De Gemengde bevolking van Suriname: een demografische analyse

Chan E.S. Choenni

Inlei­d­ing
De ver­meng­ing van Suri­namers behorende tot ver­schil­lende bevolk­ings­groepen in Suri­name neemt de laat­ste jaren toe. In 2012 was bij­na één op de zeven Suri­namers van Gemengde afkomst. De zoge­noemde groep Gemeng­den kan tegen­wo­ordig dan ook wor­den gerek­end tot een grote bevolk­ings­groep in Suri­name. In dit artikel geef ik een demografis­che analyse van deze bevolk­ings­groep. Omdat de groep Gemeng­den vrij divers is wat betre­ft samen­stelling is het lastig om deze groep in demografisch opzicht goed te beschri­jven. Tevens bestond er lange tijd geen een­duidi­ge benam­ing. Deze groep werd vroeger aange­duid als Kleurlin­gen of Gek­leur­den. In sta­tistieken in de jaren der­tig werd deze groep samengevoegd met de groep Afro-Suri­namers tot de cat­e­gorie ‘inboor­lin­gen’. Vooraf­gaand aan de Tweede Werel­door­log en ook lang daar­na werd deze groep onderge­bracht in de cat­e­gorie Cre­olen. Pas in de 21ste eeuw werd de cat­e­gorie Cre­olen in de volk­stellin­gen in Suri­name ges­plitst in Gemeng­den en Afro-Suri­namers; maar de cat­e­gorie Cre­olen werd ook nog gehand­haafd als benam­ing voor Afro-Suri­namers. In Suri­name wordt nog steeds dik­wi­jls de term Cre­olen gebruikt, ter­wi­jl deze aan­duid­ing in Ned­er­land een con­tro­ver­siële term is gewor­den. Als je de term Cre­ool In Ned­er­land gebruikt, word je vaak door Afro-Suri­namers gecor­rigeerd. Men wenst geen Cre­ool meer genoemd te wor­den. Ik gebruik deze term dan ook zo weinig mogelijk. Ik schri­jf Cre­ool met een hoofdlet­ter en niet cre­ool met een kleine let­ter, zoals taalpuris­ten dat doen. Zij stellen dat Cre­ool een soort(naam) is en daarom met een kleine let­ter moet wor­den geschreven. Het effect is echter dat de aange­duide groep op deze wijze in de rij van bevolk­ings­groepen aange­duid met hoofdlet­ters als het ware visueel wordt gek­lei­neerd. Ik vind tevens dat de betrokke­nen zelf moeten bepalen hoe ze wor­den aange­duid. De laat­ste tijd is ook in Suri­name de ten­dens waar te nemen dat de term Cre­ool wordt ver­wor­pen, zij het dat daar­voor de term Afrikan Sranan­man wordt gebruikt. Ik zou beter de term Sranan sma hanteren, want man betekent man, ter­wi­jl sma zow­el man en vrouw en alles daar­tussen (het derde ges­lacht) omvat.

Ik heb eerder geop­perd om de voor­ma­lige Volkscreolen/Donkere Cre­olen aan te duiden als Afro-Suri­namers en de Mar­rons als Afrikaanse Suri­namers (zie: The­ma mag­a­zine Dreamz­world 2018). Zij zijn bei­den van Afrikaanse oor­sprong en zijn dus Afrikan Sranans­ma. De grote meerder­heid van de Gemeng­den in Suri­name heeft Afrikaanse roots (wor­tels). Maar bijvoor­beeld bepaalde Gemeng­den, zoals kinderen van Hin­dostaanse en Javaanse part­ners hebben geen Afrikaanse roots. Tenslotte is het ook nog het prob­leem om de groepen Afro-Suri­namers en Gemeng­den pre­cies af te bak­e­nen. Gelukkig wordt in Suri­name de meth­ode van zelfi­den­ti­fi­catie gebruikt bij volk­stellin­gen: de burg­er geeft zelf aan tot welke groep hij/zij zich rekent.

Het moet gezegd wor­den dat ofschoon Suri­name nog steeds een ontwik­kel­ings­land is, het Alge­meen Bureau voor Sta­tistiek (ABS) vrij goed heeft gefunc­tion­eerd en func­tion­eert. De ver­schil­lende volk­stellin­gen hebben goede en betrouw­bare infor­matie opgeleverd. Het zij ver­meld dat Ned­er­land sedert 1971 geen volk­stelling nodig heeft, omdat de bevolk­ingsad­min­is­tratie heel accu­raat is opgezet en lat­er gedig­i­taliseerd. Jaar­lijks vin­dt een uit­ge­brei­de rap­portage plaats door het Cen­traal Bureau voor Sta­tistiek (CBS) van de loop en de omvang van de Ned­er­landse bevolk­ing. Suri­name zal echter voor­lop­ig volk­stellin­gen bli­jven houden en het ABS zal de etnis­che afkomst in beeld moeten bren­gen. Omdat er in de laat­ste helft van de vorige eeuw geen onder­scheid werd gemaakt tussen Afro-Suri­namers en Gemeng­den is het dan ook het lastig de loop en de omvang van de Gemengde bevolk­ing te beschri­jven. Wel is bij de derde Volk­stelling in 1950 de groep Gemeng­den in beeld gebracht, maar er zijn ver­schil­lende defin­i­ties gehanteerd, die niet alti­jd een­duidig zijn.

