Column Kanta Adhin

Hart voor Suriname

Kanta Adhin

Op 10 september 2021 heeft de president van Suriname, Chan Santo­khi, de Anton de Kom­-lezing gehouden in Amsterdam. We hebben kunnen zien en lezen dat een groep personen hiertegen heeft geprotes­teerd. Op de site van Hindorama is al het een en ander geschreven over deze protestactie. Bij de over­handiging van hun petitie aan de Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken, Internationale Business en Internationale Samenwerking herhaalt deze groep van ‘Surinamers in de diaspora die hart hebben voor Suriname’ hun bezwaren. Deze lijken vergezocht en niet geloofwaardig en roepen de vraag op waar hun hart precies voor klopt.

President Santokhi tijdens de Anton de Kom-lezing.

De actievoerders menen dat er onder president Santokhi momenteel sprake is van onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van demonstratie. Het kan aan mij liggen, maar ik heb geen verontrustende berichten uit Suriname gehoord dat critici worden opgepakt, dat kranten of radio/tv-zenders worden gesloten, dat er demonstraties met geweld uiteen zijn geslagen, demonstranten gevangengezet en dergelijke. Was dit wel het geval, dan zouden de organisatoren van de lezing, het Verzetsmuseum en Trouw, als exponenten van deze rechten, daar zeker consequenties aan hebben verbonden.

Een bij de actie aangesloten communistische jongeren­beweging voert ook aan dat de heer Santokhi tegen de onafhankelijkheid van Suriname was. Het mag duidelijk zijn dat de partij waarvan hij nu de leider is – de VHP – niet tegen onafhankelijkheid was, maar tegen het moment en de wijze waarop deze indertijd werd doorgedrukt. De partij was voorstander van een beter doordachte, beter voorbereide en daarmee door de Surinaamse burgers breder gedragen onafhankelijkheid. We weten allemaal hoeveel personen – van verschillende etnische groeperingen – het land destijds hebben verlaten uit vrees voor de ongewisse toekomst. Hoe mooi zou het zijn geweest als al deze personen voor Suriname behouden hadden kunnen blijven. Dan had president Santokhi nu geen oproep aan de Surinaamse diaspora hoeven te doen om het land te helpen opbouwen.

De actievoerders hebben het ook over etnische uitsluiting en daar zit de crux van hun bezwaar. Deze personen zijn (nog) niet toe aan politieke macht in Suriname door personen van Hindostaanse komaf. In hun ogen staat dat dan gelijk aan uitsluiting van andere etnische groeperingen, met name de Afro-Surinamers. Zij zouden dus eerlijker zijn als ze gewoon zouden zeggen: ‘Een Hindostaanse president in Suriname? Dit is onkan!’ In zijn lezing heeft president Santokhi het Surinaamse multi-etnische model met verve uiteengezet en benadrukt dat de kracht van het land juist zit in de verscheidenheid, zolang er ook sprake is van onderlinge verbondenheid. Deze verbondenheid is in de loop der jaren gegroeid. De bevolkingsgroepen die uit allerlei delen van de wereld zijn gekomen hebben een eigen Surinaamse cultuur ontwikkeld die zowel elementen heeft van de culturen uit de herkomstlanden als op Surinaamse bodem ontwikkelde elementen. De actievoerders, al dan niet op instigatie van politieke elementen in Suriname, lijken niet bereid die verbondenheid ook op politiek niveau te accepteren. Op straat en op sociale media wordt door figuren die zich met de NDP identificeren de meeste walgelijke etnische taal uitgeslagen. Dat doet afbreuk aan de verworvenheid van de NDP als eerste grote etnisch overstijgende politieke partij in Suriname.

Het viel mij ook op dat de actievoerders het hebben over ‘onaanraakbaren (Dalits)’. Dat zijn de kastelozen in India die veelal aan discriminatie zijn blootgesteld. Uit publicaties blijkt dat de actievoerders personen van Surinaams-Hindostaanse komaf typeren als ‘nazaten van een onaanraakbare’. Dit geeft te denken. Is de term denigrerend bedoeld, een alternatief voor ‘koelie’? Bij de overhandiging van hun petitie riepen zij president Santokhi op om ‘hen niet te schofferen, hen als minderwaardig weg te zetten en als het ware als onaanraakbaren aan te duiden’. Merkwaardige opmerking aangezien het in India door kasten beheerste maatschappelijk stelsel in Suriname niet bestaat.

In Nederland heeft men het niet meer over Creolen (stads- en boslandcreolen) maar over Afro-Surinamers. Er zijn personen uit Afro-Surinaamse hoek die menen Hindostanen als Aziatische Surinamers te moeten aanduiden. Dat is nergens voor nodig, want Hindostanen hebben geen issues met de benaming (Surinaamse) Hindostaan. Bovendien zouden ook Surinaamse Javanen en Chinezen onder deze grote noemer vallen. Men moet nu niet zover gaan om een zodanig ‘Aziatisch’ (in dit geval Indiaas) stempel op de groep te willen drukken door met begrippen te zwaaien die vreemd zijn aan de Surinaamse samenleving. Hiermee lijken de actie­voer­ders de Surinaams-Hindostaanse bevolkings­groep te willen framen als niet (volledig) Surinaams. Dit staat haaks op hun woorden dat zij niet etnisch denken en dat zij alle bevolkingsgroepen ongeacht etnische afkomst als Surinamer beschouwen.

Tijdens Diaspora Receptie (Lourdeskerk Scheveningen 11 sept. 2021).

Ook het verwijt dat president Santokhi zich niet hard zou maken voor excuses van Nederland voor het slavernijverleden lijkt gezocht. Hebben zij op de stoep gestaan toen de lezing door Nederlandse (ex) politici werd gehouden? Deze lijken bij uitstek degenen waar de actievoerders op dit punt hun ongenoegen hadden moeten laten blijken. De actievoerders lijken dan ook niet echt hart te hebben voor Suriname, maar slechts voor de belangen van een bepaalde groep.

‘Hart voor Suriname’ is de slogan van het diasporabeleid van president Santokhi, maar hij zal terdege rekening moeten houden met verschillende hartritmes  waarvan niet alle zich zo duidelijk manifesteren. Er zijn ook nog altijd personen van wie het hart harder gaat kloppen als zij vanuit etnisch/politiek opportunisme kansen zien en nu denken te kunnen worden ‘geregeld’. Als dat niet lukt, wisselen ze maar al te graag van loyaliteit.

Foto: Eric Kastelein en Ad van Wingerden (Triskontakten)

REACTIE

TOP