Boekbespreking Zeven rivieren ver ~ Karin Lachmising

Saya Yasmine Amores

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een boek begint met een titel. Soms is het moeilijker om een passende titel te vinden, dan een heel boek te schrijven. Toen ik Zeven rivieren ver zag op de boeken­tafel van Uitgeverij In de Knipscheer in Vereniging Ons Suriname, dacht ik meteen aan de Brits-Indische immigratie. Dat zij de zeven rivieren (of oceanen) overstaken om in Suriname aan te komen. Natuurlijk wisten zij in eerste instantie niet waar de reis naartoe ging. Ik wilde weten wat de dichter geschreven heeft over de Ouden. Dat was mijn eerste beweeg­reden om het boek te lezen. Dit is geen recensie maar mijn mening over het boek, omdat de titel mij heel erg aanspreekt.

Het boek begint met het gedicht: ‘Contact’

Thuis heb ik heel lang op het terras gezeten

ik keek naar de maan, alsof die knikte, zei

dat het gaat zoals het gaat

Ik dacht daar nog over na

wat had ik gezegd, gedaan

Mooie diepzinnige zinnen, die de mens aan het denken zetten. Het is alsof de overige gedichten uit het boek ontsproten zijn uit dit moment:

Thuis heb ik heel lang op het terras gezeten

Wat deed de dichter op het terras anders dan verdwijnen in een gedach­te­wereld – een wereld waarin zoveel gebeurd is. Een wereld waar verleden en heden elkaar ontmoeten en vervolgens in elkaar overvloeien.

Dit blijkt uit de zinnen:

ik keek naar de maan, alsof die knikte, zei

dat het gaat zoals het gaat

Ja, in het verleden besluit je om dingen aan te pakken in de toekomst. Je gaat dezelfde vergis­singen niet meer begaan. Je gaat het voortaan goed doen. Aangekomen in de toekomst heb je alleen maar een samen­raapsel van wat er toen en toen en toen gebeurd is. Je beseft dat de mens gevormd is door de beleve­nissen en de ervaringen uit het verleden. Zijn ziel is gemar­keerd door dingen die hij niet heeft kunnen verwerken. Dingen verdringen en doorgaan met overleven is niet hetzelfde als leven in volle glorie. In de tegen­woor­digheid van de maan, de hemel en alle aardse elementen rest voor de mens niets anders te zeggen dan dit:

het gaat zoals het gaat

Mooi is het gedicht op pagina 10: ‘Lege straten’.

Een papieren bloem waait over de stille straten

In dit gedicht gaat een hele wereld schuil, van wat er allemaal gebeurd is voordat er een papieren bloem daar ging waaien. Het lijkt op een heimwee naar iets, naar iemand, naar een tijd die er niet meer is en toch is het voelbaar aanwezig. Van wie was die oorspron­kelijk? En hoe is hij in de stille straten terecht­ge­komen? Een papieren bloem kan eindeloos veel vertellen over iemand die hem gemaakt heeft. Het gedicht doet mij denken aan oude ghazals (liederen) uit het Verre Oosten. Hoe men de stilte van de straten, de stilte in de harten van de mensen, de stilten van de kosmos bezingt. Een heimwee naar een verleden dat toen zo akelig was, dat men liever ervan wegvluchtte. Wanneer de haren vergrijzen en de leeftijd aftelt, beseft men dat juist in die kleine ruzies, in die kleine onenig­heden, het leven wegschool. Nu pas ziet de ghazal-zanger de schoonheid in de gebroken dingen. Zo onder­zoekt de dichter het verloren kleinood van toen. Dat vandaag van onschatbare waarde is.

Een papieren bloem waait over de stille straten

legt zich neer bij de gevallen stemmen

bij de verkochte grond

bij de dreigende geweren

bij de ogen die vuur schoten

bij het gele lint

dat een scheiding trok

Geel is de kleur van binding, van ontmoeting, en in dit gedicht trekt de kleur geel een scheiding tussen twee mensen of twee partijen. De scheiding roept zoveel beelden op,alsof er een stilte gevallen is na een massale verhuizing. Of een stilte na een oorlog.