Voor­ma­lig Pres­i­dent (1981/1982) Henk Chin A Sen was van Chi­nees-Afro-Suri­naamse afkomst

Etnis­che afkomst bli­jft rel­e­vant
Vroeger en ook nu duikt echter regel­matig de vraag op of wij nog steeds de etnis­che afkomst moeten reg­istr­eren. “Wij zijn toch alle­maal Suri­namers. Etnis­che afkomst reg­istr­eren verdeelt ons alleen maar. Wij moeten de etnis­che afkomst niet benadrukken, wij zijn één volk”. Deze en dergelijke opmerkin­gen wer­den en wor­den vaak geho­ord. Het ABS in Suri­name stelde echter al in 1972:

Steeds weer wordt de vraag opge­wor­pen waarom wij bij elke volk­stelling de bevolk­ing naar lan­daard (waarmee bedoeld wordt etnis­che groepen- C.C.) onder­schei­den. Naar ons gevoe­len ver­schillen wij in etnisch opzicht zo zeer van elka­ar –waar­bij nog kan wor­den opge­merkt dat dit ver­schil gepaard gaat met zodanige ver­schillen in cul­turele achter­gron­den– dat zon­der meer voor­bi­j­gaan aan dit aspect van onze samen­lev­ing zou neerkomen op het misken­nen van de aan­wezigheid van een wezen­lijk span­ningsveld in onze gemeen­schap.’

In 1972 vond de vierde volk­stelling plaats –de eerste was in 1921, gevol­gd door tweede in 1950 en de derde in 1964, waar­bij etnis­che afkomst aange­duid als lan­daard werd gereg­istreerd. Bij de vijfde volk­stelling echter die in 1980 plaatsvond had­den ‑helaas- de zoge­noemde Rev­o­lu­tion­airen vanu­it de hun nation­al­is­tis­che ide­olo­gie de reg­is­tratie van etnis­che afkomst afgeschaft! De gegevens van deze volk­stelling zijn mede daar­door weinig zeggend. De gegevens van deze volksstelling wor­den dan ook zelden ger­aad­pleegd. De Rev­o­lu­tion­airen von­den etnis­che afkomst niet belan­grijk en door het niet te lat­en reg­is­teren hoopten zij ken­nelijk dat het belang van etnis­che afkomst in Suri­naamse samen­lev­ing zou verd­wi­j­nen. Deze stru­isvo­gel­houd­ing, namelijk bepaalde din­gen die men niet gewenst acht of zelfs als niet bestaand kwal­i­ficeert en dus niet benoe­men, bleek funest. Nu zit­ten wij met een kloof inza­ke de mul­ti-etnis­che ontwik­kel­ing van de Suri­naamse bevolk­ing. Dit illus­treert ook hoe ide­olo­gen die aan de macht komen en geen realiteits­be­sef meer hebben ‑soms goedbe­doeld- maa­trege­len kun­nen nemen die lang­durig negatieve gevol­gen kun­nen hebben. Con­form hun machts­denken luis­teren ze niet naar deskundi­gen, want vol­gens hen komt het recht uit de loop van een geweer of zij hebben de waarheid in pacht.

Opo yu kloru
Gelukkig is etnis­che afkomst weer ingevo­erd bij de zes­de volk­stelling die plaatsvond in 2003. Helaas zijn veel gegevens van deze volk­stelling in vlam­men opge­gaan door een grote brand. In 2004 moest opnieuw de volk­stelling wordt her­haald. Na deze zevende volk­stelling vol­gde in 2012 de acht­ste volk­stelling met reg­is­tratie van etnis­che afkomst. Etniciteit is immers een wezensken­merk van de Suri­naamse samen­lev­ing en dat wordt tegen­wo­ordig breed erk­end. Etnis­che diver­siteit wordt nu in Suri­name als een ver­rijk­ing beschouwd en ervaren. Niet­temin is er een kleine groep van vaak luidruchtige opin­ion lead­ers die vanu­it een assim­i­latiegedachte nog steeds reg­is­tratie van etnis­che afkomst afwi­jst. Vaak behoren zij tot de groep der Gemeng­den. Het is mij opgevallen dat velen van hen niet­temin wel willen weten hoe hun etnis­che afkomst pre­cies is samengesteld. Vaak benadrukken zij hun Blanke, Joodse of Chi­nese wor­tels en zijn daar naar op zoek. De Afrikaanse wor­tels wor­den meestal niet genoemd. Dit heeft te mak­en met de lage sta­tus die zij aan hun Afrikaanse roots toeken­nen. Ja: dit is een gevoelig the­ma, maar wij moeten dit gegeven niet bagatel­lis­eren. De toeken­ning van een lage sta­tus aan (zwarte) Afrikaanse oor­sprong en hoge sta­tus aan blanke (‘witte’) orig­ine is een weer­slag van de rol die huid­skleur en andere fysieke ken­merken hebben gespeeld in de Suri­naamse geschiede­nis. De kolo­niale maatschap­pij in Suri­name was racis­tisch geor­dend en veel ‘zwarten en donkergek­leur­den’ kon­den vaak alleen door hun huid­skleur te ver­beteren, vooruitkomen in het toen­ma­lige Suri­name. Dit staat bek­end als het opo yu kloru (ver­beter je kleur) streven. Door ver­meng­ing kreeg de Afro-Suri­naamse part­ner en vooral hun gemengde kinderen een pref­er­ente posi­tie. Een lichte huid­skleur bracht meer kansen met zich mee en een lichte huid­skleur werd ook mooier gevon­den dan een donkere huid­skleur. Nog­maals: dit zijn gevoelige kwest­ies, maar deze moeten wel benoemd wor­den voor een juiste kijk op de geschiede­nis. In mijn boek over de geschiede­nis van Afro-Suri­namers 1863–1963 dat vol­gend jaar uitkomt, ga ik uit­ge­breid in op deze aspecten.

