Feestelijke opening ASAN Mandir in Den Haag

Chan E.S. Choenni

Eindelijk was het zaterdag 14 september 2019 zover: de Arya Samaj Nederland (ASAN) mandir werd plechtig geopend in Den Haag. ASAN is een van de oude Hindoe-organi­saties in Nederland en heeft er jarenlang naar gestreefd een karak­te­ris­tieke mandir te bouwen. Er is geld ingezameld op allerlei wijzen en na vele jaren is de Hindoe gemeen­schap erin geslaagd om deze mooie mandir te bouwen. De mandir is nog niet af, want de mooie koepel ontbreekt nog. Op de eerste verdieping is een ruimte die veel licht binnen laat waardoor er geen beklemmend gevoel ontstaat. Deze ruimte symbo­li­seert als het ware ook de toegan­ke­lijkheid en trans­pa­rantie van de mandir.

De Hindostaanse gemeen­schap in Den Haag maar ook in heel Nederland kan trots zijn. Toegegeven: het heeft bijkans 45 jaar geduurd, maar de ASAN mandir staat er eindelijk. Al in de jaren zeventig waren pandits en anderen bezig geld in te zamelen om een authen­tieke mandir te bouwen. Het lukte om een pand aan Regentesselaan in Den Haag te kopen waar de ASAN mandir werd gevestigd. Dit pand heeft tot en met 2019 gefun­geerd als mandir, maar karak­te­ris­tieke ornamenten aan de buitenkant ontbraken. Het was ook een relatief kleine ruimte met karige voorzie­ningen en gevestigd in een woonbuurt. Dit pand is verkocht en met de opbrengsten én het ingeza­melde geld is nu deze mooie mandir gerea­li­seerd. Het geld werd onder meer ingezameld door de pandits na de hawans (‘gebeds­diensten’) bij de mensen thuis. Op deze wijze hebben inmiddels overleden pandits als Awadbihari Jhagru, Ramroep Arya, Ramkisoor Choenni, Anand Bierdja, Rishi Tewarie en vele anderen een bijzondere bijdrage geleverd. Dat geldt ook voor wijlen Mata Mangal. Het zou mooi zijn als er ergens in het pand een aandenken aan hen wordt gewijd. Bijvoorbeeld een fotoga­lerij of een namen­lijst. Een van de belang­rijke basis­prin­cipes is om de voorgangers te respec­teren en hun waardering te geven. Zij en vele andere vrijwil­ligers hebben helaas niet kunnen meemaken dat hun mandir eindelijk is gerea­li­seerd. Een woord van dank aan hen ontbrak. Desondanks was de opening een mooie happening.

Compliment vrouwe­lijke vrijwil­ligers

Vooral de liefde en swagat (welkome) uitstraling van de vrouwe­lijke vrijwil­ligers was hartver­warmend. De gasten werden bij de ingang aller­vrien­de­lijkst ontvangen en eenieder kreeg een oranje sjaal (gratis). Het was een prachtig gezicht om de gasten te zien zitten met hun oranje sjaal. Voor de beeld­vorming en uitstraling van de ASAN mandir is dit zeer belangrijk. De oudere en ook jonge vrouwen zullen ‑volgens mij- deze mandir ‘dragen’, want het is als het ware hun tweede thuis. Dames: Chapeau! Het was ook mooi dat een Hindostaanse vrouwe­lijke wethouder de ASAN mandir heeft geopend. De Arya Samaj heeft immers voorop­ge­lopen in de Hindostaanse vrouwen­eman­ci­patie. Het koor van vrouwen tijdens de vlaghijs ceremonie aan de voorkant van de mandir, die symbo­lisch de opening van de mandir inluidde, bracht een mooie bhajan ten gehore. Ook het kinderkoor was prachtig en de dansce­re­monie, waarin was verwerkt de plechtige bhajan Jai jage dhise hare was mooi en vernieuwend.

Het ASAN-bestuur en vorige besturen, de finan­ciële experts, alle vrijwil­ligers en pandits verdienen een groot compliment voor wat zij tot stand hebben gebracht. De ASAN mandir is een eigen­tijdse mandir. Dat wil zeggen het is niet uitsluitend een gebeds­ruimte i.c. voor het verrichten van riten, maar het is ook een multi­cul­tureel, spiri­tueel, multi­func­ti­oneel en educa­tie­centrum. De bedoeling is om dagelijks open te zijn voor iedereen. Op de dinsdag zullen, bijvoor­beeld, senio­ren­bij­een­komsten worden gehouden.

