ten.

Dit is het land van Pater Don­ders, Sophie Red­mond en Laxmiper­sad Mungra, arm geboren, maar alti­jd klaarges­taan voor hun mede­mens. Dit is het land van Lach­mon, Wei­d­man, Pen­gel en Soemi­ta. En van Essed, Wijn­tu­in en Sed­ney.  En dit is ook het land van jonge politi­ci zoals Cur­tis en Pak­i­to en anderen die een vol­gende keer wel gekozen zullen wor­den. Dit is het land van onze vaders en moed­ers, die weinig had­den, die als slaaf of con­trac­tar­bei­der wer­den gebruikt, die wer­den mis­han­deld, ver­han­deld, ver­mo­ord, maar erin slaag­den om ons een beter Suri­name na te lat­en.

Dit is het land van de nul-optie, toen wij niet wis­ten of wij zouden kun­nen reke­nen op ste­un van buiten. Ste­un van buiten is ook van­daag zeer welkom, maar de basis van onze wederop­bouw ligt bij onszelf: wij zullen wed­er opbouwen, met of zon­der externe ste­un.

Het vertrouwen dat wij in de toekomst hebben, moeten we omzetten in daden en resul­tat­en. Iedereen kan bij­dra­gen.

Als uw bedri­jf ondanks de moeil­ijke sit­u­atie bli­jft werken, hebt u geholpen aan de wederop­bouw van Suri­name. Als u als poli­tie­man, ver­pleeg­ster, onder­wi­jz­er, uw werk naar eer en geweten doet, en zich bli­jft inzetten, hebt u bijge­dra­gen aan de wederop­bouw.

Ik weet van veel mensen en bedri­jven, dat zij armen en tehuizen helpen en anon­iem willen bli­jven. Wij danken ze, ze helpen aan de wederop­bouw. Als u een werk­loze jon­gere bent in de ghet­to, maar u helpt om uw wijk veilig te houden, en u beschermt de kinderen en oud­eren in de straat, dan hebt u bij­dra­gen.

Als u dat elke dag ten­min­ste een keer doet, dan hebt u een grote bij­drage geleverd. Iedereen, zon­der uit­zon­der­ing kan meew­erken, en Suri­name samen weer opbouwen.

Landgenoten, dat wij van­daag hier voor u staan is mede mogelijk gemaakt door velen die voor- en achter de scher­men heel hard hebben gew­erkt. We zijn hen alle­maal erken­telijk voor hun inzet en ste­un. Zon­der iemand verder te kort te doen, wil ik twee bij­zon­dere groepen van werk­ers bedanken, die in deze moeil­ijke Covid19-epi­demie onver­moeibaar hebben gew­erkt voor de samen­lev­ing. Ten eerste dank aan alle ver­pleeg­sters en medici voor de bescherming van onze landgenoten, dankz­ij u zijn veel lev­ens gered. Ten tweede, dank ik alle onder­wi­jz­ers en docen­ten voor hun inzet om onder­wi­js te ver­zor­gen onder de moeil­ijke omstandighe­den, u heeft onze jon­geren gered, de toekomst van Suri­name.

Landgenoten, het is mij een eer en voor­recht om van­daag uw pres­i­dent te zijn, pres­i­dent van dit trotse Suri­naamse volk. Samen met u, samen met de kracht van de Schep­per, gaan we Suri­name weer naar grote hoogten stuwen.

Ik dank u

God zij met u;

God zij met Suri­name.

***

ACCEPTATIE SPEECH PRESIDENT-ELECT

Chan­drikaper­sad San­tokhi

Uit­ge­spro­ken op maandag 13 juli 2020

De Nationale Assem­blee, Para­mari­bo

 

Meneer de Voorzit­ter,

Wans ope tata komopo, wi moe seti kon­dre boen

Dít, meneer de voorzit­ter, dít is de heilige opdracht waarmee we de komende vijf jaar elke dag aan het werk gaan. De opdracht om Suri­name te ver­hef­fen tot de bloeiende natie waar ons volk recht op heeft.

Elke dag weer zal ik als pres­i­dent de vraag stellen: draagt wat we doen, bij aan een beter Suri­name? Draagt het bij aan een recht­vaardi­ger lev­en voor onze landgenoten? Dat wordt de nieuwe norm. We nemen afscheid van per­soon­lijk belang en eigen gewin. De burg­er van Suri­name staat vanaf nu cen­traal.

Via u, meneer de voorzit­ter, richt ik me graag tot de leden van dit hoog­ste col­lege van staat van ons land. En, met uw toestem­ming, ook tot de hele natie.

Van­daag heeft u als leden van De Nationale Assem­blee met deze verkiez­ing lat­en zien dat onze democ­ra­tie nog werkt. Lat­en we onze democ­ra­tie, ons rechtssys­teem koesteren. Laat De Nationale Assem­blee weer het echte huis van het volk zijn. Als pres­i­dent beloof ik dat ik naar dit huis van het volk zal komen om regel­matig ver­ant­wo­ord­ing af te leggen. Om in een open debat van gedacht­en te wis­se­len. Ook u, leden van dit huis, heeft ook een grote ver­ant­wo­ordelijkheid. U mag die niet verza­k­en.

Ik dank de leden van dit col­lege, die mij hebben gekozen in het ambt van pres­i­dent van dit bij­zon­dere land. Het is een voor­recht om dit ambt te mogen vervullen en ik aan­vaard die opdracht met eerbied en respect.