Buiten­vrouwen­cul­tu­ur
Al tij­dens de slav­ernij in Suri­name raak­te een deel van de bevolk­ing gemengd. Blanke en Joodse eige­naars, opzichters, officieren en soms ook sol­dat­en had­den sek­suele relaties met slaafge­maak­te vrouwen. Er kwa­men Gemengde kinderen uit voort die Mulat­ten of Kleurlin­gen wer­den genoemd. Deze Kleurlin­gen ver­meng­den zich weer vaak met Kleurlin­gen, maar ook met anderen. Er ontston­den ver­schil­lende benamin­gen naar het type en graad van ver­meng­ing, zoals Kar­boegers (Boe­groe), Kasties, Poesties, etc. Veel Gemengde kinderen en ook vrouwen werd geman­u­mit­teerd (vri­jgekocht) door de blanke vad­er en waren geen slaafge­maak­ten meer. Overi­gens zijn ook veel Afro-Suri­naamse vrouwen verkracht en er zijn gemengde kinderen uit deze verkrachtin­gen geboren. Daar­naast waren er vooral kinderen van de zoge­heten buiten­vrouwen van blanke man­nen. Deze blanke man­nen kon­den in finan­cieel opzicht vaak wel zorg dra­gen voor hun kinderen; ook wer­den deze kinderen dik­wi­jls wel wet­telijk erk­end. Deze buiten­vrouwen­cul­tu­ur is lat­er ‑helaas- door een deel van de Afro-Suri­naamse man­nen overgenomen, zon­der dat velen van hen in staat waren om voor deze kinderen te zor­gen en hen op te voe­den. Kinderver­waar­loz­ing door deze vaders werd een groot prob­leem. Lat­er is de buiten­vrouwen­cul­tu­ur overi­gens ook door man­nen uit andere bevolk­ings­groepen overgenomen. Ik vol­s­ta hier met de stelling dat deze buiten­vrouwen­cul­tu­ur negatieve gevol­gen heeft gehad voor de integriteit en moraliteit bin­nen de Suri­naamse gemeen­schap.

Een tweede groep Gemeng­den kwam voort uit de immi­granten. In het bij­zon­der de ver­meng­ing tussen de Chi­nese man­nen met Afro-Suri­naamse vrouwen, omdat heel weinig Chi­nese vrouwen toen­ter­ti­jd meek­wa­men naar Suri­name. Ook de kleine groep Por­tugese immi­granten en andere kleinere groepen hebben zich ver­mengd. De grotere Hin­dostaanse en Javaanse groep ver­meng­den zich ver­houd­ings­gewi­js in veel min­dere mate, Zoals eerder gezegd: de Gemeng­den had­den vooral relaties met Gemeng­den en door de tijd heen nam de groep in omvang toe.

Groei gemengde bevolk­ing
Ten tijde van de afschaffing van de slav­ernij bestond de groep Gemeng­den uit ongeveer 13.000 per­so­n­en op een bevolk­ing van cir­ca 53.000 per­so­n­en in Suri­name; dat is dus een kwart van de toen­ma­lige bevolk­ing. Het over­grote deel woonde in Para­mari­bo. Zij werd ‑zoals gezegd- aange­duid als Kleurlin­gen of Gek­leur­den. Zij namen toen al op de maatschap­pelijke lad­der een tussen­posi­tie in tussen de Blanken en Afro-Suri­namers. Voor dege­nen die meer hierover willen weten ver­wi­js ik naar het proef­schrift van Ellen Nes­lo getiteld Een ongek­ende elite, dat is ver­sch­enen in 2016. De Gemeng­den wer­den na de Tweede Werel­door­log de opvol­gers van de Ned­er­landse kolonisator. Maar in 1958 wer­den zij van hun poli­tieke macht­sposi­tie ver­stoten door­dat de NPS onder lei­d­ing van J. Pen­gel en de VHP onder lei­d­ing van J. Lach­mon de verkiezin­gen won­nen en een regering vor­m­den. Toch bleven de Gemeng­den hun invloed behouden, omdat zij gro­ten­deels tot de mid­den­klasse beho­or­den. De Gemeng­den behoren tot op de dag van van­daag meren­deels tot hoger opgelei­de en wel­varende deel van de Suri­naamse bevolk­ing.

De ver­meng­ing onder de Suri­naamse bevolk­ing ging door en het aan­tal Gemeng­den nam langza­mer hand toe. Wij kun­nen geen pre­cieze cijfers geven aan het aan­tal Gemeng­den na 1863 tot 1950 omdat zij niet apart als groep wer­den gereg­istreerd, maar als ‘inboor­lin­gen’ en lat­er als Cre­olen. Ik schat dat hun aan­tal in deze peri­ode groei­de van ruim een kwart tot ongeveer een derde van de cat­e­gorie Cre­olen.

