Het Divalifeest (Maha-Lakshmi-Puja)

Jnan H. Adhin

Lichtfeest

De symboliek van het licht speelt in alle culturen en godsdiensten een belangrijke rol. Want het licht is niet alleen de fysisch noodzakelijke voorwaarde voor het zien, waardoor de mogelijkheid van oriëntering in en verkenning van de wereld wordt geschapen. Maar ook in diepere psychologische zin voldoet het licht in een wezenlijke behoefte, omdat het als bestaansvoorwaarde voor het leven zelf wordt ervaren. Het is dan ook niet te verwonderen, dat de lichtsymboliek filosofisch is uitgewerkt, zowel in metafysisch als in ethisch opzicht: het licht wordt met goedheid en wijsheid, de duisternis met kwaad en onwetendheid in verband gebracht.

In de Indische cultuursfeer is de complexe beleving van het licht op zeer verfijnde en diepzinnige wijze, zowel godsdienstig als wijsgerig, tot uitdrukking gebracht. Het verband tussen licht en goedheid is duidelijk aanwezig in het Divali-feest (Lichtfeest), dat ieder jaar opnieuw op Amavasya (dag van Nieuwe Maan) van de maand Karttika of Katik (oktober/november), wordt gevierd. De oorsprong van dit Divali– of Dipavali-feest moet in de religieuze en filosofische, mythologische en historische tradities van het Indische volk worden gezocht.

Zoals bij een eeuwenoude traditie met een gevarieerde achtergrond en een diepzinnige betekenis wel valt te verwachten, is het Divali-feest eigenlijk een combinatie van verschillende feesten, die als een herdenking van de één of andere mythologische of historische gebeurtenis over een aantal achtereenvolgende dagen werden gevierd, maar die in de loop der tijden min of meer met elkaar zijn gaan samenvallen en thans in verband met of zelfs op de avond van het eigenlijke Divali-feest worden gevierd, omdat symbolisch beschouwd ze vrijwel dezelfde betekenis hebben, namelijk de overwinning van het goed op het kwaad, van het licht op de duisternis.

Diverse Feesten

Niet langer als een afzonderlijk feest wordt gevierd de Dhanvantari-Janma-Utsav, ook Dhana-Trayodashi of Dhan-Teras genoemd (trayodashi of teras is de 13e dag, d.i. 2e dag vóór Nieuwe Maan), ter herdenking van de geboortedag van de grote Dhanvantari, de zoon van Vishnu (God als Onderhouder), de stichter van de heilige stad Kashi (Banaras) en de grondlegger van de geneeskunde: hij heeft onderricht in de Ayur-Veda gegeven, waardoor hij de mensheid gezondheid en een lang leven schonk.

Volgens de traditie heeft Yama (de Dood), bewogen als hij was door het verhaal van zijn duts (boodschappers) omtrent het lijden van de mensheid, zelfde verrichting van puja (verering) en dipdan (verlichting) voorgeschreven, en door het zich houden aan de voorschriften en het op rituele wijze branden van lichtjes gedurende drie dagen kunnen de mensen zich van vroegtijdige dood vrijwaren.

Eveneens van betekenis is de Narak-Chaturdashi, die ter herdenking van een bijzondere gebeurtenis op de dag vóór Nieuwe Maan (chaturdashi is 14e dag) wordt gevierd. Op deze dag versloeg de goddelijke Krishna (een incarnatie van Vishnu) de demon Narakasur (letterlijk: helleduivel), die een groot aantal vrouwen gevangen hield en terroriseerde. Uit blijdschap voor deze bevrijding werd er toen geïllumineerd, daar in de Indische traditie de vrouw als Grih-Lakshmi (licht en geluk van het huis) wordt beschouwd. Ook wordt het een en ander in verband gebracht met het optreden van Vaman (Vishnu als dwerg), die Lakshmi (Vishnu’s gemalin) uit de gevangenis van Bali, de koning der Daityas (demonen), bevrijdde.

De kern van het Divali-feest is de Maha-Lakshmi-Puja, de verering van de goddelijke Lakshmi, de gemalin van Vishnu, de personificatie van licht en geluk, het symbool van de huisvrouw. De mythologie verhaalt, dat bij het karnen van de kosmische oceaan, teneinde amrit (nectar) deelachtig te worden, Lakshmi in volle schoonheid, gezeten op een lotus, op aarde verscheen. Toen ze later in gevangenschap van de daitya-koning Bali was geraakt, werd zij bevrijd door haar gemaal Vishnu, die in de gedaante van Vaman (dwerg) aan Bali net zoveel land vroeg, als hij in drie stappen kon bedekken; en toen hem dit werd toegestaan, legde hij in twee reuzestappen hemel en aarde af, zodat voor Bali alleen nog de onderwereld overbleef. Volgens de overlevering smeekte Bali toen aan Vishnu, om hem voor het welzijn van de mensheid een wens toe te staan, namelijk om gedurende drie achtereenvolgende dagen puja (verering) voor Lakshmi in te stellen, opdat de mensheid met illuminatie (dipdan) deze gebeurtenis zou herdenken.

