Grote Suriname - Tentoonstelling in De Nieuwe Kerk

Hans Ramsoedh

Bij  binnen­komst in De Nieuwe Kerk in Amsterdam, waan je je in Suriname. In de hal is een (marron)korjaal tentoon­ge­steld en je wordt verwelkomd en begeleid door het geroep van de Grietjebie (op een band).

De Grote Suriname-tentoon­stelling in De Nieuwe Kerk is een visuele biografie, het levens­verhaal van Suriname en zijn bevolking, zoals vermeld in het voorwoord bij de catalogus bij deze tentoon­stelling. De visuele biografie wordt verteld aan de hand van ruim driehonderd objecten: arche­o­lo­gische vondsten, histo­rische foto’s en documenten, kleding­stukken, heden­daagse kunst, film- en muziek­frag­menten, sieraden en toege­paste kunst. Samen met audio­vi­suele voorstel­lingen vormen zij een kleurrijk, veelzijdig geheel. Bekende histo­rische momenten worden afgewisseld met persoon­lijke verhalen. De bewoners laten letterlijk hun stem horen: in inter­views en audio­vi­suals. Aanleiding voor de tentoon­stelling is de geringe aandacht voor Suriname in Nederland. In Nederlandse geschie­de­nis­boekjes wordt summier aandacht besteed aan de geschie­denis van Suriname, terwijl beide landen een geschie­denis van maar liefst vier eeuwen delen. Er is te veel Suriname in Nederland en te veel Nederland in Suriname om elkaar als wille­keurig buitenland te beschouwen.

De opzet van de tentoon­stelling is thema­tisch en bestaat uit negen onder­delen. Bij het eerste thema staan de oorspron­ke­lijke bewoners, de Inheemsen, centraal. Een belangrijk object van dit eerste thema, tevens het topstuk van de tentoon­stelling, is een stenen pre-Columbiaans masker dat enig is in zijn soort in het noordelijk deel van Zuid-Amerika. Dit masker kan worden beschouwd als het oudste gezicht van Suriname. In de ruimte daarna (2) komt het thema wingewest Suriname aan bod met daarbij aandacht voor het koloniaal bestuur, de plantage-economie, de Joodse bevol­kings­groep, slavernij en  contract­arbeid. Met betrekking tot contract­arbeid zien we een registra­tie­kaart van een Javaanse contract­ar­beider waarop staat aange­kruist of deze voor veld- of fabrieks­arbeid geschikt was bevonden. In deze ruimte vindt ook de audio­vi­suele presen­tatie plaats waarbij bekende en onbekende Surinamers en Nederlanders histo­rische gebeur­te­nissen en persoon­lijke verhalen toelichten. In de kapel bij deze ruimte wordt verteld over de twee maanden durende zeereis die de tot slaaf gemaakte Afrikanen maakten.

In ruimte 3, 4 en 5 is er aandacht voor respec­tie­velijk de entomologe Maria Sibilla Merian (1647–1717) met haar kleur­rijke prenten over flora en fauna van Suriname, de handel en de Marrons. In ruimte 6 tonen vijf heden­daagse kunste­naars hun werken. De (marron)kunstenaar Marcel Pinas, die al enige tijd nationaal en inter­na­ti­onaal aan de weg timmert, vraagt met zijn offer­tafel Moiwana 86 Taffa aandacht voor een van de grootste tragedies in de Surinaamse geschie­denis: de massa­moord op 86 bewoners van het marrondorp Moiwana in 1986 door het leger van Desi Bouterse. We zien hier de offer­tafel met erop 38 borden en eromheen 38 stoelen. De lege stoelen rond de gedekte tafel staan symbool voor de slacht­offers. De stoelen zijn bedekt met zwart-witte kleden zoals bij een rouwplech­tigheid. Op de borden staan krantenfoto’s van soldaten en lijken. Op de lepels staat in het Afaka-schrift ‘Bescherm ons’ geschreven.

Pinas’ instal­latie is enerzijds een oproep om de gebeur­tenis niet te vergeten en ander­zijds een eerbetoon aan de slacht­offers. In de kapel bij deze ruimte is het kunstwerk van Razia Barsatie tentoon­ge­steld. Toen haar overgroot­vader vanuit Calcutta in Suriname aankwam, veran­derde hij zijn achternaam van Ilahibaks naar Barsatie. Volgens de kunste­nares deed haar overgroot­vader dat omdat misschien de vochtigheid en de warmte van Suriname hem deden denken aan het Hindiwoord barsaat (regen­achtig). In haar gepre­sen­teerde kunstwerk in de vorm van een in kerrie geschreven Hinditekst (in Latijns schrift) Barsatie tracht zij een ‘Hindostaanse’ atmosfeer te creëren waarin haar persoon­lijke inter­pre­tatie van regen centraal staat: ‘Hoe ik het voel en ruik en hoe ik ernaar kan verlangen’.