Tabel 1: Gemeng­den en Afro-Suri­namers in de Suri­naamse bevolk­ing

Bron: Suri­naamse Volk­stellin­gen; Lamur 1973: 136,141; Nes­lo 2016:35 * Bere­de­neerde schat­tin­gen van Chan Choen­ni

Het aan­tal van 13.000 Gemeng­den in 1863 is gebaseerd op cijfers van geman­u­mit­teer­den en de ongeveer 1.500 Kleurlin­gen die in slav­ernij leef­den. Er waren ruim 36.484 slaafge­maak­ten in 1963 die wer­den vri­jverk­laard, maar er waren ook ’Zwarten’ die waren geman­u­mit­teerd. De groep Gemeng­den nam echter langza­mer­hand toe. De cijfers van 1922 zijn afkom­stig uit de eerste volk­stelling van 1921. Wij hebben bij verdel­ing een ver­houd­ing van een derde Gemeng­den en tweed­erde Afro-Suri­namers aange­houden. De Afro-Suri­naamse bevolk­ing groei­de lang tijd niet en er was zelfs krimp onder meer als gevolg van hoge kinder­sterfte.

Voor­ma­lig Pre­mier Henck Arron, die de onafhanke­lijkheid van Suri­name in 1975 tot stand heeft gebracht was van Gemengde afkomst (Mulat)

Tweede volk­stelling 1950
Pas in 1950 vond de tweede volk­stelling plaats. De totale bevolk­ing van Suri­name bedroeg vol­gens een bron 204.561 en het aan­tal Cre­olen 74.918. Een andere bron ver­meldt 217.000 per­so­n­en, onder wie 81.000 Cre­olen. Er wer­den ver­schil­lende cat­e­gorieën onder­schei­den tij­dens de tweede volk­stelling, waaron­der Gemengd (naar ver­schil­lende gen­er­aties) en ‘neger’. Het over­grote deel van de Gemeng­den woonde in Para­mari­bo. Para­mari­bo telde toen 71.422 inwon­ers en de  “Gemeng­den’ (vol­gens een ruime defin­i­tie) vor­m­den 36% van de bevolk­ing van Para­mari­bo oftewel 25.898 per­so­n­en. Er woonde een heel klein aan­tal Gemeng­den in de dis­tricten. Op de totale groep Cre­olen (81.000) was het aan­deel Gemeng­den ongeveer een derde; er waren dus naar schat­ting cir­ca 27.000 Gemeng­den en 54.000 Afro-Suri­namers in 1950. Voor de jaren 1964 en 1972 hebben wij geen cijfers over Gemeng­den, maar wel over de totale cat­e­gorie Cre­olen. In 1964 bedroeg het aan­tal Cre­olen 114.961 en 1972 was het aan­tal Cre­olen 118.500. Wij hebben bij de verdel­ing een ver­houd­ing van een derde Gemeng­den en tweed­erde Afro-Suri­namers aange­houden.

In 2004 bedroeg de totale groep 148.726 en was het aan­deel Gemeng­den toegenomen tot 41% en het aan­deel Afro-Suri­namers was 59%. In 2012 bedroeg de totale groep 161.196 en het aan­deel Gemeng­den 45% en Afro Suri­namers 55% mede als gevolg van ver­meng­ing van Afro–Surinamers. Als deze trend zich doorzet van ver­meng­ing tussen Afro-Suri­namers en Gemeng­den dan zal bin­nen niet al te lange tijd de groep Gemeng­den en Afro-Suri­namers even groot wor­den. De groep Gemeng­den is toegenomen met 10.816 oftewel met 17,6%. tussen 2004 en 2012. Zij maak­ten 12,5% van de Suri­naamse bevolk­ing uit in 2004 en in 2012 was het 13,4%. De Gemeng­den waren net zo omvan­grijk gewor­den als de Javaanse bevolk­ings­groep.

Al met al blijkt dat door de tijd heen het aan­tal Gemeng­den is toegenomen in de totale bevolk­ing en vooral ook ten opzichte van de Afro-Suri­namers. Dit laat­ste heeft onder­meer te mak­en met de grote ver­meng­ing die optreedt tussen Gemeng­den en Afro-Suri­namers onder­meer door het opo yu kleur streven. Maar de groep Gemeng­den is gevarieerder gewor­den en bestaat niet meer uit meren­deels Mulat­ten (= ver­meng­ing Blanke met Afro-Suri­namers). Tussen in 1863 toen het aan­tal Gemeng­den cir­ca 13.000 bedroeg is een toe­name naar ruim 72.000 in 2012. Ter vergelijk­ing: het aan­tal Afro-Suri­namers bedroeg 38.000 in 1863 en hun aan­tal nam toe tot cir­ca 89.000 in 2012. Hier­bij zij aangetek­end dat zow­el onder Gemeng­den als onder Afro-Suri­namers een grote emi­gratie heeft plaats­gevon­den. Niet­temin is het ver­schil in de ver­houd­ings­gewi­js grote groei in de tussen­liggende peri­ode zicht­baar: de Gemeng­den wer­den vijf maal grot­er en de Afro-Suri­namers ruim tweemaal.

Veel jeugdi­ge Gemeng­den
Wij zullen nu de groep Gemeng­den nad­er beschri­jven op grond van de cijfers van de volk­stelling van 2012 (zie: Resul­tat­en acht­ste Volks en Won­ing telling Suri­name, 2012, Para­mari­bo). Er was sprake van een even­wicht naar ges­lacht (gender): van de 72.340 Gemeng­den waren 36.273 man en 36.067 vrouw. Opmerke­lijk is wel dat de groep Gemeng­den ver­houd­ings­gewi­js een vrij jonge bevolk­ing telt oftewel veel jeugdi­gen. Het blijkt dat onder de in omvang even grote groep Java­nen (73,975) het aan­tal 0 tot 9 jari­gen 9.293 bedroeg in 2012. Onder de 72.340 Gemeng­den bedroeg het aan­tal 0 tot 9 jari­gen echter lief­st 19.245 in 2012: een tweemaal grot­er aan­deel dus. De Javaanse groep groei­de nauwelijks: in 2004 was hun aan­tal 71.879 en in 2012 bedroeg hun aan­tal 73.975.