Een andere belangrijke gebeurtenis, die op Amavasya (dag van Nieuw Maan) moet hebben plaatsgevonden, is de openbaring van het schrift. Volgens de traditie schonk Sarasvati, de gemalin van Brahma (God als Schepper), de personificatie van kunst en wetenschap, op deze dag aan de mensheid het Devanagari-schrift, waardoor de mogelijkheid werd geschapen, om de gesproken taal in schrifttekens weer te geven en op deze wijze de verworven kennis aan anderen, ook aan komende generaties, door te geven. Dit betekent niet alleen een overwinning op de onwetendheid (door verbreiding van kennis en onderwijs), maar eveneens een overwinning op de dood, omdat het geschrevene ook na de dood van de schrijver blijft voortbestaan. Ook was het op deze dag, dat de edele Ram (een incarnatie van Vishnu) – na de wereld van het kwaad te hebben verlost door de demonische Ravan, koning der Rakshasas (demonen), te verslaan, waarna hij het rijk Lanka (Ceylon) aan diens broer Vibhishan schonk – met zijn liefelijke gemalin Sita, het symbool van de ideale vrouw en echtgenote, naar zijn eigen rijk Ayodhya terugkeerde, waar hij door zijn verheugde onderdanen op feestelijke wijze met lichten werd binnengehaald”.

Nog twee feesten, die in samenhang met Divali worden gevierd, dienen hier genoemd te worden. Op de eerste dag na Nieuwe Maan (pratipada of pariva) valt de Annakut-Utsav (annakut is rijstberg) of Govardhan-Puja, gevierd ter herdenking van het feit, dat Krishna de trots van Indra brak en diens woede trotseerde door het geweld van diens natuurelementen te keren met behulp van de berg Govardhan, die hij optilde en waaronder hij alle herders liet schuilen. En de tweede dag na Nieuwe Maan (dvitiya of duj) is de Bhratri-Dvitiya of Bhaiya-Duj als uiting van de innige relatie tussen zuster en broer (bhratri of bhaiya)ter herdenking van de grote mythologische gebeurtenis, dat Yamuna op deze dag haarbroer Yama een bezoek bracht en op bijzonder hartelijke wijze werd ontvangen.

Wijze van Viering

Het opvallende bij al deze gebeurtenissen, die met het Divali-feest in verband worden gebracht, is dat ze zich op Amavasya (of daaromtrent) moeten hebben voorgedaan, dus wanneer de nacht pikdonker is en men zelfs geen hand voor ogen kan zien. Daarom is het begrijpelijk, dat de illuminatie een wezenlijk aspect van de viering van het Divali-feest uitmaakt, hetgeen duidelijk in de Sanskrit-naam tot uiting komt: Dipavali betekent letterlijk “rij (snoer, krans) van lichtjes”. Het spreekt dan ook vanzelf, dat het Divali-feest met grote luister wordt gevierd: in huis, op het erf, in bomen, op het water, ja overal worden lichtjes ontstoken er worden fakkeloptochten gehouden en allerlei soorten vuurwerk (vooral kunst-, maar ook gewoon knalvuurwerk) afgeschoten. Ofschoon met de voortschrijding van de techniek ook kaarsen en thans zelfs elektrische lampen voor de illuminatie worden gebruikt, worden terecht de traditionele diya’s (aarden lampjes) nog altijd in ere gehouden.

Behalve deze spectaculaire wijze van feestviering, waaraan door de gehele buurtschap wordt meegedaan, wordt het Divali-feest ook in een intieme sfeer gevierd. Naast diensten in de mandir (tempel) worden in elke woning enige plechtigheden door de Grih-Lakshmi (vrouw des huizes) verricht, meestal bestaande uit een puja (verering) en agyari (eenvoudig vuuroffer), alsook arti (beschijning) met vijf diya’s in een thali (koperen bord). Opdat haar hele gezin geluk en voorspoed deelachtig kan worden, verjaagt de huisvrouw de armoede uit haar woning met de woorden: Lakshmi paithe, daridr bhage (Laat Lakshmi – de personificatie van geluk en voorspoed – binnenkomen en de armoede wegvluchten).

Wanneer deze eenvoudige ceremonie achter de rug is, worden de lichten aangestoken en krijgen alle huisgenoten en aanwezige vrienden diverse lekkernijen (mithai) te eten. De feestmaaltijd, die hierop volgt, is dikwijls overdadig, maar alcoholische dranken mogen niet worden geschonken, ofschoon tegen dit voorschrift door sommigen nogal eens wordt gezondigd, hetgeen uiteraard afbreuk doet aan de sfeer van wijding en bezinning, die dit feest kenmerkt.

Overwinning

Zo doende wordt het Divali-feest, het Feest der Lichten, op geestdriftige wijze door de gehele gemeenschap gevierd. Filosofisch gezien is het een verzinnebeelding van de overwinning van het licht op de duisternis, van het goed op het kwaad, van de waarheid op de onwaarheid, van de wijsheid op de onwetendheid, van het recht op het onrecht. Het spreekt tot ieder mens, ongeacht diens geloof of cultuur, omdat in ieder mens een diepe behoefte bestaat, om de krachten der duisternis te overwinnen en door die van het licht te vervangen.

De eeuwenoude kreet, zo prachtig in de Brihadaranyak-Upanishad geuit: Asato ma sad-gamaya, tamaso ma jyotir-gamaya, mrityorma’mritam gamaya (Leid mij uit de onwerkelijkheid tot de werkelijkheid, leid mij uit de duisternis tot het licht, leid mij uit de dood tot de onsterfelijkheid), is een algemeen-menselijke kreet, die door alle tijden heen op alle plaatsen aan de menselijke borst is ontsnapt. Want alle mensen zijn in wezen gelijk, hoezeer ze in hun verschijningsvormen van elkaar ook verschillen. En het is deze diepzinnige waarheid, die op magistrale wijze in de Chhandogya-Upanishad is uitgedrukt in de beroemde identiteitsformule: Tat tvam asi (Dat zijt gij)!

Paramaribo, 2 oktober 1975

Foto’s: Ranjan Akloe (Nationale Diya, Suriname 2010)

Klik de link om de video te bekijken. https://www.youtube.com/watch?v=PWNIRnckumg&feature=youtu.be

TOP