In de tweede strofe van hetzelfde gedicht zegt de dichter:

Een gerim­pelde hand vouwt papieren bloemen

van doodge­bloede teksten

Dit is een stuk vol tragiek. Een gerim­pelde hand zegt veel. Een oud iemand, die veel van de stille straten weet. Wat heeft hij sinds zijn jeugd hier gezien en beleefd? Wat herinnert hij zich nog? En waaraan wil hij vooral niet herinnerd worden? Wanneer hij op zijn oude dagen denkt dat alles voorbij is, ziet hij een papieren bloem. Hij zal wel eerst blikloos ernaar gestaard hebben, zich afvragend of het waar is wat hij ziet. Daarna zal hij weifelend stap voor stap in de richting van de bloem gelopen zijn,al leunend en steunend op zijn wandelstok. Hij zal de papieren bloem van dichtbij bekeken hebben. En dan zich diep voorover­ge­bogen hebben met zijn krakende pijnlijke ruggen­wervels, om de papieren bloem op te rapen. Hij kon hem niet laten liggen, want die papieren bloem heeft een boodschap:

van doodge­bloede teksten

Wat voor teksten waren dat voor ze doodbloedden. Wie schreef ze en voor wie? Zal de bejaarde na het lezen in de verte gestaard hebben met zoekende blikken in zijn ogen? Iemand aan wie hij de boodschap door wil geven? Maar wie heeft tijd voor een bejaarde in deze haastige wereld?

Er is veel oud zeer in de wereld van Zeven rivieren ver. En vele van de gedichten zijn vol van levens­be­schou­we­lijke situaties.

Het gedicht ‘Blijf’ (op pagina 12) roept enorm veel pijn op bij het lezen van de eerste twee regels:

Blijf waar handen

geaaid hebben

Wie denkt niet weleens terug aan het moment waarop die geaaid werd. Een diepe zucht neemt zijn wezen dan over. De liefde – de strelingen van de handen – die toen misschien niet begrepen was.

Het gedicht eindigt met verras­sende regels:

Blijf waar je nooit had begrepen

dat je een vreemde was.

Je denkt ergens vrienden te zijn, familie­leden te hebben. Eén van hen te zijn. Denken dat je een band met de mensen hebt. Ploeteren om erbij te horen. Kosten noch moeite worden gespaard om anderen blij te maken. Na jaren moet je met pijn en verdriet eindelijk toegeven: je hoorde er nooit bij.

Ergens wist je dat wel, maar je wílde het niet weten.

Het gedicht ‘De rustzoeker’ (pagina 11) sluit af met bittere regels:

Ergens leeft een land dat sterft

Ergens leeft een waarheid

die niemand meer verstaat.

Het contrast is diep doordacht. Leeft dat land of sterft dat land? Beide! Het leeft, want het bestaat. Maar wanneer heeft de mens voor het laatst de waarheid verstaan? Leven wij niet in een maatschappij waar men de waarheid liever vrien­delijk uit de weg gaat? Leren overleven in een wereld vol bedrog is niet hetzelfde als leven volgens de normen en waarden van ethiek en integriteit. Aanpassen in bepaalde omstan­dig­heden en situaties is niet hetzelfde als jezelf zijn. Overal waar de waarheid niet verstaan wordt, sterft een land. Of dat land binnen in de mens woont of buiten hem om. Waar de waarheid niet verstaan wordt, kan het leven niet groeien en bloeien.

Het gedicht ‘Toneel’ (pagina 14) is als een operette. Een podium vol met gebeur­te­nissen: lawaai, herrie, zang, geroep om begrepen te worden, dan ineens valt er een stilte en de toeschouwer vraagt zich af of dit een onderdeel van het toneel is of een ongeluk.

Van wie is dit toneel

met opgekochte rust

In het gedicht ‘Nieuws’ (pagina 15) heeft het nieuws het ook al opgegeven.

het nieuws verlangt

nu ook niets meer.

Wij kennen een wereld waar nieuws belangrijk is. Men wacht altijd op het laatste nieuws. Laatste berichten. Een wereld zonder nieuws is een steriele wereld. Het nieuws brengt beweging in de mens. Ook slecht nieuws is goed nieuws, want het houdt de mens bezig. Het houdt hem wakker. Het zet hem aan het nadenken. Het brengt hem in actie. Een wereld zonder nieuws is een dode wereld.

Op zoek naar het gedicht ‘Zeven rivieren ver’ bleef ik het boek doorlezen. Eindelijk kom ik het tegen, op pagina 21. Het gaat niet over de Brits-Indische immigratie, zoals ik dacht. Het tweedelig gedicht gaat over een ik en een hij. Twee geliefden die van elkaar gescheiden zijn. Middenin is de rivier. En zij koesteren de wens om elkaar weder te zien. Maar omdat er gepraat wordt over het planten van een boom die vruchten zal dragen, kan dit gedicht ook terug­slaan op mensen die naar een ander land emigreren. Dit kan ook een nieuw begin zijn in een land ver weg. In ieder geval gaat het niet alleen over een scheiding en ontmoeting van twee mensen, maar ook over hoop en verlangen naar een nieuw leven aan de andere oever. Een leven dat nog vorm zal aannemen.