De groep Gemeng­den zal toen­e­men door­dat ver­houd­ings­gewi­js meer Gemeng­den de vrucht­bare leefti­jd zullen bereiken. Hoewel het vrucht­baarhei­d­sci­jfer onder de Gemengde vrouwen vrij laag is, namelijk 2,12 zal het aan­tal Gemeng­den toch toen­e­men. Dat heeft te mak­en met de defin­i­tie: als iemand uit de andere bevolk­ings­groepen zich ver­mengt wor­den de kinderen ont­trokken aan deze bevolk­ings­groep en opgeteld bij de groep Gemeng­den. En is er een ten­dens naar toen­e­mende ver­meng­ing in Suri­name. Een gemid­deld vrucht­baarhei­d­sci­jfer van 2,1 onder vrouwen garan­deert een sta­biele omvang van een bevolk­ings­groep; daar­boven lei­dt het tot een bevolk­ings­groei. Het vrucht­baarhei­d­sci­jfer onder de Javaanse vrouwen bedroeg 2,15 en Afro Suri­naamse vrouwen 2,26. Dit betekent dat deze groepen niet of nauwelijks zullen groeien. Opmerke­lijk is echter het vrucht­baarhei­d­sci­jfer onder de Mar­ronvrouwen 4,47 bedroeg; dat betekent dat een grote groei van de Mar­rongroep in het ver­schi­et ligt. Ver­meldenswaard is dat het gemid­deld vrucht­baarhei­d­sci­jfer onder Suri­naamse vrouwen 2,53 bedroeg, maar onder Hin­dostaanse vrouwen was dat slechts 1,78 in 2012. Dit is een opmerke­lijk gegeven; vroeger had­den juist Hin­dosta­nen het hoog­ste vrucht­baarhei­d­sci­jfer. De Hin­dostaanse groep zal dus op grond van het lage geboorte­ci­jfer nauwelijks groeien.

Samen­stelling Gemengde bevolk­ing
Om de samen­stelling van de Gemengde bevolk­ing in beeld te bren­gen hebben wij de gegevens van de volk­stelling van 2012 van het Alge­meen Bureau voor sta­tistiek (ABS) bew­erkt. Wij hebben de gegevens van tabel 6.2 uit het eerderge­noemde ABS rap­port gebruikt waarin afkomst van de oud­ers (vad­er en moed­er) is ger­ap­por­teerd. Het is nogal ingewikkeld om de etnis­che afkomst van de oud­ers van de groep de Gemeng­den te achter­halen en het is te bew­erke­lijk. Het gaat gen­er­aties terug en dat lat­en wij daarom achter­wege. Wij bren­gen dus alleen de etnis­che herkomst van de vad­er en de moed­er van de Gemengde per­soon zoals geteld in 2012 in beeld. Ik heb enkele gegevens bew­erkt en dat resul­teert in de onder­staande infor­matier­ijke, maar vrij ingewikkelde tabel.

Tabel 2: Gemengde per­so­n­en in Suri­name naar etnis­che afkomst van vad­er en moed­er in 2012

Bron: ABS 2013, tabel 6.2: 49, bew­erkt door Chan Choen­ni 2019

Om het enigszins overzichtelijk te houden heb ik enkele kleine groepen, namelijk Blank (Kauka­sisch) en Overig alsook de cat­e­gorie geen antwo­ord en weet niet/niet bek­end bij elka­ar gevoegd onder de cat­e­gorie Overig. In de ABS tabel 6.2 ( pag­i­na 62) waren de aan­tallen Blank (Kaukasisch)1.273, overig 1.027, geen antwo­ord 2.816 en weet niet/niet bek­end 2.034. Ik heb ook de groep Cre­ool (13.588) en Afro-Suri­namer (196) bij elka­ar opgeteld tot Afro-Suri­namer. Door deze samen­voeg­in­gen staat geen 0 in de tabel bij de groep Afro-Suri­namers (Afros) en bij Overig.

De bek­ende schri­jf­ster Cyn­thia Mc Leod is van Gemengde afkomst

Ter ver­duidelijk­ing: ver­ti­caal is de etnis­che afkomst van de vad­er en hor­i­zon­taal de ethis­che afkomst van de moed­er ver­meld van de 72.340 Gemengde per­so­n­en. Om het lees­baar te houden geef ik punts­gewi­js de belan­grijk­ste bevin­din­gen en bijbe­horende cijfers weer.