 

Barsati

Een schip arriveerde in de regentijd

Met ‘kantraki’ in het land Suriname

Een hart vol van verwachting en hoop,

bracht ik mee

De omstan­dig­heden eisten een veran­dering van mijn uiterlijk

Zelfs mijn naam heb ik veranderd; ik heette vanaf toen ‘Barsatie’

Maar ik had ook bedacht dat ik overal vreugde zou verspreiden, net als hoe de lente

deze met zich meebrengt

Daadkrachtig besloot ik, dat mijn leven er prachtig uit zou zien

En gevuld met liefde zou verlopen

Met het weer veran­derde ook het karakter van mensen

Maar de geur van mijn regen­druppels op het zand veran­derde niet

Hoewel mijn bestaan onver­anderd bleef, veran­derde mijn vrien­den­kring wel degelijk

Soms hield ik mijn gevoelens, terwijl ik soms in tranen uitbarstte

Ik ben een vrouw, de oorsprong van het universum

Ik beloof dat ik Zijn schoonheid altijd zal waarborgen

Met elke regen­druppel die ik op de aarde laat vallen

Zal ik mijn nakome­lingen verzorgen en voorzien van al hetgeen zij behoeven

Ik ben een vrouw, een moeder, een zus en een echtgenote

De regen die leidt tot een goede opbrengst

Ik was –en zal altijd oprecht blijven

Ik zal geen enkel bedrog verdragen

Je kunt altijd op mij vertrouwen

Ik ben niet wispel­turig zoals het weer

Moge degene die mij probeert tegen te houden, wel weten

Dat ik ook als een geweld­dadige storm kan teisteren.

In ruimte 7 is het thema de bodem­schatten van Suriname met aandacht voor de bauxiet­in­du­strie tijdens de oorlogs­jaren (’40-’45) en de huidige goudsector. De veelkleu­righeid van Suriname in de vorm van verschil­lende kledij bij de verschil­lende bevol­kings­groepen en familie­ver­halen met foto’s komen we in ruimte 8 tegen. In een vitrine in deze ruimte is de groene jurk tentoon­ge­steld die prinses Beatrix droeg tijdens de onafhan­ke­lijk­heids­ce­re­monie in Paramaribo in 1975.

In de laatste ruimte (9) is er aandacht voor Paramaribo en de Surinaamse keuken. Naast de expositie zijn er op verschil­lende data in de avonduren (19.30–20.30 uur) acht Suriname monologen waarbij bekende personen uit de Surinaamse geschie­denis (De Kom, Sophie Redmond, Ferrier, Pengel/Arron/Lachmon, Bouterse) zijn te zien en te horen. Het gaat om theatrale opvoe­ringen. Bekende acteurs kruipen in de huid  van deze kopstukken. Op maandag 25 en dinsdag 26 november zijn de monologen Lachmon, Arron en Pengel gepro­gram­meerd met Prem Radhakishun in de rol van Lachmon. Onder een boom in het hierna­maals drinken Arron, Pengel en  Lachmon een Parbo (Surinaamse bier) en blikken terug op 44 jaar onafhan­ke­lijkheid. Op de website van De Nieuwe Kerk (nieuwekerk.nl/tentoonstelling/de-grote-suriname-tentoonstelling/) vindt de belang­stel­lende lezer verdere info over de monologen.

Een omissie in deze tentoon­stelling is aandacht voor meerta­ligheid en multi­re­li­gi­o­siteit in Suriname. In de lande­lijke kwali­teits­kranten (de Volkskrant 4 oktober, Trouw 5 oktober, het Parool 5 oktober en NRC 3 oktober) en in de media (onder andere De Wereld draait door-DWDD) is uitvoerig aandacht besteed aan deze tentoon­stelling. Die aandacht was nogal Afro-centrisch waarbij vooral eenzijdig de focus lag op Afro-Suriname: slavernij, de marrons en hun cultuur. In tegen­stelling tot deze eenzijdige aandacht doet de opzet van de tentoon­stelling recht aan de multi­cul­tu­ra­liteit van Suriname en de geschie­denis van de verschil­lende bevol­kings­groepen. Niet zozeer de bevol­kings­groepen maar de thema’s worden apart getoond, waarbij de verschil­lende etnische groepen tot hun recht komen. Deze Grote Suriname-tentoon­stelling toont de verwe­venheid van de Nederlandse en Surinaamse geschie­denis en presen­teert een meerstemmige autobi­o­grafie van Suriname.

Bij deze tentoon­stelling hoort een catalogus: Het Grote Suriname Magazine. Prijs € 19,95.

Grote Suriname Tentoonstelling in De Nieuwe Kerk - Dam-Amsterdam

5 oktober 2019 t/m 1 maart 2020 • Openingstijden: ma t/m zo: 10.00 – 17.00 uur • Toegangsprijs: € 18,-

Lees ook Surinaams/Hindostaanse folk music verdient ook een plaats in De Nieuwe Kerk in Amsterdam

TOP