Zeven rivieren ver – ik

Ze hield mijn handen vast

zachtjes strelend, keer op keer

rimpels in een warme lach

zal je schoon water halen

een boom planten

die vruchten draagt

zal je ervoor zorgen

dat het vuur brandt

opletten:

de bochten

de diepten

en ondiepten.

Het mooiste gedicht uit de bundel vind ik ‘Iemand’ (pagina 25). Hoe grazende dieren naar mensen kijken. Het gedicht is beeldend.

De grazende dieren

staren hen na

Hoe vaak worden mensen wel niet bekeken door koeien. Zij kijken de mens langdurig na wanneer die voorbij­loopt. Wat denken zij over de mens?

Tijdens mijn reizen in Nepal en India keken de koeien mij na wanneer ik met mijn rugzak voorbijliep. Ze keken niet naar de lokale bewoners. Een koe merkt dat er een nieuweling in zijn omgeving is.

Het gedicht ‘Ze hadden niets’ (pagina 29) eindigt met de regels:

Ze hadden geloof

dat de waarheid weg zoog.

Dit gedicht is vol van nostalgie. Wat blijft er voor de mens over als de waarheid wegge­zogen is? Een bundel geloof waarin je opnieuw geloven moet dat de waarheid er is? Of ontgoo­cheld raken en wankelend de weg zoeken die er niet meer is? Mensen die niets hadden en toch ergens de moed en kracht vandaan haalden om verder te gaan, doch ergens diep in hun hart wisten dat de nieuwe weg uitzichtloos was. Maar wat moeten ze anders dan doorgaan? Hopend op een mirakel.

Het gedicht ‘Verdorven land’ (pagina 35) vertelt in het kort de geschie­denis van een land. Hoe de Ouden het land opbouwden en hoe de nieuwe generatie met macht­hebbers meezong, waarschijnlijk uit gebrek aan mogelijk­heden om de regering omver te werpen of om te ontsnappen. In vier regels heeft het volk het hard werken van de Ouden verraden:

Maar het volk juicht,

vanuit machte­loosheid

Zingt mee het lied dat de strijd van de

voorouders verkwanselt.

Dit gedicht is van toepassing op iedere gemeen­schap van de wereld. Het volk juicht altijd mee, soms uit onwetendheid. Soms uit machte­loosheid. En met iedere vernieuwing gaat iets van de oude gemeen­schap dood. Iets waar de voorouders voor gewerkt hebben.

Het gedicht ‘Heerser’ (pagina 38) spreekt van moed en het gebroken leven voorzichtig oprapen.

Denk jij dat wij slapen

wanneer het podium je

de vertoning ontneemt?

Zulke dicht­regels zetten een goede lezer aan het nadenken. Wat gaat er in een mens om wanneer zijn vertoning hem ontnomen wordt?

Een aantal van de gedichten lijkt op klaag­zangen van een operazanger(es) die in alle glorie het podium bestijgt en vol heimwee het verleden oproept, om het dan te veraf­schuwen. Daarna doet ze de oude beelden weer gauw weg.

Het boek zit vol met verras­sende slotregels die goed doordacht zijn: een soort lachspiegel van het leven.Bijvoorbeeld de slotzin, op pagina 56, van het gedicht ‘Stil’:

Ze zeggen dat roofvogels

de weg kennen in het donker.

Wat heeft de dichter ooit meege­maakt om vandaag deze woorden uit te spreken? Er is een storm in haar, die borrelt en overvloedig wil uitstromen. Die de wereld in wil gaan en haar verhaal vertellen.

Ik heb het boek aandachtig gelezen. Het is filoso­fisch getint. Soms diepzin­nigheid over het leven en soms recht door zee. Veel te veel gebeurt er in dit kleine boekje van 58 pagina’s met uiteen­lo­pende thema’s. Maar wanneer ik alle gedichten aan elkaar rijg, dan zie ik, voel ik, hoor ik: pijnen van vergane tijden en toch moed, die niet wordt opgegeven.

Ik zal de dichter niet verge­lijken met andere dichters, groot of klein. Zij heeft een eigen weg onder haar voeten. Kijken waar die haar naartoe brengt: een reis in het ongewisse.

Karin Lachmising Zeven rivieren ver | gedichten | Nederland – Suriname
gebro­cheerd in omslag met flappen, 64 blz. | € 17,50 | 978–90-6265–754‑4 | 2019

Foto: In de Knipscheer

Saya Yasmine Amores, schrijfster en schil­deres

TOP