Belan­grijk­ste bevin­din­gen

  1. Wij zien dat bij­na de helft van de Gemeng­den oud­ers heeft die zelf gemengd zijn: 42% van de vaders is Gemengd (30.6889 van de 72.340) en 44% van de moed­ers (31.953 van de 72.340). Dus een groot deel van de Gemeng­den heeft kinderen met de Gemeng­den. Anders gezegd: de Gemeng­den ver­men­gen zich vooral met Gemeng­den. Deze groep wordt grot­er en deze trend zal zich voortzetten.
  2. Een tweede bevin­d­ing is dat van de overige Suri­naamse bevolk­ings­groepen de Afro-Suri­namers zich het meest ver­men­gen. Een bij­zon­dere bevin­d­ing is dat onder de Gemeng­den ver­houd­ingswi­js meer Afro-Suri­naamse vaders zijn (13.784) dan Afro-Suri­naamse moed­ers (7.834). Bij­na één op de vijf Gemeng­den heeft een Afro-Suri­naamse vad­er en ruim één top de tien een Afro-Suri­naamse moed­er. Dit spoort met het beeld dat Afro-Suri­naamse man­nen vak­er dan Afro-Suri­naamse vrouwen een Gemengde part­ner ‘nemen of kiezen’. Dat de Afro-Suri­namers de meeste ver­meng­ing ver­to­nen is deels te verk­laren door het opo yu kleur streven. Hogergeschoolde Afro-Suri­naamse man­nen ver­men­gen zich vrij vaak. Nog­maals: dit zijn gevoelige kwest­ies, maar wij moeten opvat­tin­gen die er bestaan en de part­nerkeuze bepalen, sig­naleren en duiden.
  3. Wij zien dat de groot­ste bevolk­ings­groep, de Hin­dosta­nen zich in veel min­der mate ver­mengt. Ongeveer één op de tien Gemeng­den heeft een Hin­dostaanse oud­er (10%). Wat betre­ft ges­lacht (gen­der) is er meer even­wicht (7.325 Hin­dostaanse vaders en 7.299 Hin­dostaanse moed­ers). Het zij boven­di­en ver­meld dat deze Hin­dostaanse vaders vak­er een Gemengde (2.462) of een Javaanse part­ner (2.233) hebben dan een Afro-Suri­naamse partner(1.305). Inter­es­sant is dat de Hin­dostaanse moed­ers wel vak­er een Afro- Suri­naamse part­ner (2.621) hebben gevol­gd door een Gemengde part­ner (2.243). Hoewel het om relatief kleine ver­schillen gaat, spoort dit met het beeld dat bestaat dat Hin­dostaanse man­nen zich niet vaak ver­men­gen met Afro-Suri­naamse vrouwen. Het blijkt dat de ver­meng­ing tussen Hin­dosta­nen en Afro-Suri­namers die bek­end staan dogla’s min­der fre­quent voorkomt dan in de naburige lan­den als Trinidad en Guyana. Wij teke­nen hier­bij aan dat in de vorige gen­er­aties ook ver­mengin­gen plaatsvon­den, maar deze zijn niet gespeci­ficeerd bij Gemeng­den van 2012. Anders gezegd: de Gemengde vad­er of moed­er kan ook een dogla zijn, maar dat is niet gereg­istreerd!
  4. De Javaanse groep ver­mengt zich relatief vak­er dan de Hin­dostaanse groep als wij de bevolk­ing­som­vang van bei­de groepen in ogen­schouw nemen. De Javaanse groep was immers in 2012 de helft klein­er dan de Hin­dostaanse groep met een omvang van 148.443 per­so­n­en. Meer dan 12% van de Gemeng­den had een Javaanse moeder(8.330). De vol­go­rde was: Gemeng­den (3.276), Hin­dosta­nen (2.233) en dan Afro-Suri­namers (1.855). Het aan­tal Javaanse vaders (5.304) was min­der. Javaanse man­nen ver­meng­den zich min­der; de com­bi­natie Javaanse vad­er en Afro-Suri­naamse moed­er kwam in 919 gevallen voor. Het beeld dat Javaanse vrouwen zich meer ver­men­gen dan man­nen con­trasteert met het beeld bij Afro-Suri­namers, waar juist de man­nen zich vak­er ver­men­gen dan vrouwen.
  5. Bij de relatief kleine Chi­nese gemeen­schap ‑vol­gens de volk­stelling van 2012 waren er slechts 7.885 Chinezen- is het beeld dat Chi­nese man­nen (1.839) zich vak­er ver­men­gen dan Chi­nese vrouwen (974). Opval­lend is dat Chi­nese vaders in bij­na in evenredi­ge mate Gemengde, Javaanse of Afro-Suri­naamse part­ners hebben. De com­bi­natie Chi­nees met een Hin­dostaanse part­ner komt vrij weinig voor.
  6. Het is opmerke­lijk dat Inheem­sen (voorheen Indi­a­nen) die in aan­tal vrij klein waren, namelijk 20.344 per­so­n­en in 2012 zich vak­er ver­men­gen. Relatief veel meer inheemse vrouwen (7.091) waren moed­ers van de Gemeng­den; bij­na één op tien. Onder de vaders waren 4.431 van Inheemse afkomst. De Inheem­sen hebben zich vak­er ver­mengd met Afro-Suri­namers dan met Gemeng­den.
  7. Tenslotte ver­to­nen van de grote bevolk­ings­groepen de Mar­rons de ger­ing­ste ver­meng­ing. De Mar­rongroep omvat­te 117.567 per­so­n­en in 2012. Onder de 72.340 had­den 1.950 moed­ers en 1.780 vaders een Mar­ron afkomst. Er zou kun­nen wor­den verwacht dat er toen­e­mende ver­meng­ing zou zijn tussen Mar­rons en Afro-Suri­namers, want zij delen dezelfde Afrikaanse afkomst. Het blijkt echter dat de com­bi­natie Mar­ron­moed­er en Afro-Suri­naamse vad­er in 807 gevallen en de com­bi­natie Mar­ronva­d­er en Afro-Suri­naamse moed­er 538 gevallen voork­wam in 2012. Blijk­baar zijn er over en weer nog veel weer­standen en ver­schillen in sta­tus. Ver­meng­ing van Mar­rons met andere groepen was min­i­maal. Soms wordt de opmerk­ing gemaakt “laat de Chinezen zich ver­men­gen met de Mar­rons en je kri­jgt prachtige en sterke kinderen in Suri­name”. Geen enkele Chi­nese vrouw echter had een Mar­ronpart­ner en slechts 8 Gemeng­den had­den een Chi­nese vad­er en een Mar­ronvrouw als moed­er in 2012. Voor­lop­ig lijkt het dat deze ver­meng­ing een ijdele hoop is gebleven. Maar er wordt steeds meer ver­meng­ing waargenomen tussen vooral goed ver­di­enende Mar­ron­man­nen en vrouwen uit andere groepen. Omdat deze cijfers dateren van 2012 zal in de vol­gende volk­stelling moeten blijken of er sprake is van meer ver­meng­ing van Mar­rons met andere groepen.
  8. Blanken vor­m­den een vrij kleine groep in 2012, namelijk 1.667 per­so­n­en en waren ook zoge­heten Buru’s (Boeroe’s) en enkele andere groepen als Libanezen en Syriërs. Deze groepen ver­men­gen zich wel. Helaas zijn er geen spec­i­fieke cijfers over Brazil­ia­nen, Guyanezen, Haï­tia­nen en de nieuwe Chinezen. In komende volk­stelling zouden over deze groepen gede­tailleerde infor­matie moeten wor­den verza­meld.

