Frans-Guyana: een kunstmatig paradijs?

Sabitrie Gangapersad

Misschien kwam het door mijn recente bezoek aan buurland Guyana en de grote progressie die ik daar heb gezien of door de vele opmer­kingen die ik over Frans-Guyana had gehoord en de verge­lijking met Europa. Mijn verwach­tingen waren in elk geval hoog gespannen, toen ik in het weekend van 23 tot en met 25 november richting het oosten trok. Europa heb ik niet herkend. Wat me erg opviel, was het gebrek aan bedrij­vigheid.

Inkopen doen
“Ik steek wel eens vanuit Albina over naar Saint Laurent om mijn inkopen te doen bij Super U”, vertelt een kennis enthou­siast, wanneer ik haar de avond voor vertrek tijdens een show in theater Thalia ontmoet. Het idee om naar Frans-Guyana te gaan is eigenlijk ook zo ontstaan, toen een collega opmerkte dat we de trip zouden kunnen combi­neren met kerst­in­kopen. “Als je niet naar Europa kunt, dan maar je inkopen in Frans-Guyana doen.”

Voorbereiding
Een reis tot naar Cayenne vergt veel meer voorbe­reiding dan even oversteken naar de andere kant. Surinamers kunnen ongehinderd naar het grens­stadje Saint Laurent, maar wie naar de hoofdstad wilt, moet eerst een visum aanvragen bij de ambassade. Gelukkig hebben verschil­lende touror­ga­ni­saties een regeling kunnen treffen, zodat er geen visum­kosten hoeven te worden betaald voor een korte tour. Maar net als voor de Nederlandse ambassade moeten er verschil­lende documenten zoals werkge­vers­ver­klaring, bankaf­schriften en een reisver­ze­kering worden overgelegd. Als alles in orde is, kan het visum na een week worden afgehaald. Op het visum staat duidelijk vermeld dat je het niet kunt gebruiken voor doorreis en dat je niet langer dan vijf dagen aaneen­ge­sloten in het land mag verblijven. Surinamers die vroeger wel met een geldige Schengenvisum naar Frans-Guyana konden reizen, kunnen dat sinds kort ook niet meer. Ze zijn verplicht om een visum voor dat land aan te vragen.

Op weg
Met een groep van twaalf personen, verdeeld over twee minibussen, gaan we die zater­dag­ochtend rond zes uur in de ochtend op weg. De reis wordt verzorgd door Celestial Tours en de tweeling­broers Becker fungeren als onze gidsen. De Oost Westverbinding richting Albina, die jaren geleden een lijdensweg was, is nu mooi geasfal­teerd en een lust om over te rijden. De regering heeft besloten om de 44ste Onafhankelijkheidsdag dit jaar in het district Marowijne te vieren, dus zijn de bermen netjes gemaaid en wapperen er veel vlaggen van de regerende partij NDP op de erven. De brug bij Stolkertsijver heeft een wasbeurt ondergaan en is helemaal versierd met doeken in de kleuren van de Surinaamse vlag. Als we langs Moengo rijden, zien we ook daar veel bedrij­vigheid rond de viering. Er wordt in Albina eerst getankt – brandstof is immers duurder in Frans-Guyana – waarna we door de douane­con­trole gaan. Hoewel een gele koorts vacci­natie verplicht is, wordt er niet naar gevraagd.

Super U
De veerboot tussen Albina en Saint Laurent vaart minimaal twee keer per dag. Er kunnen ruim acht auto’s per vaart mee. Op het veer is het vrij rustig. Binnen een kwartiertje staan we aan de overkant en gaan heel snel door de controle heen. De gids vraagt wat we willen eten bij de lunch en plaatst de bestelling vooraf. Voordat we verder gaan, nemen we een kijkje in de zo populaire Super U. Het eerste dat me opvalt is de strenge controle. Grote tassen moeten achter­blijven en steek­proefs­gewijs moeten andere bezoekers de inhoud van hun schou­der­tassen ook even laten zien. Er werken veel bosland­creolen en ook enkele indianen in de winkel. Het assor­timent is goed, maar overal ligt er rommel, zoals ook bij grote Chinese super­markten in Suriname. De gidsen beloven dat we bij terugkeer een andere Super U zullen aandoen. Het blijft dus veelal bij kijken en verge­lijken.

Lunch te Maripokreek
Na ruim twee uren rijden komen we bij de Maripo kreek aan. De plek doet een beetje aan Colakreek denken. Er staan enkele tenten en palmbomen bij de kreek. Het is droge tijd dus is er maar weinig water. Niet aantrek­kelijk om een duikje te nemen. Horden muskieten komen ons tegemoet wanneer we uit de bus stappen. De gidsen zijn erop voorbereid en halen muskie­ten­wierook tevoor­schijn. Een van hen rijdt daarna weg om het eten te halen. Er zijn geen toiletten bij de plek en alles voelt heel erg primitief aan. Dat verbaast mij.