Er zijn vele wervings­ac­ti­vi­teiten geweest, zoals fundraising party’s. Velen hebben zichtbaar, zoals de muziekband Avishkaar, en onzichtbaar hun bijdrage geleverd. Wij kunnen dan ook allen trots zijn met deze mijlpaal. Nu de mandir is gebouwd, is het beheren en kundig exploi­teren de nieuwe opdracht (mandir chalawe ke). Een aspect is het goed onder­houden van de mandir. Dat houdt onder meer in dat de muren jaarlijks worden ‘gewit’/geverfd; ook in verband met rook uit de kundh (vuurschaal). En ik moet dit helaas ook zeggen: de toiletten moeten spic en spanblijven en dat vereist continu onderhoud! Aan deze hygiëne zou getoetst moet worden dat niet alleen de geest rein is maar ook de omgeving. Het betreft immers een spiri­tueel centrum.

Zelfdiscipline

Helaas waren er enkele minpunten tijdens de openingsdag. Ik stip deze aan om verbe­tering te bewerk­stel­ligen voor de toekomst. Het is dus constructief bedoeld en geen negatieve kritiek. Nogmaals: het ASAN-bestuur en alle vrijwil­ligers verdienen een groot compliment voor hetgeen tot stand is gebracht! In het verleden zijn er talloze ruzies, conflicten en zelfs vecht­par­tijen geweest die ook in de pers breed zijn uitge­meten. Het is dus nu van belang dat er een positief imago wordt opgebouwd. Het feest werd een beetje ontsierd door een overvol programma en te veel sprekers. En het ergste was dat enkele sprekers niet de zelfdis­ci­pline hadden zich aan de hun toege­kende tijd te houden. Het programma liep danig uit. Veel gasten verlieten vervolgens na de pauze de zaal.

Niet alleen de lengte van bepaalde toespraken maar ook de inhoud van sommige speeches was eigenlijk niet passend voor een feeste­lijke opening. Allerlei hoogdra­vende taal en pretentie over sarwe viswa (hele wereld) nobel maken waren misplaatst. Een van de weinige aanwezige hoogop­ge­leide jongeren liet mij weten dat hij niet had gedacht bij de opening van de mandir college te komen lopen. Voorts: het was weliswaar Hindi Divas (viering van de Hindi taal) op deze dag, maar om de Indiase spreker vrijwel volledig in het Hindi te laten spreken en dan ook nog vrij lang, was geen gelukkige keus. Goedbedoeld probeerde men de aanwe­zigen van alles uit leggen, maar dat heeft een averechts effect. De reputatie van de betrokken spreker wordt aangetast vanwege het ontbreken van zelfdis­ci­pline en ook het imago van ASAN wordt te grabbel gegooid. De Master of Ceremonies ‑een vrouw en een man- durfde overigens niet in te grijpen. Maar een Master of Ceremonies is ter plekke de baas en moet de tijd in de gaten houden én ongeacht de positie van de betref­fende spreker kunnen ingrijpen.

Men moet deze obser­vatie beschouwen als opbou­wende kritiek om te voorkomen dat derge­lijke fouten worden herhaald en dat vooral jongeren afhaken. Ik heb het vaker gezegd en geschreven: het etaleren van geleerdheid is niet nodig en zinvol. Het gaat om praktische adviezen geven voor het moreel handelen vanuit de opgedane kennis. Veel Hindostaanse jongeren zijn hoog opgeleid en allerlei hoogdra­vende verhalen over miljoenen jaren (geleden) en hele wereld willen hervormen vinden bij hen geen aansluiting.