Dogla jongedame

Dogla’s
Tot slot van dit artikel staan wij even kort stil bij de groep van de zoge­heten dogla’s. Het is bek­end dat van oud­sh­er van Hin­dostaanse zijde vaak weer­stand bestond ten opzichte van ver­meng­ing van Hin­dosta­nen met Afro-Suri­namers. Hin­dosta­nen von­den de zwarte huid­skleur- velen zijn zelf overi­gens donkergek­leurd- en kroe­shaar niet ‘mooi’. Er was ook aver­sie tegen bepaalde gewoon­ten en de ‘lossere sek­suele moraal’. Veel behoudende Hin­dosta­nen von­den dat er sprake was van sta­tus­dal­ing en in som­mige gevallen werd de dogla kinderen zelfs ver­stoten Omge­keerd echter werd door Afro-Suri­namers de Hin­dostaanse part­ner meestal wel geac­cepteerd. De dogla’s trokken meer richt­ing de Afro-Suri­naamse fam­i­lie. De laat­ste jaren echter lijkt er steeds meer accep­tatie te ontstaan bin­nen de Hin­dostaanse gemeen­schap van dogla’s. Ook lijken veel dogla’s nu hun Hin­dostaanse afkomst te waarderen en bijvoor­beeld bij feesten en cer­e­monies zich te hullen in Hin­dostaanse kledij. De opkomst van de Bol­ly­wood­cul­tu­ur en de toen­e­mende promi­nen­tie van India en sta­tussti­jging van Hin­dosta­nen zijn blijk­baar belan­grijke fac­toren.

De Suri­naamse schri­jf­ster Bea Via­nen (1935–2019) schreef onder­meer de boeken Sar­na­mi hai en Strafhok

Er is eigen­lijk vrij weinig geschreven over deze gemengde relaties. Ook niet door schri­jvers. De dichter/schrijver Dobru heeft ooit iets over dit the­ma gepub­liceerd. Maar bijvoor­beeld de vorig jaar in jan­u­ari overleden schri­jf­ster Ben Via­nen, die zelf een dogla was, heeft nauwelijks over dit the­ma geschreven. Er is wel in 2014 een proef­schrift ver­sch­enen van Iris Marc­hand getiteld Being Dogla; Hybrid­i­ty and Eth­nic­i­ty in Post-Colo­nial Suri­name. Helaas heeft haar onder­zoek zich beperkt tot het dis­trict Nick­erie. Zij sig­naleert ook meer afwi­jz­ing door Hin­dosta­nen dan door Afro-Suri­namers van dogla’s. Zij stelt voorts vast dat dogla’s vaak wor­den beschouwd als per­so­n­en zon­der etniciteit; dat staat voor de sociale–culturele iden­titeit van een groep. Etniciteit bleek echter belan­grijk; zow­el in de grap­pende sfeer of in serieuze gesprekken tij­dens dagelijkse dis­cussies. Het ontstaan en voorbestaan van etniciteit wijt Marc­hand aan de kolo­niale machtheb­bers. Maar bij­na een halve eeuw na het kolo­nial­isme in Suri­name is etniciteit nog steeds springlevend. Dat kan toch niet alleen maar wor­den ver­weten aan het kolo­nial­isme.