En ik dank ook iedereen, bin­nen en buiten deze muren, die eraan heeft bijge­dra­gen deze verkiez­ing mogelijk te mak­en.

Aan alle landgenoten, die ik de afgelopen jaren heb gespro­ken tij­dens mijn ont­moetin­gen door het hele land, zeg ik: u heeft mij aange­ho­ord en ik heb naar u geluis­terd. En ik heb ook uw noden gezien en geho­ord. Ons land wordt vanaf nu geleid door mensen zoals u en ik. Gewone mensen, uit alle lagen van de bevolk­ing, uit alle dis­tricten. U bent ons, wij zijn u.

Ik dank ook in het bij­zon­der mijn vrien­den, mijn poli­tieke kam­er­aden, mijn par­ti­jgenoten en struc­turen, mijn medestri­jders hier en in de dias­po­ra; en natu­urlijk een spe­ci­aal woord van dank aan mijn fam­i­lie, mijn kinderen en mijn part­ner Melis­sa. Hun onvoor­waardelijke ste­un is mij dier­baar en maakt het mogelijk de zware tak­en die voor ons liggen te vervullen.

Meneer de voorzit­ter, we ron­den met de verkiez­ing van pres­i­dent en vicepres­i­dent het pro­ces af van een lange, intense en soms harde verkiez­ingscam­pagne. Vanaf dit moment begint een nieuwe fase.

Vanaf dit moment begint het pro­ces om samen met De Nationale Assem­blee, samen met de nieuwe regering, samen met maatschap­pelijke groeperin­gen en samen met de gehele bevolk­ing te werken aan de wederop­bouw van Suri­name.

En we zullen dat doen door een­heid te tonen. Een­heid in lei­der­schap, een­heid in beleid en een­heid in bestu­ur. De regering die we vor­men, zal coher­ent beleid voeren, waar alle min­is­ter­ies moeten samen­werken aan het ene doel: de wederop­bouw van Suri­name.

Meneer de voorzit­ter, zon­der die een­heid heeft ons land geen toekomst. En ik wil er geen doek­jes om heen winden. Laat ik duidelijk zijn: we staan met ons land aan een finan­ciële afgrond. We bal­anceren op het rand­je van een inter­na­tionale default. Er heerst zorg over de vraag hoe wij elke maand de salaris­sen moeten betal­en en medici­j­nen moeten aan­schaf­fen. De kas is zo goed als leeg. En ik wil dat we alle­maal dit goed besef­fen.

De erfe­nis die ons wordt achterge­lat­en is met geen pen te beschri­jven. Naast de gezond­hei­d­scri­sis door de Covid19-epi­demie, wis­ten wij dat we vooral een grote finan­ciële cri­sis het hoofd moesten bieden. Deze finan­ciële cri­sis, overtre­ft echter alle ‘worst case-scenario’s’ die we had­den bedacht. Het is vele malen erg­er dan we voor mogelijk hebben gehouden.

Dat betekent meneer de voorzit­ter, dat ik hier en nu een oproep doe aan alle Suri­namers om de rijen te sluiten. Om geza­men­lijk de crises te lijf te gaan. Ik ben er van over­tu­igd dat we de crises zullen oplossen. Het gaat ons ook lukken. Maar daar­voor is nodig dat we elka­ar vasthouden en schoud­er aan schoud­er de prob­le­men aan­pakken.

We hebben geen tijd te ver­liezen. We hebben geen tijd voor aller­lei spel­let­jes, poli­tieke truc­jes en foe­f­jes. Ik ga daar ook niet aan mee­doen en er tijd aan ver­spillen.

Het is nu tijd om als vol­wassen man­nen en vrouwen samen te werken om het land uit de cri­sis te halen. Om het land weer op te bouwen. Om onze kinderen en kleinkinderen een goede toekomst te geven. Dat is de oproep die ik van­daag doe aan eenieder.

De con­touren van ons beleid en aan­pak zal ik uiteen­zetten tij­dens de regeringsverk­lar­ing bij de start van het nieuwe par­lemen­taire jaar in okto­ber 2020.

Meneer de voorzit­ter, ik sta hier als Suri­namer. Gekneed uit de vrucht­bare klei van dit land, gevor­md door de nor­men en waar­den van mijn oud­ers, met wor­tels in alle rassen en geloven van ons mooi Suri­name. Een deel van die prachtige bromtji djarie, die we samen vor­men. Ik zeg dat meneer de voorzit­ter, omdat deze visie van een­heid in ver­schei­den­heid de dri­jfveer is in mijn lev­en. Respect voor de ander en op basis van dat respect samen werken aan de toekomst. Met dat respect hebben we ons man­daat gekre­gen, en met dat respect voor volk en vader­land zal ik mijn tak­en als pres­i­dent straks ook vervullen.

Meneer de voorzit­ter, ik begon met een voor mij inspir­erende regel uit ons Volk­slied, …wi moe seti kon­dre boeng. En dat meneer de voorzit­ter is pre­cies wat we gaan doen. w’o set’en.

Meneer de voorzit­ter er is veel te doen en we doen dat met ste­un van eenieder en de kracht die ons door de schep­per is gegeven:
God zij met ons Suri­name, Hij ver­heff’ ons heer­lijk land

Ik dank u.

TOP