Valse schaamte

Ook werd richting de vrouwe­lijke wethouder gerept over het parkeer­pro­bleem. Dat moet besproken worden in het overleg tussen de wethouder en het ASAN-bestuur. Natuurlijk moeten er meer parkeer­plaatsen beschikbaar komen voor de bezoekers van de ASAN mandir. En het parkeren moet ook nog betaalbaar zijn. Daar is de gemeente Den Haag voor verant­woor­delijk. De Gemeente Den Haag heeft voorop­ge­lopen als het gaat om het mogelijk maken drie mandirs naast elkaar zonder beper­kingen in het aanbrengen van ornamenten in het exterieur van de gebouwen. Dat verdient een compliment, maar een parkeer­beleid dat bezoekers van de mandiris niet afschrikt vanwege de hoge parkeer­kosten zou de gemeente Den Haag sieren. De Hindostaanse wethouder Prabhudayal heeft toegezegd zich hier sterk voor te maken.

Maar het moet gezegd: veel Hindostanen moeten ook leren om met het openbaar vervoer te reizen. Er is nog te veel valse schaamte om van deze vervoers­voor­ziening gebruik te maken. Wanneer ik met de tram reis in Den Haag merk ik dat sommige Hindostanen extra kijken of ik het wel ben. Blijkbaar word ik niet geacht vanwege mijn status(?) met de tram te reizen of om grote afstanden te voet af te leggen. Men hoeft echter niet altijd met de auto te reizen, maar men kan bijvoor­beeld ook de fiets pakken. Trouwens: een flinke wandeling vanaf Station Hollands Spoor (HS) is ook aan te bevelen; dat is ook goed voor de conditie en vervolgens kan men even uitrusten in de ASAN mandir. Ik kwam op de opening helaas te laat aan met mijn auto vanuit Haarlem. Dat werd erger: vanwege het naarstig zoeken naar een parkeerplek die ontbrak in de directe omgeving, moest ik op behoor­lijke loopaf­stand parkeren. En ik zat dan ook met parkeer­stress te luisteren naar de sprekers.

Vrij Ashram

Laten wij hopen dat de ASAN mandir een toegan­kelijk imago verwerft en iedereen zich dus welkom voelt. Het moet geen ‘pariwar’ (familie) mandir worden, want dat is een euvel waar veel mandirs aan lijden. Zij die niet tot de ‘pariwar’ en het netwerk behoren, voelen zich dan niet welkom. Vooral als men jongeren wil aantrekken, en dus ook voor de conti­nu­ïteit, is het van belang dat de ASAN mandir een toegan­kelijk imago verwerft. Het zou goed zijn als er ook (jonge) vrouwen tot het ASAN-bestuur treden.

Tenslotte: een verheu­gende mededeling kwam van de spreker uit Suriname, namelijk de voorzitter van de Arya Dewaker. Hij liet weten dat een huisves­ting­voor­ziening voor seniore burgers (zo worden ouderen in Suriname genoemd) zal verrijzen aan de Gravenstraat in Paramaribo. Dat is het terrein waar vroeger de mooie mandir van de Arya Pratinidhi Sabha en een internaat waren gevestigd. Er is dus al een locatie, maar het gebouw van drie verdie­pingen waarin onder meer 26 wooneen­heden worden ingericht moet nog worden gebouwd. Dit appar­te­men­ten­complex zal ook voor ouderen uit Nederland die een tijdje in Suriname willen verblijven –tegen betaling– beschikbaar komen. De bouw en inrichting zullen enige miljoenen Amerikaanse dollars kosten. Werving van finan­ciële middelen zal ook in Nederland plaats­vinden.

Dit is een mooi project en de Hindostaanse gemeen­schap moet te zijner tijd alle medewerking verlenen om vooral behoeftige Hindostaanse ouderen in Suriname op te vangen in deze Vrij Ashram. Er bestond overigens in de jaren vijftig in Suriname een Vrij Ashram voor Hindostaanse ouderen –groten­deels voor oude contract­ar­beiders zonder familie. Deze voorziening was toentertijd met eigen middelen van de Hindostaanse gemeen­schap gerea­li­seerd. Over nobel streven gesproken: een bijdrage leveren aan deze nieuwe Vrij Ashram zou een nobele daad zijn. Ik vond het bijzonder dat juist de spreker uit Suriname, de heer Inder Gangabisoensingh van Arya Dewaker zich aan de hem toege­meten tijd heeft gehouden en getoond over zelfdis­ci­pline te beschikken.

Foto: Ranjan Akloe e.a. 

TOP