Cru­ciale insti­tuten
Al met al hebben wij ondanks weinig bron­nen toch een redelijk beeld kun­nen vor­men van de Gemengde bevolk­ing van Suri­name. Onder­zoek naar gemengde relaties zou ges­tim­uleerd moeten wor­den. Wat betre­ft onder­zoek en verza­me­len van cijfer­matige en etnis­che gegevens is het zaak om drie insti­tuten in Suri­name te noe­men. Het betre­ft het ABS, het Nation­aal Archief van Suri­name (NAS) en Cen­traal Bureau voor Burg­erza­k­en (CBB). Dit zijn cru­ciale insti­tuten van de Suri­naamse staat en moeten met de bijbe­horende sta­tus en waardigheid wor­den behan­deld. Het ABS is een behoor­lijk goed func­tionerend over­hei­dsin­sti­tu­ut onder lei­d­ing van de com­pe­tente direk­teur drs. Iwan Sno MA. Helaas hebben ABS medew­erk­ers vorig jaar moeten stak­en om hun belan­gen te verdedi­gen. Ik geef drie per­soon­lijke ervarin­gen om te illus­tr­eren dat in het verleden het een en ander mis was met de dien­stver­len­ing, maar dat er ver­be­terin­gen zijn opge­tre­den.

Bij­na tien jaar gele­den wilde een toen­ma­lige Min­is­ter samen met mij een artikel in het Engels schri­jven over de emi­gratie uit Suri­name. Ik toog na aankomst in Suri­name de vol­gende ocht­end naar het ABS gebouw aan de Klip­ste­nen­straat. Daar werd ik door de porti­er gemaand nadat ik mijn ver­haal had gedaan om eerst even rustig te gaan zit­ten. Ik stond na een tijd­je op en keek bin­nen in het kan­toor waar de medew­erk­ster zat die mij infor­matie zou moeten geven. Ik zag dat zij (een Hin­dostaans dame) bezig was flessen schoon­maak­mid­de­len in ont­vangst te nemen van iemand anders. Ik zei tegen de porti­er dat het toch niet de bedoel­ing was dat onder werk­ti­jd onder­ling spullen wor­den verkocht, ter­wi­jl ik moet wacht­en. Hij zorgde nu er wel voor dat ik direct naar bin­nen mocht. De betr­e­f­fende dame probeerde mij zon­der goed te luis­teren twee rap­porten te verkopen. Ik zei enigszins gepi­keerd dat ik al over deze rap­porten beschik­te en de tabellen uit het hoofd ken. Ik wilde enkele spec­i­fieke tabellen. Zij wilde geen moeite om dat uit te zoeken. Toen zei ik dat ik gezien heb dat zij onder werk­ti­jd spullen heeft gekocht. Ik heb haar ver­vol­gens een korte don­der­preek gegeven over dien­stver­len­ing. En ook dat zij bij een cru­ci­aal insti­tu­ut werkt en de burg­er ade­quaat moet informeren, want zij is het gezicht van het ABS. Ik zei ook dat ik haar als mijn dochter beschouw. Ver­vol­gens heeft zij enkele tabellen gevon­den en gekopieerd met een Suri­naamse stem­pel op elke tabel. Ik heb naar Suri­naamse maat­staven een pit­tige pri­js betaald voor de kopieën. Wij hebben daar­na over koet­jes en kalf­jes gepraat en lachend en han­den­schud­dend afscheid genomen. Ik vond het mijn ver­ant­wo­ordelijkheid om deze en dergelijke ongewen­ste prak­tijken aan de orde te stellen.

Een tweede voor­beeld was het CBB aan de Lach­mon­straat. Ik kwam daar op de eerste etage terecht. Ik moest met mevrouw M. spreken om na te gaan of ik bepaalde gegevens kon kri­j­gen. Mevrouw M. was bezig achter de com­put­er en keek nauwelijks weg van haar getu­ur op de mon­i­tor. Zij heeft mij niet aangekeken en luis­ter­de niet eens. Meneer, alles is in brand gevlo­gen; wij hebben geen cijfers, luid­de haar reac­tie. Ik probeerde nog­maals, maar zij raak­te een beet­je geïr­ri­teerd. Ik heb toch gezegd dat alles in brand is gevlo­gen, zei ze ver­ma­nend. Ik droop af. Het artikel in het Engels hebben wij nooit kun­nen schri­jven.

Intussen zijn er ver­schil­lende cur­sussen in Suri­name om de dien­stver­len­ing door over­hei­dsin­sti­tuten te ver­beteren. Ik bezoek elk jaar Suri­name en ik merk elk jaar weer ver­be­terin­gen en vooruit­gang wat betre­ft klantvrien­delijkheid.

Tenslotte is het NAS ook gele­gen aan de Lach­mon­straat een cru­ci­aal insti­tu­ut. Het NAS wordt op com­pe­tente wijze geleid door de archivaris van Suri­name, mevrouw R. Tjien Foo ‑Hay­at­mo­hamed. De dien­stver­len­ing is goed, maar daar viel af en toe de air­con­di­tion­ing uit. Er zijn blijk­baar wel back-ups, maar her­haaldelijk hebben onder­zoek­ers en stu­den­ten uit Ned­er­land geklaagd dat zij veel kosten hebben gemaakt om in Suri­name onder­zoek te doen. Als af en toe de air­co uit­valt, dan is de hitte in het gebouw is ondraaglijk. Dat kost tijd en geld. Er is mij verzek­erd dat uit­val van air­co tot het verleden behoort.

Bin­nen enkele jaren moet een nieuwe volk­stelling plaatsvin­den, als wij de rit­miek van om de 10 jaar een volk­stelling in Suri­name aan­houden. Lat­en wij hopen dat etnis­che afkomst en andere wezen­lijke ken­merken zullen wor­den gereg­istreerd, want inzicht in de loop en de veran­derin­gen in divers samengestelde Suri­naamse bevolk­ing bli­jft immers belan­grijk.

Prof. dr. Chan E.S. Choen­ni, emer­i­tus hoogler­aar

TOP