Onderweg naar Kourou staat een politie­con­trole waar heel stipt wordt gelet op alle reisdo­cu­menten. De replica van de raket­basis in Kourou is een grote trekpleister voor toeristen. Ook wij willen die niet missen. In de onder­gaande zon maken we prachtige foto’s en de gidsen vertellen ons hoe Suriname de kans om de raket­basis in eigen land te hebben, liet schieten. De raket­basis zorgt voor meer dan een kwart van alle banen in Frans Guyana  en is na de overheid de grootste werkgever. Terwijl wij zo door de straten rijden, valt op dat alles erg rustig is. Er is nergens bouwbe­drij­vigheid of andere activi­teiten te zien.

Activiteiten
In de vooravond komen we in het hotel Le Chaumiere in Cayenne aan. Het hotel is net aan de rand van de stad in een mooie bosrijke omgeving. Na een snelle douche haasten we ons naar de bekende Family Plaza Mall. We komen net voor sluitingstijd aan en kunnen nog net even rondkijken. Van kopen komt niet veel terecht. Daarna gaan we naar een pleintje voor het avondeten. De plek doet denken aan het Brasaplein voor het commis­sa­riaat van het district Nickerie. In het weekend komen veel mensen daar bijeen en er staan verschil­lende kraampjes met etens­waren. We worden vergast op lekkere stokbroden met verschil­lende soorten sauzen. Een voetbalteam heeft gewonnen en het is een drukte van jewelste. Staande of zittend op enkele stenen stoepen, eten we de stokbroden smakelijk op.

Sightseeing
De zondag is gereser­veerd voor sight­seeing en inkopen bij Carrefour en Huper U. Het valt me op dat de binnenstad niet veel verschilt van Paramaribo. De gebouwen zien er hetzelfde uit: een deel goed onder­houden en een ander deel in vervallen staat. Door de hoge eurokoers in Suriname komen veel spullen toch niet zo voordelig uit voor ons. Maar het assor­timent in de winkels is ruim. De groep koopt vooral veel fruit en choco­la­de­soorten.  Ik begrijp nu ook waarom op bepaalde dagen winkel Kirpalani in Suriname stampvol is van mensen uit Frans Guyana, die  al hun inkopen in Suriname doen. Voor hun zijn de prijzen in Suriname natuurlijk veel voorde­liger. De lunch van die dag bestaat uit Chinees eten dat vers is klaar­ge­maakt, maar waar we echt uren op hebben moeten wachten. Het avondeten verschaft pizza, die we samen in het hotel nuttigen. De volgende ochtend vertrekken we vroeg om een stop te kunnen doen bij Super U in Kourou. Op het veer ontmoeten we minister Edgar Dikan van Regionale Ontwikkeling. Hij heeft net de festi­vi­teiten rond de Onafhankelijkheidsviering op Moengo bijge­woond en gaat richting Cayenne voor een confe­rentie. Gelukkig is de drukte op Moengo al voorbij en kunnen we zonder oponthoud over de Oost Westverbinding richting Commewijne. Daar stoppen we voor een lekkere Javaanse lunch en zijn in de namiddag heelhuids thuis terug.

Slaapstad
Bij het schrijven van dit reisverslag ben ik een beetje gaan lezen over Frans-Guyana. Ik verbaasde me erover dat er zo weinig bedrij­vigheid te zien was en kwam toen een verhaal tegen van corres­pondent Vera Mulder. Zij schrijft dat Frans Guyana als kunst­matige paradijs in stand wordt gehouden in voordeel van Frankrijk en de Frans Guyanezen. De bevolking van Frans Guyana wilt niet graag autonomie en is tevreden met de situatie. Dit blijkt uit het referendum van 2010 waarbij meer dan 70% van de bevolking tegen meer autonomie stemde. Ook Frankrijk schikt zich goed in deze situatie. Zij hebben de raket­basis en de inwoners hun uitkering. Mulder schrijft: ‘Een grote familie hebben, lijkt voor veel mensen in Saint Laurent het voornaamste levensdoel, vanwege de kinder­bijslag. Het is een slaapstad.’ De corres­pondent citeert ook leerkrachten die les moeten geven aan ongemo­ti­veerde kinderen. ‘Mijn leerlingen willen gewoon net als hun ouders een grote familie en rustig leven. In dit land, waarin leven van een uitkering een carri­è­redoel op zich is, is het niet ongebrui­kelijk dat basis­school­kin­deren de vraag wat ze later willen worden, beant­woorden met: Ik wil gewoon naar het postkantoor om mijn cheque op te halen. Grote bedrijven zijn er in Saint Laurent niet: geen kantoren, geen kleding­winkels, geen restau­rant­ketens. Hier en daar verkoopt iemand een paar stronken groenten uit eigen tuin of schuift een witte plastic bak bami met kip door het luikje van zijn eettentje aan huis’.

Foto’s: Sabitrie Gangapersad

TOP